De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Christelijke literatuur vandaag

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Christelijke literatuur vandaag

OMGAAN MET LITERATUUR [ 7, SLOT ]

7 minuten leestijd

In het literaire landschap van vandaag speelt christelijke literatuur geen enkele rol. Dat zou je misschien niet denken als je de christelijke boekhandel binnenstapt en eens om je heen kijkt.

Stapels romans gaan in de christelijke boekhandel over de toonbank: Francine Rivers, Lynn Austin, Dee Henderson, Gloria Miklowitz. Naast al dat Amerikaanse geweld zijn er de romans van Joke Verweerd, Els Florijn, Marianne Witvliet, Sjaak Verboom, Frans Willem Verbaas en andere Nederlanders.
In eigen kring doen al die schrijvers het prima. Maar kennelijk beschikken ze niet over de literaire kwaliteiten om door te dringen in de wereld van de literatuur. In de grote kranten verschijnen geen recensies van hun romans, aan de universiteiten wordt er geen onderzoek naar gedaan, en in het Letterkundig Museum zoek je tevergeefs naar een vitrinetje met aandacht voor de christelijke zuil. Ook de pas verschenen Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1945- 2005 spreekt duidelijke taal. Het schrijversregister van dit nieuwe standaardwerk – dat de komende generaties houvast moet bieden – omvat duizenden namen.
Daaronder is er slechts een handjevol dat je zou kunnen rangschikken onder het kopje ‘christelijke literatuur’: de dichters van het Liedboek, de jeugdboekenschrijver Anne de Vries, de romanschrijfster Maria Rosseels en de dichter Koos Geerds. De opbrengst van zestig jaar!Goed, als je de kring wat breder trekt, zou je ook dichters als Gerrit Achterberg, Ida Gerhardt en Elisabeth Eybers kunnen meetellen, en op prozagebied Willem Jan Otten en Vonne van der Meer. Zij hebben zich weliswaar nooit nadrukkelijk verbonden aan een christelijke zuil, maar ze leggen in hun werk toch een duidelijke link met het christendom. Maar daarmee houdt het op.

Christelijk-literaire zuil
Toch is er in Nederland sprake van een christelijk-literaire zuil, die zich de hele naoorlogse periode heeft kunnen handhaven.
Kort na de oorlog groepeerden veel christelijke schrijvers zich rond het tijdschrift Ontmoeting, onder leiding van C. Rijnsdorp, P.J. Risseeuw en Dingeman van der Stoep. Vol idealen begonnen de redacteuren in 1946, maar een beetje ontnuchterd namen ze afscheid met het artikel De gereformeerde bietebauw. Ze vonden dat Ontmoeting zich na ruim tien jaar nog altijd in een isolement bevond. Volgens hen kwam dat door het tekort aan creatief vermogen in gereformeerde kring, nog eens versterkt door de remmende werking van het gereformeerde klimaat, en ook doordat het blad door hervormden gemeden werd: ‘Pas op mensen, buiten loopt de gereformeerde bietebauw’.
De hervormde dichters van die tijd – Ad den Besten, K. Heeroma, J.W. Schulte Nordholt, Guillaume van der Graft, Jan Wit – hielden inderdaad niet van organisaties-voor-eigen-kring. Ook al werkten ze in opdracht van de hervormde synode jarenlang aan een groot gezamenlijk project: de nieuwe psalmberijming en het Liedboek voor de Kerken. Maar ze zetten zich af tegen het kuyperiaanse ‘wij’ van de christelijke literatuur tegenover ‘zij’ van de wereld. Ze voelden zich eenlingen, niet alleen ten opzichte van de seculariserende cultuur, maar ook ten opzichte van het christendom van hun tijd. Intussen hield de afbrokkeling van de christelijk-literaire zuil gelijke tred met de secularisatie. Het is niet verwonderlijk dat er na 1970 nauwelijks christelijke dichters en schrijvers te noemen zijn die écht naam gemaakt hebben. De bevolkingsgroep waaruit auteurs zouden moeten voortkomen, is klein geworden – alleen al statistisch gezien is de kans op een megatalent niet zo heel groot.
Toch is er – in de marge van de grote discussies in letterenland – nog altijd sprake van een bescheiden christelijk-literaire stroming. In 1964 hield het tijdschrift Ontmoeting op te bestaan, en niemand verwachtte dat er ooit nog een revival zou komen. Maar in de jaren zeventig en tachtig ontstonden er twee nieuwe auteursverenigingen – Schrijverskontakt en Schrijvenderwijs – en een nieuw tijdschrift, Woordwerk. In 1991 kwam er zelfs een tweede tijdschrift, Bloknoot, met meer en diepgravender essays en minder pastorale poëzie. Zes jaar later gingen Woordwerk en Bloknoot samen in het tijdschrift Liter, dat zich ontwikkelde tot een kwaliteitsblad voor fijnproevers, met regelmatig goede poëzie, veel wetenschappelijk aandoende artikelen, maar weinig verhalen. Een doorsnede van het christelijk-literaire bedrijf geeft Liter niet direct, maar gelukkig is er een alternatief. Tien jaar geleden sloegen christelijke schrijvers, uitgevers, journalisten en boekhandelaren de handen ineen om het klimaat voor de christelijke literatuur te verbeteren. Zij richtten het Christelijk Literair Overleg op, dat sindsdien evenementen belegt en een eigen blaadje verspreidt: Onder Woorden. Wie dat regelmatig leest, krijgt een goed beeld van het christelijk-literaire leven op de drempel van het nieuwe millennium.
Maar de geschiedenis van de christelijke literatuur valt natuurlijk niet helemaal samen met die van tijdschriften en verenigingen. Vaak zijn het juist individuen, die los van al die verbanden gewoon hun eigen koers varen, die op termijn het belangrijkst blijken: Ida Gerhardt, Elisabeth Eybers, Guillaume van der Graft, Maria Rosseels, Willem Jan Otten.

