De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Nog een keer: literatuur lezen?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Nog een keer: literatuur lezen?

10 minuten leestijd

Opmerkelijk was de afgelopen weken de aandacht voor literatuur in ons blad in de reeks Omgaan met literatuur. Vanwaar die aandacht, zou je kunnen denken, in een kerkelijk orgaan dat altijd theologische en kerkelijke vragen aan de orde stelt? Misschien omdat we een hoofdredacteur hebben die Nederlandse taal- en letterkunde heeft gestudeerd en in zijn vorige functie redacteur cultuur was bij het Reformatorisch Dagblad? Dat zal niet de enige reden zijn.
Er is binnen de reformatorische wereld meer aandacht gekomen voor die andere wereld die we altijd met argusogen bekeken en zo ver mogelijk bij ons vandaan hielden. Die confrontatie met de moderne cultuur vraagt om begeleiding vanuit bijbels standpunt.
September 2005 was prof.dr. A. van de Beek door de directie van De Driestar in Gouda uitgenodigd om voor haar pabo-studenten te spreken over het lezen van moderne literatuur. Hij was daar zeer negatief over. Ik citeer één regel uit zijn verhaal: ‘Wie het oog niet voortdurend gevestigd houdt op Christus, moet geen letter lezen in een roman.’ In dezelfde samenkomst stelde literatuurcriticus Tjerk de Reus precies het tegenovergestelde: lezen van literatuur is nodig voor je maatschappelijke en culturele vorming.

Op 7 oktober 2006 organiseerde het Reformatorisch Dagblad, de Christelijke Hogeschool De Driestar en boekhandel Smit in Gouda een literatuurdag. Een van de sprekers was Enny de Bruijn, redacteur cultuur bij het RD. Haar bijdrage gaf ze als titel mee Dwalen in een donker woud – Literatuur als bedreiging en uitdaging voor de christelijke lezer. Onlangs verscheen de complete tekst van haar interessante lezing in Onder Woorden, een uitgave van het Christelijk Literair Overleg (25e aflevering, december 2006). In aanvulling op de genoemde reeks artikelen in ons blad wil ik een aantal citaten uit deze lezing doorgeven. De Bruijn stelt dat het debat tussen Van de Beek en De Reus precies weergeeft hoe er altijd onder christenen is gediscussieerd over deelname aan de cultuur, in dit geval aan de literatuur:

Literatuur heeft een verderfelijke invloed.
Literatuur is ijdel vermaak.
Literatuur is een middel om de wereld te leren kennen.
Literatuur is een wapen in de strijd om de ongelovige medemens te bereiken.
Literatuur vormt je op een positieve manier.
Van literatuur mag je genieten.
Van literatuur moet je afstand houden. En daarbij gaat het altijd weer om het grote spanningsveld tussen vreemdelingschap en cultuuropdracht, mijding en wijding.

Enny de Bruijn heeft haar lezing via zes stellingen geordend. De eerste stelling luidt: Literatuur is een bijzondere scheppingsgave. Ik citeer twee fragmenten uit dat onderdeel.

Dat vergeten we vaak in het vuur van de discussie, maar het vermogen tot verbeelding, het vermogen tot verhalen vertellen, het vermogen tot het spelen met woorden is natuurlijk iets moois, iets waardevols. Ik neem aan dat u met mij die ervaring deelt, van helemaal verwonderd of ontroerd te kunnen zijn over de schoonheid, de zeggingskracht, de diepte van een gedicht of een verhaal. (…..)

Dat is dus wat literatuur te bieden heeft. Literatuur vergroot je gevoel voor schoonheid, literatuur verdiept je emoties, literatuur maakt dat je je kennis en inzichten en levenservaring kunt uitbreiden, literatuur bevordert het inlevingsvermogen in andere mensen, literatuur houd je een spiegel voor, confronteert je genadeloos met jezelf. En dat zijn toch allemaal zaken die nodig zijn voor een goede ontwikkeling tot een volwassen mens.

Maar dat alles is natuurlijk vanuit het ideaal geredeneerd, de werkelijkheid ziet er vaak een beetje anders uit. Je kunt wel zeggen – in de beste reformatorische traditie trouwens – dat de gaven die God bij de schepping in de mens gelegd heeft, in de kunst helder kunnen schijnen, maar er is natuurlijk ook een andere kant. Als je reformatorische traditie recht wilt doen, moet je ook zeggen: het menselijke verstand, de wil, de emoties en de verbeelding – allemaal zijn ze even bedorven door de zonde.

