De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Niet leerstelliger dan God

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Niet leerstelliger dan God

Biografie ds. H.G. Abma verschenen

8 minuten leestijd

Komt de levensbeschrijving van predikanten ook in de kring van de Gereformeerde Bond in beeld? Na (heel diverse) biografieën van ds. W.L. Tukker, ds. I. Kievit en ds. G. Boer verscheen 'Levend in het werk des Heeren', een geschreven portret van ds. H.G. Abma, onze dominee in de politiek.

Ondergetekende, geboren aan het begin van de jaren zestig, zal tot de generatie behoren die bij ontwakend politiek en maatschappelijk bewustzijn ds. H.G. Abma nog tijdens zijn actieve politieke loopbaan heeft meegemaakt. In de groene bankjes zat de SGP-fractievoorzitter bij zijn partijgenoten H. van Rossum en C N. van Dis en zijn politieke vrienden van het GPV, P. Jongeling en A.J. Verbrugh. Zo uitzonderlijk was het niet, een dominee in de politiek. Tot voor enige jaren kende de fractie van GroenLinks in de jong overleden ds. Ab Harrewijn een predikant-kamerlid. Bekender is voor parlementaire historici de sociaal-democraat ds. Domela Nieuwenhuis. Verschil is wel dat ds. Abma zichzelf voor alles kind en knecht van God bleef, zoals deze passage uit zijn dagboek leert: ‘Met genoegen de laatste weken gepreekt. Geestelijk leven lijdt niet onder het publieke. Wordt verdiept, verrijkt. Wat zal het nieuwe jaar brengen? Het kan zoveel zijn – dichter naar het einde, laat het wezen. Telkens dichter bij God.’

Genade
Wat is dat in hervormd-gereformeerde kring, die blijkbaar aanwezige behoefte om het werk van het hervormd-gereformeerde voorgeslacht vast te leggen? Waar de dominee samen met dokter en notaris zijn vanzelfsprekende aanzien is kwijt geraakt, komen ze in levensbeschrijvingen in beeld. Nu zijn dit geen uitgaven met een hoog anekdotisch gehalte of met titels als Het wonderlijkste wonder of Het uitnemendste bevel, maar boeken waarin de theologische nalatenschap van ons voorgeslacht belicht wordt. Ik zie de beginnende trend als een verlangen om vast te houden – en om zelf in onze huidige context toe te passen! – waar het de hervormd-gereformeerde beweging vooral om ging, in de gemeenten en de kerk, inzake het leven uit Gods verbond en beloften, in de samenleving ook. Laat ik vooraf de conclusie noemen: ds. Abma komt ons in deze uitgave heel dichtbij, omdat de lezer in zijn hart kijkt. Daaraan zijn de vele dagboekcitaten dienstbaar, evenals het feit dat zijn roeping als dienaar van het Woord en zijn motivatie inzake allerlei politieke besluiten belicht worden. Hij wordt een mens die dichtbij je staat, vooral: een mens die leeft voor Gods aangezicht, die werkt nadat hij gebeden heeft. In de goede zin van het woord: je gaat van deze man houden, vooral waar hij meer en meer leert wat genade inhoudt.

Met God wandelen
Vormendienst (dat is iets anders dan de vormen zelf!) is iets waarvan de jonge Abma zich al distantieert. Waarom? Omdat hij ervaart dat God er niet in is. Als negentienjarige schrijft hij: ‘Ik word weggedreven van mensen, al zijn ze nog zo godzalig en de oude schrijvers werp ik van mij, niet uit moderne overwegingen, maar om een onverklaarbaar gevoel van wrevel, omdat ik die dingen zo leeg vind. Toch geloof ik dat ik Sion dat boven is, zoek.’ Een paar jaar later schrijft hij in zijn dagboek: ‘Hoeveel heilige intimiteit. Hoe wordt in dit woord het schril contrast getekend met onze vormelijke godsdienst. Dat is: handelen met God. (…) Heere, geef toch dat wij wandelaars gevonden worden op ’t pad ten leven, waar Gij met hen gaat.’ En later: ‘O, dat we niet leerstelliger worden dan God, Die het Leven is, de Waarheid en de Weg.’
Ook als predikant zoekt ds. Abma wat waarde houdt, als het in ons leven gaat spannen. Zo schrijft hij over een vrouw uit zijn derde gemeente, Delfshaven: ‘Ze drinkt de prediking in. Ze doorziet veel wat niet echt is. De meesten laten zich bedriegen, velen klemmen zich in hun verlegenheid vast aan vormen. Er is een instinctmatige afkeer van het ware leven. De mens wil gewiegd worden.’

