De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ontstaan uit verlegenheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ontstaan uit verlegenheid

MENTORCATECHESE: VOORDELEN EN VALKUILEN [ 1 ]

6 minuten leestijd

Het kan niemand die enigszins thuis is in kerkelijk Nederland ontgaan zijn: de ontwikkelingen op het terrein van de catechese zijn de laatste decennia amper bij te houden. Op een van de nieuwe vormen wil ik in enkele artikelen nader inzoomen, namelijk mentorcatechese.

Heeft de catechese zich eeuwenlang min of meer volgens het geijkte patroon voltrokken, in de afgelopen dertig jaar dient zich de ene nieuwe vorm na de andere aan. Om slechts een paar termen te noemen: basiscatechese, ouder-kindercatechese, flexcatechese, projectcatechese, digitale catechese, missionaire catechese, vergezelcatechese. In vrijwel alle gemeenten waar mentorcatechese wordt gegeven, tekent zich een zelfde patroon af. Er wordt een plenaire presentatie gegeven door de predikant of een catecheet, waarin het aan de orde zijnde thema wordt uitgelegd. Vervolgens gaan de catechisanten in kleine groepen uiteen om onder leiding van een mentor over het betreffende onderwerp door te praten. Deze vorm van catechese breidt zich momenteel als een olievlek binnen de gereformeerde gezindte uit. Tot in de jaren negentig van de vorige eeuw was binnen de orthodoxe vleugel van de protestantse kerken de klassieke vorm van catechese nog vrijwel overal gemeengoed: grote groepen onder leiding van één catecheet, bijna altijd de predikant. Inmiddels heeft de mentorcatechese op tal van plaatsen en in een toenemend aantal varianten zijn intrede gedaan.

Niet origineel
Echt origineel kan men deze mentorcatechese niet noemen. Het fenomeen roept veel herkenning op met de zogeheten huiscatechese, die in het laatste kwart van de vorige eeuw een hoge vlucht nam binnen de Gereformeerde Kerken in Nederland (GKN). Het is de moeite waard om de achtergronden en de ontwikkelingen van deze huiscatechese even nader onder de loep te nemen. Het kan ons helpen om de voordelen en de valkuilen van de mentorcatechese nader te benoemen.
Huiscatechese is ontstaan uit verlegenheid. In de jaren zeventig klonken binnen de Gereformeerde Kerken steeds meer geluiden dat het niet goed ging met de catechese. Wetenschappers aan de Vrije Universiteit van Amsterdam hebben toen een onderzoek gedaan naar onderliggende factoren die debet waren aan de malaise op het terrein van de catechese. De bevindingen van dit onderzoek werden in 1978 gepubliceerd in het rapport Er zijn nog catechisanten. Als structurele knelpunten signaleerde men een gebrek aan motivatie bij de catechisanten, ordeproblemen, te veel verschillen binnen één en dezelfde groep, waarbij niet alleen aan verschil in kennis moet worden gedacht maar evenzeer aan sociale achtergronden. Andere belemmerende factoren waren te grote groepen, de ervaring dat catechese een eenzaam avontuur is, waarbij de predikanten er alleen voor staan (in 1978 bestonden de catecheten nog voor 87 % uit predikanten), geringe betrokkenheid van de ouders en weinig gesprekken over het geloof tijdens de catechisaties.

Experiment in Ermelo
Intussen was er in de gereformeerde kerk van Ermelo in 1974 spontaan een experiment gestart. Men meende in de huiscatechese een mogelijkheid gevonden te hebben om het hoofd te bieden aan de crisis. In plaats van grote groepen in kerkelijke ruimten had men gekozen voor groepen van maximaal acht catechisanten die in huiskamers bijeenkwamen. Niet langer was de predikant per definitie de catecheet. De groepjes werden toevertrouwd aan een tweetal gemeenteleden. Het Ermelose initiatief vond al spoedig op brede schaal navolging.
In wetenschappelijke kring leverde bezinning op het experiment een stevige theoretische onderbouwing van de huiscatechese op. De praktisch-theologische inzichten van met name J. Firet en K.A. Schippers werden verwerkt in deze bezinning. Een centraal motief was het inzicht dat catechese ‘geen zwerfsteen’ is, maar ingebed dient te zijn in het geheel van het gemeenteleven. Vooral de huiskamersetting in combinatie met de inschakeling van gemeenteleden bracht deze fundamentele vooronderstelling tot uitdrukking in de huiscatechese.

