Gemeenschappelijke kennis nodig
Wim Verboom. Ambassadeur van de catechese [ 1 ]
Aan het einde van zijn afscheidscollege constateerde prof. W. Verboom in de kerk een ontstellend gebrek aan kennis over Bijbel en geloof. Het roer moet om, zo riep hij het moderamen van de Protestantse Kerk toe. Dr. B. Plaisier reageert namens het moderamen.
Bij het afscheid van prof. W. Verboom verscheen een zeer lezenswaardige bundel onder de titel Wim Verboom. Ambassadeur van de catechese. Het boek geeft een mooi inzicht in het werk en de betekenis van Verboom op het gebied van catechese. Dr. Van Campen geeft een schets van het vele werk dat prof. Verboom op het terrein van de catechese heeft verricht. De afgelopen jaren deed hij dit aan de universiteit van Leiden. Daarvoor had hij zich zowel praktisch als theologisch op dit terrein gekwalificeerd. Catechese is met recht de liefde van zijn hart te noemen. Bij alles merken we hoe gepassioneerd hij is om jongeren bij Christus te brengen. Dat werkt aanstekelijk. Dat hebben we juist op dit terrein nodig!
Toegankelijke introductie
In dit boek gaan enigen van zijn vroegere collega’s met hem in discussie over zijn visie op catechese, over de waarde van ‘bevindelijke catechese’ en de wijze waarop Verboom rekening houdt met de context waarin jongeren leven.
Wat prof. Evert Jonker hierover opmerkt, snijdt hout en is waard om verder doordacht te worden. Hij vraagt zich af of – als het waar is dat de catechese in onze kerk in de crisis verkeert – de situatie van de jongeren niet veel meer moet meeklinken. Wat nemen zij eigenlijk op van wat hen verteld wordt? Is er niet sprake van een soort onvermogen om de kennis die zij meekregen toe te passen in hun veelal druk bezet leven? Zij verlangen naar beleving en ervaring, maar hoe kan dit met de kennis die hen vanuit de traditie wordt aangereikt? Op dit punt maken de collega’s van Verboom een aantal steekhoudende opmerkingen. Daarmee kunnen we onze winst doen. Ook daarom is dit boek een zeer toegankelijke introductie tot het catechetisch werk.
Geloof, gebod, gebed
In het slothoofdstuk komt Verboom zelf aan het woord. Zijn afscheidscollege bevat een schat aan informatie over de ontwikkeling van de catechese in de twintigste eeuw. Met veel kennis en invoelingsvermogen beschrijft hij de veranderingen die hebben plaatsgevonden en wijst hij op datgene wat onopgeefbaar is. Zijn evaluatie is van zeer groot belang en loopt uit op zijn verzuchting dat er in onze kerk een ontstellend gebrek aan kennis is als het gaat om Bijbel en geloof. Daarmee staat de identiteit van de kerk op het spel. Hij zegt tegen de synode van de kerk: ‘Het roer moet om. Kennis, het verwerven van basiskennis, dient in ere hersteld te worden, te beginnen met de kinderen.’ Daarbij pleit hij voor een nauwe verbinding tussen verstand, wil en gevoel. De noodzakelijke kennis van Bijbel en traditie dient net als het patroon van schering en inslag verweven te worden met de ervaringen van de jongeren. Verboom denkt daarbij ook aan een catechese die al met de kinderjaren begint en waar stap voor stap op wordt verder gebouwd. Zo pleit hij voor het uit het hoofd leren van de basisstukken van het christelijk geloof. De drie klassieke g’s – geloof, gebod en gebed – dienen met de kennis van de Bijbel een centrale rol te spelen. Er staat veel op het spel. Wil de kerk niet uiteenvallen, wil ieder niet op zijn eigen persoonlijke wijze aan het geloof vorm gaan geven (een gevaar dat juist nu de kerk bedreigt), dan moet er gemeenschappelijke kennis zijn.
Bijbelse verhalen
Voorwaar een dringende – en wat mij betreft – noodzakelijke oproep, die we als kerk slechts tot grote schade van het kerkelijk en geestelijk leven naast ons neer kunnen leggen. Onze kinderen moeten (meer) leren over en vanuit de bijbelse verhalen. Anders is er, wanneer zij ouder worden, geen cognitief referentiekader meer beschikbaar om geloofs- en levensvragen te kunnen worden ‘beantwoorden’ en ‘interpreteren’.
Toch blijven de vragen die ook de collega’s van Verboom hem stelden, me door het hoofd spelen. Verboom heeft minder aandacht voor twee essentiële zaken dan ik gedacht had: de ontwikkelingen in de tijd en in leeftijd.
