Schrijver bij gratie van…
OMGAAN MET LITERATUUR [ 6 ]
Hoe ver mag je als christenauteur gaan in het beschrijven van de zonde? Deze vraag legden we voor aan Janne IJmker, dit najaar positief in het nieuws vanwege haar ontroerende roman Achtendertig nachten.
Een schrijver bestaat bij gratie van de zonde. Zonder zonde geen goed verhaal. Dat is een schokkende gedachte. Maar niet meer overrompelend dan de wetenschap dat wij mensen zijn, in zonde ‘ontvangen en geboren’. En als ik dan al verhalen te vertellen heb, dan kan het niet anders dan dat het verhalen zijn die een beeld geven van de conflicten die dat oplevert. Zelfs het verhaal over het leven van Jezus zit vol spanning voor elke lezer, gelovig of niet, omdat het voortdurend een conflict in zich heeft, dat uiteindelijk uitmondt in de dood aan het kruis. De wereld van het conflict, daar leef ik in, daar schrijf ik over. Maar dat niet alleen. Ik ben christen. Ik geloof dat er meer is dan het conflict. Ik geloof in een oplossing. Na Jezus’ dood volgt Zijn opstanding. Er is leven.
Het conflict, daar moet ik iets mee. Tegelijk leef ik in een wereld waarin niet elk conflict wordt opgelost. Ook daar moet ik iets mee. U begrijpt het misschien al: Schrijven is een conflict op zich, voor mij een haast onmogelijke opgaaf.
Uitgedaagd
De reden voor deze inleiding is de vraag: Hoe ver mag ik als christenauteur gaan in het beschrijven van de zonde?
Vlak voordat ik de opdracht voor het schrijven van dit artikel kreeg, werd mijn aandacht getrokken door een artikel in CV.Koers van de hand van Tjerk de Reus. Hij stelt dat de christenschrijver veelal niet in de afgrond die de mens omringt, durft te kijken. Hij raadt hen een boek aan: Tirza van Arnon Grunberg.
Ik las dit artikel met stijgende verontwaardiging. Denkt Tjerk de Reus nu echt dat ik (en anderen) geen idee heb(ben) van ‘het beest’ in de mens? Dat ik niet weet van de verknipte mens die in staat is tot verkrachten en moorden. En denkt hij dat ik nooit iets buiten de ‘christelijke deur’ lees? Ik voelde me ook uitgedaagd. Ik heb het boek gekocht (zonde van mijn geld) en gelezen. Het bracht niets opzienbarends; het liet me alleen wel weer even stilstaan bij de vraag waar het in dit artikel om draait. Hoe ver mag ík gaan in het beschrijven van de zonde.
Functioneel
Ik las nog een boek, Een hart van steen van Renate Dorrestein. Ook daarin gaat het om een verknipt personage, beschreven vanuit het perspectief van de dochter. In beide boeken geen expliciet christelijke boodschap, maar voor mij is er tussen de twee boeken een wezenlijk verschil. Ik wil mij even beperken tot twee passages uit de boeken die er uitspringen als het gaat om het beschrijven van de zonde.
In Tirza is dat het moment dat de ‘zielige’ vader (waar ik als lezer absoluut geen compassie mee krijg) seks heeft met een vriendin van zijn dochter. Grunberg doet dat zonder ook maar iets te verhullen. Het levert bij mij afgrijzen op, maar dat zou ik ook gehad hebben als hij de handelingen niet zo expliciet beschreven had. Mijn afgrijzen trof nu vooral de schrijver die dit zo nodig vond te beschrijven. Ik vond het niet functioneel, ook zonder de uitgebreide beschrijving begreep ik dat de seksuele verlangens van de vader aanwezig waren, maar helaas niet meer binnen zijn huwelijk konden plaatsvinden en eigenlijk nooit echt een plek hadden gehad, niet anders dan door spel.
Volgende keer het laatste deel in deze reeks: Christelijke literatuur vandaag.
In Een hart van steen gaat het om de passage waarin de moeder de geslachtsdelen van haar baby bewerkt met een appelboor. Dorrestein beschrijft dat heel sober en hoewel afgrijselijk, het is heel functioneel. Het toont aan hoe de moeder geobsedeerd was door de overtuiging dat haar kind bezeten was van de duivel en dat dit ‘verwijderd’ diende te worden.
Gebrokenheid
Als schrijver en christen voel ik me gesteund door een citaat uit een RD-column van Willy Wouters-Maljaars: ‘Het christelijk geloof heeft niets met begrenzing te maken, het brengt juist volledige vrijheid met zich mee. De vrijheid van het gezegde van Paulus: ‘Alles is mij geoorloofd …’ Begrenzing komt van de mens zelf, die een levenswijze zoekt die vaak ruikt naar wetticisme of ritualisering omdat hij/zij niet met vrijheid om kan gaan. De mens zoekt naar wetten en regels om houvast te hebben.’
Door dit citaat wordt helder dat wij onszelf regels op kunnen leggen, waarvan het de vraag is of ze van God zijn. Ik kan niet anders dan de zonde waardoor de mens niet tot zijn/haar doel komt, beschrijven. Hóe ik dat doe, dat is de crux. Voor mij hangt dat af van het nut dat het gegeven dat ik beschrijf, heeft. Of het betrekking heeft op de rest van het verhaal.