De tweede stelling is: Literatuur kan een gevaarlijke verleiding vormen. Het gaat in romans en gedichten en toneelstukken altijd over ideeën en gevoelens van mensen en daarom, aldus De Bruijn, zijn die nooit waardevrij.

Hoe je het ook wendt of keert, in de toonaangevende literatuur van het moment zijn er maar weinig sporen van het christelijke gedachtegoed te vinden. Integendeel, heel vaak tref je juist een wereldbeeld aan dat daar echt haaks op staat.
Wanneer je dus als christelijke lezer een boek van Arnon Grunberg, van Harry Mulisch of van Mensje van Keulen ter hand neemt, word je geconfronteerd met van alles wat totaal niet te rijmen valt met het christelijke wereldbeeld: aanstootgevend taalgebruik, amoreel gedrag van de hoofdpersonen, relativisme, postmoderne leegte. Als lezer treed je daarmee ‘een wereld binnen die niet de wereld van Christus is’, zoals prof. Van de Beek het zo treffend formuleerde, met het risico dat je daardoor beschadigd raakt.(…)

Van sommige boeken weet je van te voren zeker dat dit zo werkt – en als dat zo is, zou ik er niet aan beginnen. Maar heel vaak weet je dat niet, aarzel je daarover. En dat is dan het punt waarop de meningen uiteengaan. De een zegt: Niet lezen, al die seculiere boeken! De ander zegt: Juist wél lezen, dergelijke boeken! En voor beide meningen vallen de nodige argumenten te geven. Ik denk dat iedereen die keus heel persoonlijk zal moeten maken, maar het is goed om daarbij voor jezelf na te gaan: Met welk doel lees ik?

Ik wil ook nog iets citeren uit wat ze zegt onder een vierde stelling: De lezer, niet het boek, vormt het grootste risico. Of, zoals onder ons vaak is gezegd, de wereld is niet slechts een grootheid buiten ons. Maar die zit in ons hart, binnen in ons.

Onbijbelse ideeën van een schrijver kunnen alleen maar invloed hebben als de lezer, diep in zijn hart, zélf al fundamentele twijfels en vragen koestert. Daarom is het ook zo lastig om de risico’s voor een ander te beoordelen – eigenlijk kun je dat alleen maar goed voor jezelf. (…)
Neem Siebelinks ‘Knielen op een bed violen’, ook daarbij maakt het nogal verschil hoe je leest. Als historicus of theoloog denk je: klopt het wel met de historische werkelijkheid, doet Siebelink de geloofsbeleving van deze hele bevindelijke groepering wel recht? Maar als literatuurwetenschapper vind je die vragen niet zo belangrijk, een roman wil immers juist niet het algemeen geldende beschrijven, maar diep afdalen in één uniek geval. Wie zélf problemen met het geloof van zijn ouders heeft gehad, leest anders dan wie er slechts een soort nostalgische vertedering bij voelt. En wie zélf liefst met een grote boog om de ingewikkelde knoop van psychologie en geloof heenloopt, vindt het ongetwijfeld bedreigender dan wie gewoon erkent dat geloofsbeleving en psychologie wel degelijk iets met elkaar te maken hebben.
Kortom, iedere leeservaring begint altijd allereerst met zelfkennis. Pas als je je eigen zwakke plekken kent, weet je waar je grootste risico’s zitten.

Ten slotte citeer ik nog een fragment uit wat te lezen valt onder stelling vijf: Grenzen zijn nodig. De Bruijn bedoelt: Er zijn boeken waarvan je al van tevoren weet dat ze schadelijk zijn. Ze denkt dan zelf aan het werk van de onlangs overleden Gerard Reve.

Je kunt in theorie een lijstje opstellen met richtlijnen. ‘De eeuwen door zijn christenen vooral op drie terreinen alert geweest: godslastering, erotiek en occultisme.
Wanneer een schrijver uitdrukkelijk spot met het heiligste, wanneer hij normloosheid predikt, wanneer hij zich verlustigt in de wereld van geesten en demonen, dan is afstand houden het parool.’ Toch ligt het ook weer niet zo simpel als het lijkt, geeft De Bruijn toe. Ik citeer wat ze over grenzen zegt: ‘Grenzen worden namelijk – behalve door bijbelse normen en door het persoonlijk geweten van de lezer – óók bepaald door leeftijd, kennis, opleiding en maatschappelijke positie. Een kind van twaalf, een bouwvakker, een tandarts, zal anders met dit soort vragen omgaan dan een arts, een predikant, een docent.’
Dus de vraag blijft: hoe ver ga je als lezer op je ontdekkingsreis? Er bestaat een groot verschil tussen lezers en schrijvers – maar al te vaak worden discussies over literatuur vanuit het standpunt van de schrijver gevoerd, en dat is iets heel anders. Als schrijver heb je grotere verantwoordelijkheden, als schrijver ben je verplicht je eigen visie aan de wereld te laten zien. Maar als lezer ben je veel passiever, ga je met boeken om zoals je ook met mensen kunt omgaan: sommigen wil je beter leren kennen, anderen niet. En je wilt best met allerlei mensen praten, zonder dat je zelf ook zoals die mensen wilt zijn. Het getuigt van moed als je een gesprek niet bij voorbaat afwijst, als je de discussie wilt aangaan. Maar het getuigt ook van moed als je een vruchteloos of schadelijk gesprek beëindigt. Het gaat dus om onderscheidingsvermogen, de wijsheid, om het verschil tussen die twee situaties te zien.