• De toenemende individualisering in onze cultuur en ons aller beleving heeft grote gevolgen voor de manier van leren. Ook de betrokkenheid van kinderen en jongeren bij het aanbod dat voor hen vanuit de kerk wordt georganiseerd, wordt hierdoor sterk bepaald. Zo zal naar mijn mening een doorlopende catechese vaak niet meer haalbaar zijn. Om hieraan tegemoet te komen, worden op dit moment in onze kerk ook kortlopende projecten in de catechese aangereikt (zie bv. de methode Provider).
• In het aanbod van de kerk dient de geloofsontwikkeling in verschillende leeftijdsfasen te worden verdisconteerd. Voor 10- tot 12-jarigen is een aanbod gericht op cognitieve kennis inderdaad een prima doel. Op latere leeftijd is ‘etalage voor identificatie’, ‘consumptie’, ‘beleving’ (12-15 jaar), ‘meningsvorming’, ‘uitwisseling’ en ‘identiteitsvorming’ (15 plus) weer belangrijker. Ik ben van mening dat voor jongvolwassenen doorlopend catechese-aanbod niet aantrekkelijk is en dat naar andere wegen gezocht moet worden. Hier zou catechetisch materiaal ontwikkeld moeten worden dat is gericht op ‘kruispuntmomenten’ (rond bv. huwelijk en doop van kinderen). In die leeftijdsfase is vooral ‘gelegenheidscatechese’ gewenst.
Vergezellen
Wat doet de Protestantse Kerk op dit moment al? Er is veel aan het veranderen. Zo worden in JOP – de nieuwe jeugdorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland – alle vormen van jeugdwerk bekeken en ontwikkeld vanuit de benadering van het vergezellen. Daarmee wordt bedoeld dat grote nadruk gelegd wordt op een goede relatie tussen volwassene en kind, tiener en jongere.
In de vergezelbenadering kan kennis van het geloof en de kerkelijke traditie nooit bemiddeld worden zonder dat dit ‘in relatie’ gebeurt. Ingezet wordt bij de vragen van het kind, de tiener en de jongere zelf. ‘Antwoorden’ worden gezocht door de tieners en de jongeren te helpen om de juiste vragen te stellen. Daarbij spelen hun eigen achtergrond en ervaringen ten aanzien van het geloof en de kerkelijke traditie een belangrijke rol. Zonder een wederzijdse relatie kan het niet.
In de gemeente
Die relatie krijgt vorm in de context van de gemeente, die is verzameld rondom het Woord. Met de woorden van de visienota van de Protestantse Kerk Leren leven van de verwondering: ‘Het Woord is de oorsprong van de kerk, de grond onder haar voeten, haar grootste vreugde en vaste hoop voor de toekomst. (…) Daarom kan zij het niet laten om het Woord dat haar is geschonken, door te vertellen.’ De uitdaging van deze tijd is deze bron te verbinden met het specifiek persoonlijke van ieder mens – ook met die van moderne jongeren. De Here God zoekt hem of haar op, wil een antwoord, wil het leven veranderen en hem of haar gebruiken voor zijn dienst. Dat gebeurt in de gemeente: de Heilige Geest is niet voor niets uitgestort op de gemeenschap.
Blijvend en belangrijk
Catechese is een belangrijk aandachtspunt binnen JOP. Waar JOP voor staat, zien we uit de visie van JOP en die krijgt ook weer vorm in catechesematerialen en catecheseondersteuning. De visie van JOP is pas geleden zo verwoord:
(1.) JOP gelooft in God;
(2.) JOP gelooft in jongeren en
(3.) JOP gelooft dat God een relatie wil met jongeren.
Met dit werk van onze nieuwe jeugdorganisatie, die geleid wordt door Harmen van Wijnen (die ook directeur is van de HGJB), krijgt ook catechese een blijvende en belangrijke rol. En dit alles met de bedoeling om kinderen en jongeren de relatie tussen God en de jongeren te laten ontdekken.
Catechese is onopgeefbaar.
Ook is duidelijk dat de wijze van invulling altijd heel creatief moet zijn: in het omgaan met de mogelijkheden die uit de leef- en belevingswereld van de jongeren zelf worden aangetroffen. Niet voor niets sprak de kerk in haar visienota uit: ‘Jeugd en jongeren krijgen alle ruimte om te zoeken naar nieuwe vormen van kerk-zijn, om Christus te leren kennen en te groeien in geloof.’ Om die reden heeft het moderamen besloten om op de synodevergadering van het najaar 2007 de catechese specifiek aan de orde te stellen. Het zou wel eens kunnen zijn dat de vurige wens van prof. Verboom dan al een beetje vorm gaat krijgen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 januari 2007
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 januari 2007
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's