In Achtendertig nachten beschrijf ik de ontdekking van haar vrouw-zijn bij de hoofdpersoon Elsjen en de gevoelens die ze heeft voor de man van wie ze houdt, inclusief de zelfbevrediging die ze toepast als ze later in haar ongelukkige huwelijk aan hem denkt, zij het in omschrijvende zinnen. Ook beschrijf ik heel summier de geslachtsgemeenschap van Elsjen en Jan (de man met wie ze móet trouwen) in de nacht na hun trouwdag. Ik heb dat zo gedaan, omdat ik dacht dat het nuttig was. Om te laten zien dat er wel een ontwikkeling bij Elsjen had plaatsgevonden (niets zondigs aan) die niet opbloeide in haar huwelijk met Jan – vanaf de eerste nacht van hun huwelijk ging er al iets mis. Ik beschreef dit ook, omdat ik weet dat dit gegeven bij velen speelt, maar vaak onbesproken blijft. Ik wilde hier iets van de gebrokenheid laten zien, die later veel gevolgen voor dit huwelijk zou hebben.
Mijn weg mét God
Ik wil hier ook mijn liefde voor de mens achter de gebrokenheid van deze wereld laten zien. Voor verschillende (christelijke) lezers gaan al deze beschrijvingen al te ver. Laatst kreeg ik een mail van een mevrouw die mijn boeken positief christelijk noemt, maar toch na herhaalde klachten van haar lezers over grof taalgebruik (geen vloeken) mijn boeken uit haar (christelijke) bibliotheek heeft gehaald. Van twee pabo-studenten hoor ik dat er kinderen zijn die om dezelfde reden mijn boeken als niet-christelijk bestempelen.
Ik denk dat het híer dan gaat over wat er in het aangehaalde citaat uit de column van Wouters staat. Wat ik wil in mijn boeken, is de wereld zoals hij is op een echte manier weergeven, zo dat het dichtbij de lezer komt. En wat is dan zonde? Ik zou bijvoorbeeld met gemak een uitvoerige scène kunnen beschrijven waarin een gelukkig seksueel samenspel van twee geliefden, die elkaar trouw zijn, plaatsvindt. Daar is niets zondigs aan (hoewel de vraag blijft, hoe nuttig het is). Er zijn mensen die zo’n beschrijving als zondig zullen ervaren, terwijl het op zich geen zonde is dat twee geliefden elkaar liefhebben. Als schrijver heb ik te maken met een lezerspubliek dat hierin een andere visie kan hebben dan ik. Iedereen mag daarin voor zichzelf ten volle overtuigd zijn, maar ik moet hier dus zelf mijn weg mét God vinden. En God geeft mij de vrijheid. ‘Alles is geoorloofd … maar niet alles is nuttig.’
Wat de zonde doet
Conclusie zou kunnen zijn dat ik onbegrensd ben, als het maar nuttig is. Maar het blijft heel erg zoeken naar hóe de gebrokenheid te beschrijven. De lezer is trouwens tot veel in staat. Als God in Zijn Woord de zonde onverbloemd laat staan, dan mag ik dat ook, maar hóe doe ik dat in deze tijd? Bijvoorbeeld in het verhaal van David en Bathséba staat er: ‘David zag vanaf het dak een vrouw zich wassende … En als zij tot hem gekomen was, lag hij bij haar …’ Wij zien het allemaal voor ons, ook al is het in een paar zinnen beschreven wat er gebeurt. De gevolgen van deze zonden worden niet verzwegen, maar ook niet wat David belijdt tot God, als de profeet tot hem komt. En daarmee kom ik tot mijn moeilijkste punt: ik leef in een gebroken wereld en die wil ik beschrijven. Daarin wil ik niet verbloemen wat er kapot kan gaan, wat de zonde met de mens doet. Het punt is niet de afgrond, het punt is hoe als schrijver daarin God een plek te geven. Lezers willen geen goedkope oplossingen. En toch: ik heb meer te vertellen! Ik heb de oplossing! Hoe moeilijk het soms ook is die oplossing te aanvaarden. God reikt de oplossing Zelf aan!
Ik ben een verhalenverteller die wil laten zien wat God in het leven van sommige mensen betekent. Ik kan in mijn verhalen niet het complete evangelie uitleggen.
Daarvoor moeten mensen de Bijbel pakken. Ik kan wel laten zien hoe God in levens aanwezig wil zijn, hoe Hij zoekers tegemoet komt, hoe Hij gebrokenheid heelt. Het is mijn uitdaging om een goed verhaal neer te zetten waarin God aanwezig is en daarin heb ik voortdurend mijn Vader nodig. Ik vraag Hem veel! Ik blijf open staan voor wat ik daarin op vakgebied kan leren, daarin ben ik het met De Reus eens, schrijver en lezer moeten in ontwikkeling blijven.
Schrijver bij gratie van de zonde? Nee, bij gratie van God, Die niets liever wil dan met de gebrokenheid in het mensendom aan de gang gaan. Onverbloemd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's