Ontkerkelijking én hoop
Aan het einde van het jaar 2006
We weten niet wat deze dag ons verder brengen zal. Ons leven is onzeker, al zijn we tot aan het graf van allerlei polissen voorzien. Met schijnveiligheid leven veel mensen voort. De wisseling van het jaar is gelukkig een goed moment voor terugkijken, vooruitblikken, vooral voor omhoog zien.
De wijsheid bracht de dichter van het Spreukenboek tot de waarschuwende woorden zich niet te beroemen over de dag van morgen, omdat we niet weten wat de dag brengen zal. (Spr. 27:1) De apostel Jakobus heeft een vergelijkbare boodschap voor al te grootse plannenmakers: ‘U die niet weet wat morgen gebeuren zal, want hoe is uw leven? Het is immers een damp, die voor een korte tijd gezien wordt en daarna verdwijnt’. (Jak. 4:14) Jakobus zou geen bijbelschrijver zijn, als hij tegelijk ons de weg niet wees: ‘In plaats daarvan zou u moeten zeggen: Als de Heere, wil en wij leven, dan zullen wij dit of dat doen.’
De mens getekend
De beperktheid van onze kracht, de kwetsbaarheid van onze geest, de broosheid van onze gezondheid, het licht verstoorbare in allerlei relaties – het maakt dat een mens bij voorkeur geen fiere taal moet spreken. ‘Wij zijn van gisteren en weten niet,’ zegt Job. We raken hier een rode draad in het bijbelse spreken over de mens. Neem Prediker 10: ‘De dwaas maakt wel veel woorden; maar de mens weet niet wat het is dat geschieden zal; en wat na hem geschieden zal, wie zal het hem te kennen geven?’
Bij de wisseling van het jaar mogen die sombere tonen over het mensdom echter niet overheersen. Want als Psalm 102 erkent: ‘Mijn dagen zijn als een wegglijdende schaduw en ik verdor als gras’, volgt er direct: ‘Maar U, HEERE, blijft in eeuwigheid, de gedachtenis aan U van geslacht tot geslacht.’ Houvast vinden we daarom niet als we ons aan onszelf vastklemmen of aan onze geliefden, maar houvast wordt gevonden in de woorden van Psalm 100: ‘Weet dat de HEERE God is; Hij heeft ons gemaakt (en niet wij).’
Ds. H.G. Abma bedacht dat hij over honderd jaar slechts een naam zal zijn, zes letters op een predikantenbord, ‘wat aardrijkskunde en nietszeggende jaartallen’. Hij noemde het ‘stimulerend om onze tong beschikbaar te stellen voor het Woord Gods dat blijft’. Niet voor niets heet de biografie van hem Levend in het werk des Heeren!
Dienstknechten
Met dit Woord alleen gaat een mens een vaste koers, is hij verzekerd op een wijze die geen enkele maatschappij evenaart. Daarom kijken we in het laatste nummer van 2006 terug en constateren we als een genadegave van God dat Hij zijn Woord in ons midden gelaten heeft. Alleen wie daarbij leeft, beseft het bijzondere ervan.
Zijn Woord is in het midden van de gemeente opnieuw verkondigd. We denken daarbij aan degenen die God hiertoe geroepen had, maar die Hij in 2006 tot Zich geroepen heeft, die afgelost werden van hun post op aarde. Met respect en met dankbaarheid voor hun in de kerk verrichte arbeid noemen we hun namen:
ds. J. Batelaan, overleden op 9 januari (94 jaar);
dr. W.S. Hugo van Dalen, overleden op 10 juni (89 jaar);
ds. J.C. Stelwagen, overleden op 28 juli (89 jaar);
ds. A. Kastelein, overleden op 27 augustus (76 jaar);
ds. A. Kool, overleden op 24 oktober (79 jaar).
Zij mogen als getrouwe dienstknechten hun Meester nu in de hemel dienen.
Ontkerkelijking
Kijken we over onze schouder naar het jaar 2006, dan springt de tastbaar geworden ontkerkelijking direct in het oog. Tijdens de herdenking van het honderdjarig bestaan van de Gereformeerde Bond, op 22 april in de Utrechtse Jacobikerk, gaf dr. G. van den Brink het aan dat naast de evangelicalisering in de komende jaren vooral de secularisering van onze samenleving onze aandacht vraagt. De ontkerkelijking zet onverminderd door, terwijl tegelijk de rol van religie in het openbare leven sterker wordt. Het vorige week verschenen rapport Geloven in het publieke domein van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid meldt dat die religie zich vooral uit in een vorm die haaks staat op traditionele uitingen van geloof. Geen godsdienst die God centraal stelt, maar religie waarin de eigen inzichten van de mens bepalend zijn.
Mochten we nog twijfelen aan de betrouwbaarheid van alle signalen die in de richting van voortgaande ontkerkelijking wijzen, 2006 was het jaar van de grootschalige rapporten – in die zin past het vorige week uitgebrachte rapport in een lange rij. In juni verscheen vanuit de bijbelschool de Wittenberg Op kousenvoeten de kerk uit, een onderzoek naar de betrokkenheid van jongeren bij de kerk. Het onderzoek onder reformatorisch en evangelisch leerde ons dat van de tien betrókken jongeren er vier tussen hun twaalfde en 25e jaar de kerk verlaten. In concrete cijfers betekent dat negentig jongeren per week. Van de honderd jongeren die lid zijn van een protestantse kerk, zijn er na hun achttiende jaar nog 32 betrokken, terwijl het aantal ook daarna afneemt. De kerken bereiken met elkaar nog geen tien procent van de jongeren in Nederland.
