Invloed vanwege vroomheid
EEUW GB-GESCHIEDENIS IN PORTRETTEN [ 13 ]
In het kader van het honderdjarig bestaan van de Gereformeerde Bond is het goed aandacht te schenken aan een bestuurslid uit het verleden, dat wat meer in de schaduw heeft gestaan maar toch niet onvermeld mag blijven: Jacobus Adrianus Cornelis van Leeuwen.
Van Leeuwen (1870-1930) werd in Vlaardingen als zoon van de predikant en latere hoogleraar E.H. van Leeuwen geboren. Hij groeide op in een ethisch klimaat en begon in die lijn aan de theologische studie. In die tijd bestond de GB als organisatie nog niet. Er was wel heel wat aan de orde in de vaderlandse kerk. Te denken valt aan de Afscheiding van 1834, maar ook aan de geestelijke opwekkingsbeweging van het Reveil en niet minder aan de Doleantie van 1886 met Abraham Kuyper als voorman. In 1888 begon Van Leeuwen in Utrecht aan zijn theologische studie. Hij promoveerde reeds in 1894 (!) met lof op het onderwerp De Joodsche achtergrond van den Brief aan de Romeinen. In hetzelfde jaar trad hij in het huwelijk en werd hij predikant in Avereest (bij Dedemsvaart). Zijn tweede gemeente werd in 1903 Alkmaar. Zijn predikantschap duurde slechts veertien jaar, want al in 1908 volgde de benoeming tot hoogleraar in het Nieuwe Testament aan de Universiteit van Utrecht. Een opmerkelijk feit is dat zijn vader er al in 1886 professor was geworden en van geestelijke ligging niet is veranderd. Zijn zoon is echter al jong tot andere gedachten gekomen. In zijn eerste gemeente en daarna verdiepte hij zich speciaal in het gedachtegoed van Calvijn. Ook de dogmatische ideeën van Abraham Kuyper, toen nog in de kracht van zijn leven, hadden zijn interesse, wellicht temeer omdat Kuyper eveneens een domineeszoon uit Vlaardingen en tot 1886 hervormd predikant in onder andere Utrecht en Amsterdam was.
Van ethisch naar gereformeerd
Rond 1900 – voor de oprichting van de GB – maakte Van Leeuwen de ‘overstap’ van de ethische naar de gereformeerde theologie. Het gebeurde niet in het verborgen. Integendeel, in de omgang met de gemeenteleden en in de publicaties werd er door Van Leeuwen geen geheim van gemaakt. Zo schreef hij een studie over Verzoening (1903), waarin hij er de vinger bij legde dat in de dood van Christus de majesteit van Gods recht gehandhaafd werd. Immers, ‘door de schuld der zonde tegenover den Heilige zijn wij onder de toorn Gods’. Op een ander moment (1908) maakte Van Leeuwen duidelijk dat er zonder wedergeboorte geen geloof kan zijn.
Het was een periode van heftige kerkelijke beroering. Het ontstaan van de Gereformeerde Kerken in 1886 was nauwelijks achter de rug. Binnen de Hervormde Kerk werden organisaties opgericht zoals in 1899 de Gereformeerde Zendingsbond en in 1906 de Gereformeerde Bond. Gezien zijn gewijzigde opvattingen was het niet vanzelfsprekend dat Van Leeuwen professor werd bij de meer ethisch georiënteerde Utrechtse theologische faculteit. Toch is het gebeurd dankzij politieke invloed van prof.dr. Hugo Visscher.
Gedegen studie
Van Leeuwen ging ijverig aan de slag en toonde zich zijn benoeming waard. Hij was geen man van vlotte woorden en nieuwe inzichten, maar wel van gedegen studie. Zijn gereformeerde standpunt stak hij daarbij niet onder stoelen of banken. De groeiende waardering voor hem binnen de GB liep uit op een benoeming tot lid van het hoofdbestuur.
