De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het Veenendaalse model

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het Veenendaalse model

MENTORCATECHESE: VOORDELEN EN VALKUILEN [ 2 ]

9 minuten leestijd

Om de impasse in de catechese het hoofd te bieden, lijkt de gereformeerde gezindte met terugwerkende kracht de remedie van de GKN destijds over te nemen, zij het in sterk gewijzigde opzet. Evenals de huiscatechese is de mentorcatechese uit de nood geboren. Een van de eerste gemeenten die een nieuwe weg wilde inslaan, is Veenendaal geweest. Een aantal jaren geleden is men daar gestart met een vorm van mentorcatechese die intussen bekend staat als het Veenendaalse model. Deze insteek komt erop neer dat men alle catechisanten tussen de 12 en 17 jaar in één grote sessie bijeenbrengt voor een inleiding over het thema van de avond. Na deze presentatie – al dan niet met gebruik van multimediale middelen – verdelen de jongeren zich naar leeftijd in groepen. Onder leiding van een mentor wordt dan de inleiding verwerkt door middel van gesprek of andere verwerkingsvormen. Binnen een mum van tijd namen tal van andere gemeenten dit model over in al dan niet aangepaste vorm. Afgeleiden en varianten van het Veenendaalse model zijn het Ederveense model, het Ermelose model, het Harderwijkse model en het model Bergschenhoek dat de naam Follow Me heeft gekregen. Ik zal u de details van de verschillende modellen besparen en probeer te komen tot een evaluatie van het verschijnsel mentorcatechese.

Voordelen
Als een belangrijk pluspunt van deze werkwijze wordt vaak genoemd het feit dat ordeproblemen minder voorkomen. Omdat mentoren zich mengen onder de jongeren, kunnen zij mede een oogje in het zeil houden.
Ontegenzeggelijk kan men in dit opzicht spreken van een welkome winst. Daarnaast zijn er nog andere aanmerkelijke voordelen aan dit systeem van catechese verbonden. Zowel in huiscatechese als in mentorcatechese wordt gehonoreerd dat leren een basisfunctie van de hele gemeente is. Te zeer verkeerde de catechese in het verleden in een isolement. Het leerproces van onze jongeren is evenwel een gezamenlijke verantwoordelijkheid van predikant, kerkenraad en gemeente. Door inschakeling van gemeenteleden als catecheten en in de organiserende catechesecommissie krijgt de betrokkenheid van de gemeente gestalte.
Meer dan in de klassieke catechese komt in de mentorcatechese tot uitdrukking dat de gemeente van Christus een lerende gemeente is. Niet alleen jongeren, maar evengoed de ouderen worden geacht leerling te zijn en te blijven op de school van de Heilige Geest. Catechese aan jongeren staat daarom niet op zichzelf, maar vormt een onderdeel van wat ik graag noem de ‘catechetische cirkel’, waarbij ook de segmenten huisgodsdienst, vorming en toerusting het volle pond krijgen. Centraal in het ‘leerproces’ van de gemeente is en blijft de kerkdienst. De eredienst vormt het middelpunt van de catechetische cirkel.