Ten slotte kan ik helemaal instemmen met het dilemma waarmee ze haar toespraak afsloot: ‘Literatuur is machtig, verrijkend, vormend. Literatuur is onrustbrengend, verderfzaaiend, gevaarlijk. En dat is allebei waar.’
Wie belangstelling heeft gekregen om de complete toespraak van Enny de Bruijn te lezen, verwijs ik naar de website van het Christelijk Literair Overleg: www.chroom.net/clo.

Literatuur en hoop
In de laatste aflevering van het maandblad CV.Koers (december 2006) vraagt Tjerk de Reus in zijn rubriek Kunst & Cultuur literair gezien onder andere aandacht voor het boek The gift of story, een bundel opstellen van Amerikaanse literatuurwetenschappers over hoop in de moderne literatuur. Ik citeer uit dat artikel een fragment, omdat het ook weer alles te maken heeft met ons thema.

Het is natuurlijk zo klaar als een klontje dat de hedendaagse, seculiere literatuur niets wil weten van Gods liefde. Dat geven de samenstellers van het boek ook grif toe. Maar ondanks dat is er veel gaande op het veld van de literatuur. Er zijn diep gevoelde verlangens, die zich laten gelden in weerwil van de granieten seculiere standpunten van auteurs. Er is een soort van blinde hoop die zich uitstrekt naar een onbekende God. De mens van vandaag, met de eeuwen van Verlichting achter de rug, weet zich verloren in het bestaan. Hij mist een helder besef van bedoeling van zijn leven. Die verlorenheid is een signaal van verlangen naar de oorspronkelijke heelheid die er was in de relatie met God.
Dat de moderne mens in de hedendaagse literatuur daar ver vandaan is, mag duidelijk zijn.
Er loopt ook geen rechte lijn van de menselijke verlangens naar de goddelijke vervulling. Maar een mens blijft een mens, met een onrustig hart. Zouden mensen daarom verhalen vertellen, romans ‘verzinnen’, gedichten schrijven? In The gift of story wordt de Amerikaanse denker Andrew Delbanco geciteerd, die stelt dat mensen verhalen schrijven en vertellen om ‘het melancholische besef dat je leeft in een betekenisloze wereld, van je af te houden’. Dat is een mooie gedachte. Verhalen scheppen een betekenis, onthullen een zinsverband. Als je een fundamentele levensoriëntatie mist omdat je nu eenmaal agnost of atheïst bent, is het een troost wanneer je betekenis of ‘zin’ aantreft in een verhaal of een roman. Het kan al genoeg zijn je begrepen te voelen in je vragen en verlegenheden.

Ook kan een reden zijn om literatuur ter hand te nemen: om te ontdekken dat ook de geseculariseerde medemens zoekt naar tekenen van hoop in een vaak hopeloze wereld.

Al tien jaar kennen we een christelijk literair tijdschrift Liter genaamd. Het is qua niveau wel een blad voor de echte liefhebber. Maar wie de moeite neemt elk kwartaal kennis te nemen van de inhoud, verrijkt zichzelf beslist. Omdat ‘Liter’ in 2007 tien jaar bestaat, is er voor nieuwe abonnees een actie. Wie zich voor 15 januari aanmeldt, die betaalt geen € 33,00 maar slechts € 25,00. Ben je student, dan betaal je maar € 20,00 op vertoon van je studentenkaart. Viermaal per jaar verschijnt ‘Liter’ als paperback van 80 bladzijden. Mail naar de abonnementenadministratie van Liter op gerrie.wildeman@planet.nl of schrijf naar Vroesenlaan 29-a, 3039 DV Rotterdam.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 januari 2007

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Nog een keer: literatuur lezen?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 januari 2007

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's