Zoekende predikanten
Dit najaar bracht de IKON onder de titel God is een verhaal de resultaten naar buiten van een onderzoek naar de godsbeelden van predikanten. Ook van de inhoud daarvan gaat weinig bemoediging uit, als we zien dat een op de zes predikanten niet weet of er een God of hogere macht bestaat. Om maar zo dicht mogelijk bij huis te blijven, voor predikanten uit de vroegere Hervormde Kerk was dit zestien procent.
Hoe kan de kerk richtinggevend zijn, als een groot deel van de voorgangers een minder stellige, meer een zoekende instelling heeft? In ieder geval is de secularisatie, het niet meer van betekenis achten van het Woord van God cq. het christelijk geloof voor het gewone leven, ín de kerk volop aanwezig. Het moet de kerk brengen tot een grondige zelfanalyse, tot een positief verwoorden en uitdragen van haar belijden inzake de levende God.
Levensklimaat
Vrijwel in dezelfde tijd verscheen het onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau Godsdienstige veranderingen in Nederland. Over dertien jaar zal naar verwachting 72 procent van de Nederlanders buitenkerkelijk zijn. ‘Met enige voorzichtigheid’ stellen de onderzoekers dat Nederland een land van buitenkerkelijken zal worden met twee nog omvangrijke kerken of groepen: rooms-katholieken en moslims.
In 1997 kwam de EO ter gelegenheid van haar dertigjarig bestaan met het rapport De boodschap en de kloof, waarin getoond werd hoe postmoderne opvattingen inzake de visie op de Bijbel of allerlei ethische thema’s doorgedrongen zijn in orthodox-protestants Nederland. Voor het komend jaar kunnen we van de dan 40-jarige EO een vervolg verwachten, dat ongetwijfeld onze positie als christenen nader in beeld brengt, maar toch vooral ons tot de vraag brengt: Wat betekenen al deze gegevens voor ons, wat zegt ons het hele levensklimaat waarvan we zelf deel uitmaken?
Bijbel en cultuur
Wie hét antwoord op de voortgaande ontkerkelijking heeft, mag het zeggen. Dat antwoord wordt niet gevonden. Maar die constatering is niet het enige. Er zijn delen van de kerk, waarin de secularisatie al te onbevangen tegemoet wordt getreden, als zou er ook veel ballast verdwijnen. Ds. J.G. Offringa, voorzitter van het platform van predikanten Op goed gerucht, zei in september tijdens zijn debat met de voorzitter van de Gereformeerde Bond, ds. Kamphuis: ‘De secularisatie die wij al volop kennen in ons kerkelijk bestaan, staat nu ook bij jullie voor de deur. Laten we haar samen, met open vizier tegemoet treden.’ Ds. Offringa wijst dan de weg om de Bijbel in gesprek te laten zijn met onze tijd en cultuur. Hij gaat zo ver dat hij stelt dat ‘de Schrift pas echt tot leven komt, wanneer ze in gesprek raakt met deze tijd en cultuur’.
Zou het echter niet vooral op aankomen dat we de bóódschap van het Woord ter harte nemen? IZB-directeur ds. D.Ph.C. Looijen wees na de presentatie van het SCP-rapport die weg, erkennend dat we leven in een kanteling van de tijd: ‘We moeten ons verootmoedigen ten opzichte van God.’ De inhoud van het Woord, de verkondiging van het Woord in het concrete leven van mensen – is er een ander door God gegeven middel tot genezing, tot redding, tot verzoening? De vrijmoedige verkondiging van het evangelie – ook door de levens van gemeenteleden – is de weg die perspectief biedt.
Prediking en geloofsleven
Ik ga nog even terug naar de herdenkingsrede van dr. Van den Brink – per slot van rekening was 2006 ook het jaar van het honderdjarig bestaan van de Bond. Hij noemde de ontkerkelijking geen onontkoombaar noodlot, maar legde een relatie met prediking en geloofsleven. Ik citeer een wat langere maar belangwekkende passage:
‘Uit 100 jaar Gereformeerde Bond kunnen we leren hoezeer het erop aankomt dat die prediking dichtbij de Schrift en dichtbij het menselijk hart blijft. Ofwel: dat ze Schriftuurlijk-bevindelijk blijft. Dus dat de Bijbel echt aan het woord komt, en wel op zo’n manier dat vernieuwende kracht ervan ook daadwerkelijk ervaren wordt. Dan nog kunnen we de secularisatie bij tijden tot op onze botten voelen. Maar we blijven onze vragen dan onderdompelen in die van psalmisten en profeten, ze brengen ons niet los van God maar werpen ons des te meer op Hem terug.’
Kunnen we zo de overgang naar het nieuwe jaar niet maken? Hoe aangrijpend 2006 voor ons persoonlijk leven niet geweest is, welk gebrek aan samenhang we in onze samenleving niet constateerden, met welke vragen de kerk niet kan worstelen – het mag ons alles vooral op God terugwerpen. Dát bewaart ons voor negativiteit, voor isolement, maar laat ons zien dat de kerk de eeuwen door bewaard is vanwege de trouw van God.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 december 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 december 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's