Wederkerig leren
De visie op de gemeente als leergemeenschap schept ruimte voor intergeneratief leren. Jongeren leren van ouderen en ouderen leren van jongeren. Er ontstaat wat Alma Lanser-van der Velde noemde ‘een wederkerig geloofsleren’ (Geloven leren. Kampen 2000). Het belang van de voorbeeldfunctie van ouderen kan daarbij niet voldoende worden gehonoreerd. Jongeren zijn in hoge mate sensitief voor de wijze, waarop oudere catecheten voorleven wat zij proberen over te dragen.
De intiemere setting van een kleine groep schept verrassende kansen voor ontmoeting en gesprek tussen catecheet en catechisanten enerzijds en tussen catechisanten onderling anderzijds. Als de Heilige Geest het geeft, mag ook binnen de catechesegroep de gemeenschap der heiligen worden beoefend. Dit gemeenschapsaspect van de catechese is van essentieel belang voor de motivatie en betrokkenheid van tieners bij de catechese. Voor catecheten biedt de kleine groep mogelijkheden voor een meer pastorale benadering tijdens de lessen en daarna. Een niet te verwaarlozen voordeel betreft het belevingsaspect, dat in de mentorcatechese duidelijk meer kansen krijgt. De catechisatie is de plek waar onze jongeren de grondbeginselen van het christelijke geloof aangereikt krijgen. Het leerproces rond de open Bijbel is erop gericht dat zij leren leven uit Gods beloften en naar Gods geboden, zodat zij als levende christenen hun plaats in gemeente en maatschappij innemen. In de gereformeerde traditie is gaandeweg sterk het accent op het cognitieve aspect komen te liggen. Leren in de Bijbel betreft evenwel niet alleen feitenkennis, maar omvat hoofd, hart en handen. Alledrie deze facetten moeten tijdens de catechese in het oog worden gehouden. Niet slechts het weten van de dingen, maar ook de beleving en doorleving daarvan – de oudvaders spraken van de praxis pietatis – dienen de catechese te stempelen. Het herinnert ons er temeer aan dat het in het christelijke geloof gaat om een comprehensive approach. De Heilige Geest richt zich niet alleen op ons verstand maar op ons hele bestaan. Ik pleit naast kennisoverdracht dan ook nadrukkelijk voor ruimte om als catecheten en catechisanten geestelijke zaken met elkaar te delen, maar ook te beleven.
Om slechts één voorbeeld te noemen: het is niet voldoende als we een catechese-uur volpraten over het belang en de inhoud van het gebed. Leren op catechisatie houdt ook in dat we samen leren bidden, het bidden in praktijk brengen, hetzij door gebedspunten in te zamelen, dan wel door soms ook de jongeren uit te nodigen een gebed uit te spreken. Dat een goede sfeer, een klimaat van openheid en vertrouwen daarvoor onmisbaar is, behoeft geen betoog.
Als laatste pluspunt van de mentorcatechese noem ik het aspect van de continuïteit. Ik bedoel: wanneer de predikant ziek wordt of naar elders vertrekt, zakt de catechese niet onmiddellijk in elkaar. In gemeenten waarin uitsluitend op de klassieke wijze catechese wordt gegeven, is dat soms wel het geval. Mentorcatechese biedt in dit opzicht meer garantie voor een doorgaande lijn, vanwege een in de gemeente verankerde structuur.

Valkuilen
Naast voordelen zijn er echter ook wel valkuilen aan te wijzen als het gaat om mentorcatechese. Ik noem vijf bezwaren die respectievelijk van inhoudelijke, didactische, ontwikkelingspsychologische, groepsdynamische en praktische aard zijn. Een reële bedreiging acht ik het risico dat mentorcatechese vroeg of laat gaat lijden aan inhoudelijke bloedarmoede. Het feit dat in de meeste gemeenten eigen materiaal wordt gemaakt, is daaraan mede debet. Ik heb grote bewondering voor gemeenteleden die in staat zijn goede lessen aan te leveren. Maar in het algemeen gesproken lijkt mij enige theologische scholing geen overbodige luxe. De mogelijkheid dat ‘vreemde leringen’ de catecheseruimte binnendringen of dat het gehalte van de lessen onder de maat blijkt te zijn, is niet denkbeeldig. Onvoldoende kennis van de Schrift en het belijden van de kerk bij mentoren kan het risico van inhoudelijke verschraling slechts versterken. Te gemakkelijk worden mentoren ingeschakeld, die in feite ongeschikt zijn voor deze belangrijke taak. Aan mentorcatechese kleven vervolgens ook enkele fundamentele bezwaren van didactische aard. Het feit dat tijdens de plenaire inleiding geen interactieve verkenning van de beginsituatie kan plaatsvinden – vanwege de grootte van de groep – zet het proces van overdracht op achterstand. Een goede werkvorm in de verkennende fase van de les kan bovendien de relevantie van het te bespreken thema verhelderen. Onderzoek heeft uitgewezen dat zonder deze motivatie- en relevantiefase veel catecheselessen mislukken, omdat de stof niet landt bij de catechisanten. Om met prof. A.A. van Ruler te spreken: de mooie les gaat als een ‘schoer hagel over de koeien heen’. Tijdens de plenaire sessie – waarin met name de kennisoverdracht moet plaatsvinden – zal er in het algemeen gesproken weinig terechtkomen van interactie. In de praktijk is er dan toch vaak weer sprake van eenrichtingsverkeer, hetzij in de vorm van een multimediale presentatie, hetzij in de vorm van een monoloog door de predikant of catecheet. In mijn ogen worden hier kansen gemist, omdat juist het gesprek rond de open Bijbel de jongeren echt betrekt bij de catechese. De dialoog biedt mogelijkheden om de leerstof te relateren aan hun belevingswereld en omgekeerd.