Christelijke context
Het is duidelijk dat het vandaag moeilijker is om christelijke literatuur te schrijven dan, bijvoorbeeld in de zeventiende of de negentiende eeuw. Toen had je Vondel, Huygens, Revius en Cats. Of Bilderdijk, Beets, Gezelle en Bosboom-Toussaint. Allemaal schrijvers bij wie het christendom een grote rol speelt – en allemaal doorgedrongen tot de canon van de Nederlandse literatuur.
Het verschil met vandaag is natuurlijk dat de genoemde auteurs werkten binnen een christelijke context. In vroeger eeuwen was de hele maatschappij doortrokken van het christendom, en de heersende kunstopvattingen lieten zich heel goed rijmen met een duidelijke geloofsovertuiging. Vandaag is dat anders. Wie de geest van de naoorlogse literatuur proeft, ziet daarin de ontwikkelingen van de tijd weerspiegeld: het losbreken van normen, het niet erkennen van grenzen, het uiteenvallen van de werkelijkheid, het tekortschieten van de taal, het failliet van de absolute waarheid en de onmogelijkheid om te kiezen tussen de verschillende overtuigingen, beelden en visies. Dat hedendaagse levensgevoel valt absoluut niet te rijmen met een christelijk wereldbeeld. Wil je daar als christelijke schrijver tóch mee in discussie gaan, dan vereist dat veel extra inspanning. Daartoe blijken maar weinigen in staat. Er wordt genoeg gezwoegd op stijl en plot en psychologie, maar het ontbreekt vaak aan een intelligente doordenking van de grote discussies van de naoorlogse tijd, de vragen van modernisme en postmodernisme. Trouwens, wie dat wél probeert, loopt ook nog eens het risico in eigen kring niet meer begrepen te worden.
Het hoort bij de literatuuropvatting van vandaag dat alles wat de zeggingskracht van de tekst kan verhogen, ongecensureerd op papier geworpen moet worden. Om de lezer maximaal te raken, zijn alle middelen geoorloofd. Maar een christelijke schrijver zal altijd grenzen stellen aan zijn verbeelding. Hoe ver kan hij gaan in zijn tekening van de zonde? Wanneer beschadigt hij zichzelf en zijn lezers door te ver af te dalen in de diepten van het kwaad? Tegelijkertijd wil hij de zaken tóch zo eerlijk mogelijk voorstellen – en dikwijls zal hij daarbij voor het publiek-uit-eigen-kring over de schreef gaan.
In feite zit de christelijke schrijver dus in een onmogelijke spagaat. In de praktijk komt het erop neer dat schrijvers óf te veel voor eigen kring schrijven (Hans Werkman, Marianne Witvliet, Els Florijn), óf vanuit een zo eigentijds levensgevoel dat het christelijke lezerspubliek voor een deel afhaakt (Willem Jan Otten, Vonne van der Meer, Harmen Wind).

Hervormde milieus
Het gereformeerde klimaat is niet bevorderlijk voor de ontwikkeling van een christelijke literatuur, schreven de redacteuren van Ontmoeting in 1957. Die bewering is sindsdien in allerlei toonaarden herhaald. De cultuurmijding onder bevindelijk-gereformeerden werkt al even funest als de kuyperiaanse organisatiedrang.
Daarom is het misschien niet verwonderlijk dat de belangrijkste christelijke schrijvers opmerkelijk vaak afkomstig waren uit hervormde milieus. Te beginnen met de mensen van het Reveil: Willem Bilderdijk, Isaac da Costa, A.L.G. Bosboom-Toussaint. En later Nicolaas Beets en alle andere dominee-dichters, Geerten Gossaert, Jacqueline van der Waals, Martinus Nijhoff, Gerrit Achterberg.
Je kunt je afvragen in hoeverre dat ook vandaag nog geldt. De combinatie van gereformeerde beginselen, bevindelijke vroomheid en betrekkelijke openheid naar de cultuur lijkt ook in hervormde kringen zeldzamer te worden. Het klimaat is veranderd.

Bij het honderdjarig bestaan van de Gereformeerde Bond signaleerde dr. G. van den Brink hoezeer secularisering en evangelicalisering terrein winnen. Ook voor de christelijke literatuur is dat geen goede zaak: daarmee verdwijnt het spanningsveld dat échte literatuur nodig heeft. Aan de ene kant vervaagt de grens met de seculiere literatuur, aan de andere kant neemt de behoefte af aan het gesprek met de cultuur. In beide gevallen verdwijnt de spanning van het ‘in de wereld, niet van de wereld’. Christelijke literatuur heeft alleen toekomst als de existentiële geloofsvragen gesteld blijven worden – in relatie tot de cultuur die ons omringt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 december 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Christelijke literatuur vandaag

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 december 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's