Van Leeuwens belangstelling ging niet alleen uit naar zijn eigenlijke vakgebied, maar eveneens naar culturele en leerstellige onderwerpen, die hij vanuit gereformeerd standpunt wilde behandelen. Zo bezon hij zich zowel op het contrast tussen de reformatorische en de humanistische levensvisie, alsook op de verhouding tussen voorwerpelijke en onderwerpelijke prediking. Van het boekje dat hij over dit laatste schreef, verscheen in 1936 nog een tweede druk. Na tal van jaren is het meest bekend gebleven dat Van Leeuwen zijn medewerking verleende aan de serie Tekst en Uitleg in de verklaring van Mattheüs en aan de Kommentaar op het Nieuwe Testament, in de behandeling van de boeken Efeze, Kolossenzen, Filippenzen. en Thessalonicenzen. Daarnaast werden in de serie Korte Verklaring de bijbelboeken Kolossenzen, Thessalonicenzen, Markus en Romeinen door hem bearbeid.
Tal van geschriften verschenen van zijn hand. Kortom, hij was een man met grote begaafdheid. Aparte vermelding verdient het feit dat hij met studenten Calvijns Institutie in het Latijn bestudeerde. Hij had invloed op hen door zijn vroomheid en godsvrucht. Zo is onvergetelijk gebleven dat hij bij het begin van zijn eerste college na een maagoperatie tot zijn studenten zei: ‘Zulk een operatie als ik onderging, is een goede gelegenheid om te weten wat men aan zijn God heeft. We willen ons werk beginnen.’
Van Leeuwen was geen hoogleraar die zich terugtrok in de ivoren toren van zijn studeerkamer. Hij was integendeel betrokken bij het kerkelijke, politieke en maatschappelijke leven, zoals ambtsdrager in de hervormde gemeente te Utrecht. Hij was betrokken bij de (voorlopers van de) HGJB. In het hoofdbestuur van de GB nam hij een bescheiden plaats in.
Nadruk op plaatselijke gemeente
Toen er rond 1920 een Commissie van Advies inzake kerkelijke problemen door de GB was ingesteld, was Van Leeuwen bereid er voorzitter van te worden, met dr. J. Severijn – toen nog predikant te Dordrecht – als secretaris. Deze commissie ging samen met het in 1922 opgerichte Convent van Kerkenraden wel een koers varen die enigszins contrasteerde met die van het hoofdbestuur van de GB, omdat de commissie zich verklaarde tegen het actief stemrecht van vrouwen en een andere visie huldigde ten aanzien van de verhouding van de plaatselijke gemeenten tot de landelijke kerk, namelijk met meer nadruk op de autonomie van de plaatselijke gemeente.
De gelijkmatige, door velen gerespecteerde – en niet te vergeten muzikale – Van Leeuwen was een tegenpool van de ‘ruige’ H. Visscher, maar kan wel enigszins zijn verwant genoemd worden, mede omdat hij al in 1915 met deze was meegegaan in het ‘modus-vivendi-voorstel’. Dit beoogde een bepaalde verdeling van de Hervormde Kerk. De nu naar voren gekomen visie doet eraan denken en ligt in zekere zin in de lijn van Visscher.
Op de Algemene Vergadering van de GB in 1924 bleken echter de ongeveer vierhonderd aanwezigen zich op te stellen in de meer verbondsmatige lijn van het hoofdbestuur. Ze wilden vasthouden aan het geheel van de plaatselijke gemeente en aan de totaliteit van de Hervormde Kerk. Daarmee wezen ze de visie van de Commissie van Advies – waarin ook Severijn zitting had – af. We kunnen ons voorstellen dat hierdoor Van Leeuwens rol binnen de GB kleiner werd. Zijn vroegtijdig einde kwam vrij plotseling, toen hij nauwelijks 60 jaar oud was. Hij zei dat hij bereid was om afgelost te worden van zijn post. De lamp was brandende. Een integer en oprecht mens was in hem aan de Gereformeerde Bond ontvallen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's