Kerkje spelen
Wie doorziet dat hier de spits van ds. Abma’s pastorale werk ligt, gaat zijn opstelling en optreden begrijpen en respecteren. Maar dat moet je dan wel doorzien. Dat werd niet gedaan door de redactie van het SGP-partijblad De Banier, die de eerste meditaties van hem weigert, nadat hij in 1956 lid van het SGP-hoofdbestuur werd. In deze meditaties over de eer van God: ‘Als men een beetje zelfkennis ter beschikking heeft en men heeft de ogen niet in de zak, dan kan men gemakkelijk ontwaren dat al ons vroom gedoe, al ons kerkje spelen veelal weinig anders is dan een godonterende jacht op eer en roem.’ In dat kader staat ook de fraaie Abma-zin: ‘Een leergeschil is het zondagse pakje van een erezaak.’
Ds. Abma beseft dat hiermee de spanning getekend is waarmee zijn ambtelijke werk vergezeld gaat. Na de drie jaren in Driesum, zijn eerste gemeente, schrijft hij: ‘Er was geen openlijk verzet, maar een zwijgende tegenzin. Misschien was mijn aanval op de consciëntie soms ook wel eens wat al te fors!’ Hiermee behoort ds. Abma echter evenmin tot de progressieven. ‘We zijn niet verzot op nieuwigheid, maar evenmin verslaafd aan oude vormen’, schrijft hij als de gemeente Delfshaven besluit tot ritmisch zingen. ‘Laten we bidden dat we in ’t principiële onwrikbaar stand houden’, al beseft hij dat we op onze oude dag moeilijk uit een huisje te trekken zijn waar we lang in gewoond hebben.

IZB-bestuurder
Het is opvallend dat we deze discussie ook tegenkomen rond het bestuurslidmaatschap in de jaren vijftig en zestig van de IZB, waarvan veel jaren als voorzitter. Bij de komst van het blad Echo in 1953 schrijft ds. A. Vroegindeweij, redacteur van het Gereformeerd Weekblad: ‘Naar mijn mening moet men niet gewild modern doen, zoals in sommige artikelen naarvoren komt, maar op een eenvoudige wijze de mens herinneren aan zijn nood en eenzaamheid en ellende buiten God, om hem te wijzen op de Heere Jezus.’ Ds. Abma gaat een jaar later in een brief aan de kerkenraden op de gehoorde kritiek in: ‘We hebben kritiek genoeg op duizend-en-één manieren waarop geëvangeliseerd wordt, maar alle kritiek is goedkoop en schijnheilig, zolang we zelf geen positieve bijdrage leveren. (…) Waarom is er in tal van gemeenten geen evangelisatiecommissie?’

Koers van Kersten en Zandt
We zullen ons ds. Abma vooral blijven herinneren als SGP-kamerlid, de partij bij wier beginselen hij zich thuis voelde, maar waarmee de relatie ook moeizaam geweest is. Een deel van de partij was er niet zeker van of ds. Abma de koers van voorgangers als Kersten en Zandt zou doorzetten. De kritiek van bezwaarde SGP'ers, verenigd in een landelijke stichting tot handhaving van de staatkundig-gereformeerde beginselen, ging zover dat het niet alleen het beleid raakt, maar dat ds. Abma als een vijand van Gods volk gezien wordt. Hoe onheus dit geweest is, blijkt uit het slot van de brief waarmee ds. Abma in 1961 het voorzitterschap op zich neemt: ‘Dominee Zandt placht zich zo menigmaal aan te bevelen in de voorbede, inzonderheid van degenen die bidden geleerd hadden.’
Het is een kwetsbaar, maar ook eerlijk en royaal gebaar geweest dat de huidige SGP-leider, ir. Van der Vlies, toen vier jaar geleden de partijredes van ds. Abma in druk verschenen zijn, namens de gehele partij aan de fam. Abma excuses heeft aangeboden voor de bejegening van ds. Abma – overigens een feit dat in dit boek ontbreekt. Dat biedt voor alle betrokkenen, ook voor hervormd-gereformeerden die in de SGP participeren, ruimte om zich op de toekomst te richten. In die toekomst gaat het om christelijke politiek. En tot de erfenis die ds. Abma naliet, hoort ook datgene wat hij hierover zei, namelijk dat het in de christelijke politiek gaat om het belijden van de Naam des Heeren. Dagblad Trouw schreef bij zijn terugtreden als hoofdbestuurslid: ‘Abma had de gave om de theocratische visie, zoals die op vele plaatsen in de belijdenisgeschriften naarvoren komt, doorzichtig te maken voor onze verwarde tijd.’ En dat betekent naast getuigenis ook het uitgebreid en nauwlettend bestuderen van allerlei thema’s. Laten liberale kamerleden en organisaties die de ruimte voor het publiek belijden van een christelijke levensovertuiging willen afsnoeren, er kennis van nemen dat oud-premier Lubbers na het overlijden van ds. Abma hem als ‘hartelijk en democratisch’ typeerde.

Missionair politicus
De waarde van deze door de oud-archivaris van de Goudse hervormde gemeente mevr. H.A. van Dolder-de Wit geschreven biografie, wordt verhoogd door twee boeiende bijdragen, van dr.ir. J. van der Graaf over ds. Abma als theoloog (‘Abma wordt niet moede om wet en evangelie dicht bijeen te houden’) en van mr. G. Holdijk over ds. Abma als missionair politicus (‘De onverzwakte nadruk op wederkeer tot de Heere en Zijn geboden als voorwaarde voor waarachtig welzijn van land en volk is de rechtvaardiging van ons zelfstandig politiek optreden’).

Dit rijke boek over een man die ondanks veel contacten, ook wist van eenzaamheid, heeft het respect voor ds. Abma doen toenemen. Laat zijn leven werk allen die anno 2007 bij de christelijke politiek betrokken zijn, mogen inspireren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 2007

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Niet leerstelliger dan God

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 2007

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's