Leeftijden
Ik signaleer in de derde plaats een ontwikkelingspsychologisch probleem. De grote onderlinge verschillen tussen catechisanten zijn in een groep van leeftijdgenoten vaak al moeilijk overbrugbaar. Door te veel leeftijden bij elkaar te brengen in een plenaire sessie, roepen we onnodig extra problemen over ons af. Ik kan mij geen catecheet voorstellen die in staat is een relevante inleiding te verzorgen over het zevende gebod voor catechisanten tussen 12 en 17 jaar.
De praktijk heeft dit nadeel van met name de Veenendaalse methode inmiddels voldoende aangetoond. Reden voor sommige gemeenten om niet langer te werken met groepen van 12-17 jaar, maar deze te splitsen in groepen van min-16 en plus-16 jongeren. In mijn ogen zijn de problemen daarmee slechts ten dele opgelost. Juist in de laatste kwart eeuw waren we tot het inzicht gekomen dat we binnen de catechese terdege rekening dienen te houden met de fysieke en psychische ontwikkeling van jongeren. En ook met wat de Amerikaanse ontwikkelingspsycholoog James W. Fowler noemde de stages of faith, de stadia of fasen in geloofsontwikkeling (J.W. Fowler, Stages of Faith. The psychology of Human Development and the Quest for Meaning, San Francisco 1981). De meeste catechesemethoden die recent op de markt zijn gekomen, differentiëren dan ook bewust zoveel mogelijk in leeftijden.

Overbelasting
Als vierde noem ik een groepsdynamisch bezwaar van deze vorm van catechese. In situaties waar het onderricht aan jongeren nog op traditionele wijze plaatsvindt, duurt de catechisatie meestal drie kwartier. In gemeenten waar men heeft gekozen voor mentorcatechese wordt deze tijd veelal verlengd tot een uur. Op zichzelf is dat een uitstekende keuze. Mijn bezwaar bij de mentorcatechese is dat na de opening en de plenaire inleiding er een breuk plaatsvindt. De jongeren gaan in een andere samenstelling verder onder leiding van andere catecheten. In de praktijk blijft er voor de bespreking in groepen niet heel veel tijd over. Mijns inziens te weinig voor het werkelijk op gang komen van een groepsproces, waarbinnen openheid en vertrouwelijkheid kunnen opbloeien. Het onderbreken van de les is vanuit groepsdynamisch oogpunt is naar mijn stellige overtuiging niet wenselijk.
Ten slotte valt ook te wijzen op een praktisch nadeel. In de huidige praktijk van de mentorcatechese is het zo dat vrijwel iedere gemeente eigen lesmateriaal produceert. Ik wees daar al eerder op. Dat vraagt naast deskundigheid veel energie en tijd van de predikant en andere leden van de catechesecommissie. Vooral als daarbij multimediale werkvormen moeten worden vervaardigd, leidt dat op den duur tot overbelasting. Zowel uit het oogpunt van kwaliteit als van tijdsbesteding is het aan te bevelen dat van bestaande methoden gebruik wordt gemaakt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Het Veenendaalse model

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's