Opgang en neergang
Gaandeweg werd het model verder ontwikkeld en uitgebouwd. Vanuit het Catechetisch Centrum in Kampen vond begeleiding en instructie plaats. Met het oog op deze nieuwe vorm van catechese werden speciale methoden geschreven zoals Samenspel, Stappen, Motief en Credo. Er werden catechesewerkgroepen in het leven geroepen die in opdracht van de kerkenraad uitvoering gaven aan de organisatie, zowel wat betreft het werven en begeleiden van catecheten als wat de inhoudelijke toerusting aangaat. De rol van de predikant verschoof van praktiserend catecheet naar deskundige die geacht werd inhoudelijke en agogische input aan de huiscatechese te kunnen geven. De invloed die de huiscatechese binnen de Gereformeerde Kerken – en ook wel daarbuiten – heeft uitgeoefend, kan moeilijk worden overschat. Binnen tien jaar tijd (in 1987) werd in 60% van de GKN huiscatechese gegeven. De resultaten waren buitengewoon bemoedigend: aanmerkelijk grotere aantallen catechisanten, enthousiaste gemeenteleden en positieve reacties van de jongeren.
Intussen lijkt de huiscatechese in veel Gereformeerde Kerken als een nachtkaars uit te gaan. Het aantal catechisanten is drastisch geslonken. Steeds minder gemeenteleden zijn bereid zich als catecheet beschikbaar te stellen. Door gebrek aan toerusting en begeleiding is de huiscatechese niet zelden geworden tot wat ik oneerbiedig noem een ‘chips en colasamenkomst’, waarbij van bijbelstudie en kennisoverdracht niet veel terechtkomt.
Een andere factor is dat in veel plaatselijke kerken de kinderen werden toegelaten tot het Heilig Avondmaal. Mede door het verbreken van de relatie catechese-geloofsbelijdenis en deelname aan het Heilig Avondmaal is de motivatie van jongeren om te participeren in de catechese afgenomen.
Vernieuwingen in de catechese zijn niet zonder risico’s. In zijn prachtige boek Biografie van een dominee beschrijft G. Heitink het moderniseringsproces van de catechese, met name in de Gereformeerde Kerken in Nederland. Het ging van onderricht naar vorming, van huiscatechese naar basiscatechese, waarbij de catechese zich beperkte tot kinderen van 10-12/13 jaar. En ergens onderweg kwamen de kinderen aan het Avondmaal en stagneerde de geloofsoverdracht in de gezinnen. Heitink stelt vast dat het is uitgelopen op een situatie waarin vrijwel geen catechisanten meer te vinden zijn en op veel plaatsen geen catechese meer wordt gegeven. Het eeuwenlang bestaande instituut van de catechese is binnen één generatie vrijwel verdwenen, zo luidt zijn conclusie (Baarn, 2001, 238, 239).

Een inhaalmanoeuvre?!
In de tijd dat huiscatechese binnen de GKN werd geïntroduceerd als antwoord op de verlegenheid, leek er in de gereformeerde gezindte geen vuiltje aan de lucht. Men veronderstelde in deze kring althans dat de crisis aan hen voorbij zou gaan, maar dat bleek al spoedig een illusie. Hoewel velen de ernst van de situatie negeerden of onderschatten – er waren immers nog heel veel catechisanten – klonken van diverse kanten toch verontrustende geluiden. De gemelde symptomen vertoonden opvallend genoeg veel overeenkomsten met wat zich eerder in de GKN afspeelde: ordeproblemen, gebrek aan motivatie zowel bij catecheten als catechisanten, de geringe betrokkenheid van de gemeente bij de catechese, de moeite met aansluiting bij de leefwereld van jongeren.
Het is vooral prof.dr. W. Verboom geweest die keer op keer de vinger bij de zere plek heeft gelegd. Als klokkenluider van de catechese heeft hij meer dan eens aan de bel getrokken (vgl. M. van Campen en P.J. Vergunst: Wim Verboom. Ambassadeur van de catechese, Zoetermeer 2006, 39-43). Bij het naderen van de millenniumwisseling wees hij naast de genoemde crisisverschijnselen ook op de invloed van het postmodernisme, dat aan de gereformeerde gezindte niet is voorbijgegaan. Ook jongeren uit meelevende gezinnen blijken moeite te krijgen met ‘grote verhalen’, terwijl bijbelse kernwoorden als verbond en verkiezing hen weinig of niets meer zeggen. De aansluiting bij hun leefwereld, die zozeer gestempeld is door de eigentijdse cultuur, is voor veel catecheten een brug te ver geworden. Een ingrijpend relevantieverlies is in de catechese binnen deze kring waarneembaar.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Ontstaan uit verlegenheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's