Al het vee?
BIJBELTEKST BEGREPEN
Ook al gelooft iemand de Schrift van ‘kaft tot kaft’, dat betekent niet dat er zich bij het bijbellezen geen moeilijkheden kunnen voordoen, zo is de ervaring van een lezer. Hij leest in Exodus 9:6: ‘En al het vee der Egyptenaren stierf.’ Het gaat daar over de vijfde plaag, de veepest. De vraag is nu: klopt dit wel, want later in dit hoofdstuk lezen we weer van het vee van de Egyptenaren (verzen 10 en 19). En weer een aantal hoofdstukken verderop lezen we bij de tiende plaag dat alle eerstgeborenen van mens en vee gedood zullen worden (11:5). En toen de Israëlieten uit Egypte gegaan waren, achtervolgde de Farao hen met zeshonderd wagens met paarden ervoor (hfdst. 14). Is ‘al het vee’ bij de vijfde plaag wel gestorven? Of heeft er zoveel tijd tussen de vijfde en de tiende plaag gezeten dat het vee zich weer heeft kunnen vermenigvuldigen?
Het lijkt inderdaad een tegenstrijdigheid te zijn. Aan de ene kant lezen we dat al het vee stierf en aan de andere kant blijkt dat er nog vee, waaronder paarden, in leven zijn gebleven. Is deze moeilijkheid op te lossen? In de eerste plaats kunnen we erop wijzen dat er in vers drie staat: ‘Zie, de hand des Heeren zal zijn over uw vee, dat in het veld is, over de paarden, over de ezelen, over de kemelen, over de runderen, en over het kleinvee, door een zeer zware pestilentie.’ Het gaat bij deze plaag over het vee, dat in het veld is. Het vee dat binnen stond, is blijkbaar niet getroffen.
In de tweede plaats – verschillende verklaarders wijzen daar ook op – hebben we wanneer hier gesproken wordt over ‘al het vee’, te maken met een stijlfiguur, waarbij het geheel in de plaats van een deel wordt genoemd. ‘Al’ heeft dan de betekenis van ‘veel of zeer veel’. In de derde plaats heeft het Hebreeuwse woord ‘kol’ naast de betekenis ‘al’ ook de betekenis ‘allerlei’. We komen dit ook tegen in Genesis 2:9, waar we lezen: ‘En de HEERE God had alle geboomte uit het aardrijk doen spruiten, begeerlijk voor het gezicht, en goed tot spijze.’ Alle geboomte heeft de betekenis van allerlei geboomte. Dan kunnen we hier ook lezen: ‘En allerlei vee van de Egyptenaren stierf.’ Dus niet al het vee. Deze verklaringen laten wel zien, hoe het mogelijk geweest is dat er na deze plaag toch nog vee over was, waaronder (een deel van) de paarden van de Farao.
Hoelang heeft er gezeten tussen de vijfde en de tiende plaag? Waarschijnlijk maar een paar maanden. Veel uitleggers menen dat de zevende plaag, de hagel, in onze maand februari heeft plaatsgevonden. De vijfde plaag, de veepest, in januari. We weten dat de tiende plaag in de maande abib of nisan plaatsvond, dat is onze maand maart/april. Nu, dan is het duidelijk dat in een aantal weken het vee zich niet heeft kunnen vermenigvuldigen. Wel is mogelijk dat de Farao in deze weken paarden geïmporteerd heeft.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 januari 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's