Gericht op relatie met God
KERK EN CHARISMA. NIEUWE INZICHTEN? [ 1 ]
De laatstgehouden conferentie van het Contactorgaan Gereformeerde Gezindte had als onderwerp Gaven van de Geest – niet los verkrijgbaar. Prof. J.W. Maris hield er een referaat over nieuwe inzichten met betrekking tot kerk en charisma. De inhoud daarvan plaatsen we in drie afleveringen.
Met een vloed van boeken, artikelen, conferenties en een aanbod van recepten voor een rijker geestelijk leven wordt in onze dagen breed uitgedragen dat de kerk, en in concreto de kerk van de Reformatie, te lang heeft geleefd in een toestand van Geistvergessenheit, en dat het tijd wordt voor nieuwe aandacht voor de Heilige Geest. Nu is dat op zichzelf niet nieuw. In de Middeleeuwen riep Joachim van Fiore: ‘De tijd van de Vader en de Zoon is voorbij, en de tijd van de Geest is aangebroken.’ Spiritualistische predikers in de eeuw en aan de rand van de Reformatie waren uit op hetzelfde. In de jaren negentig van de vorige eeuw meende M. Parmentier bij zijn aantreden op de leerstoel voor charismatische theologie aan de Vrije Universiteit dat Joachim van Fiore wel een punt had en dat het ook in onze dagen hoog tijd wordt voor de Geest. Te lang is de kerk blijven staan bij een christocentrische overtuiging als grondslag voor het leven van de gemeente en van de gelovige.
Het lijkt alsof na de pinksterbeweging, die haar zegetocht een eeuw geleden begon vanuit Los Angeles, en na de charismatische opschudding van het bed van de kerk in de jaren zestig – eerst onder protestanten, later ook in de Rooms-Katholieke Kerk – er nu een charismatische intocht in de orthodox-gereformeerde kerken wordt ingezet. Gereformeerde-bonders, vrijgemaakt-gereformeerden, Nederlands gereformeerden, christelijke gereformeerden stemmen samen, onder andere rondom het maandblad CV.Koers, in een pleidooi voor meer openheid voor de Geest.
In het veld waarop we de vraag stellen naar de zuivere verhouding tussen kerk en charisma, moeten we eerst nog een spa dieper steken. En dan gaat het over wie God is en wie de mens is. Dat levert een wezenlijke belichting op van wie de Heilige Geest is en ook van waar het Gods Geest in de kerk om te doen is. Daarom nu eerst iets over de relatie tussen de drieenige God en ons.
De drie-enige God en wij
De Heilige Schrift maakt ons duidelijk dat we over de mens niets zinnigs kunnen zeggen, als het niet tegelijk over God gaat. Op het moment dat God de mens schept, openbaart Hij ook iets wezenlijks over Zichzelf. God zegt: ‘Laat Ons mensen maken naar ons beeld, naar onze gelijkenis’ (Gen. 1:26). De plaats van de mens in Gods schepping is daarmee getekend. De mens, die als enige van alle levende wezens op God lijkt, krijgt de opdracht gezag uit te oefenen over de aarde. In die koninklijke verantwoordelijkheid is hij mens en hoort hij bij God. Hoewel zelf schepsel, staat hij eigenlijk meer aan de kant van God dan aan de kant van de schepselen. God bedoelde de mens als weerspiegeling van zijn eigen volheid. God wilde in de schepping een schepsel hebben dat aan te spreken is, en dus ook aansprakelijk, verantwoordelijk.
Dat die hoge komaf ver bij ons vandaan is geraakt, ondervinden wij als zondige mensen elke dag. Toch worden we eraan herinnerd. In de Bijbel lijkt God Zelf ook met heimwee en verdriet terug te kijken naar de mens zoals Hij die had gemaakt. In Psalm 8 horen we een mens, geïnspireerd door Gods Geest: ‘God heeft ons bijna goddelijk gemaakt.’ Dat is niet alleen de verwijzing naar een verloren paradijs, het is ook aanduiding van een weg terug, zoals God in Genesis 3:15, de zogenaamde moederbelofte, het perspectief daarop al heeft gegeven.
Vertrouwelijke omgang
Gods Woord herinnert ons aan de oorsprong. Aan het feit dat het kennelijk normaal was dat de Heere God kwam wandelen in de hof van Eden, bij de mens. We horen het in de woorden die God spreekt op het moment dat de mens ongehoorzaam geworden is. Terwijl de mens zich verstopt in de hof, zegt God: ‘Waar ben je?’ (Gen. 3:8-10) Vertrouwelijk omgaan met God hoort bij het wezen van de mens. Ook als die vertrouwelijkheid door de zonde kapot is gemaakt, geeft God dat doel niet prijs. Alles wat er in de Bijbel op volgt, staat in dat teken. Zo leren we Abraham kennen, de vriend van God. En in hem zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden (Gen. 12:3). Het verbond van God met zijn volk is gericht op die zegen, die vooral vertrouwelijke omgang met God inhoudt. Het betekent dan ook heel wat dat de Zoon van God op aarde komt, dat Hij mens wordt en zondige mensen als zijn vrienden aanspreekt. In het hogepriesterlijk gebed spreekt Jezus zijn Vader erop aan dat Gods liefde voor zulke mensen net zoveel betekenen mag als de liefde van de Vader voor diens eniggeboren Zoon (Joh. 17:23-24, 26).
Dit heeft alles te maken met de diepe betekenis van Gods drie-eenheid. De Bijbel is er vol van hoe Vader, Zoon en Geest in heel hun goddelijk bestaan in volmaakte harmonie op elkaar betrokken zijn.
We ontmoeten de Vader die zijn eniggeboren Zoon zendt tot verzoening van onze schuld. We leren de Zoon kennen die zich vernedert en gehoorzaam gáát, en dat op een weg van lijden en dood, een weg waarop Hij gehoorzaamheid leert uit hetgeen Hij heeft geleden.
En dan is daar de Geest, uitgestort door de Zoon van de Vader. De rijkdom van de drie-eenheid wordt zichtbaar als ons compleet voor ogen komt wat verlossing inhoudt. Als Gods Geest op mensen wordt uitgestort, hoe nabij komt God ons dan! De Geest komt op het pinksterfeest in mensen wonen. Waar zondige mensen tot geloof komen, daar ontvangen ze de Heilige Geest als Gods zegel op de vernieuwing van hun hart. Maar het gaat dan nooit om de Geest exclusief. Speciaal mag de gemeente dat weten, die nu een tempel is van de Heilige Geest, maar dat wordt nader aangeduid als ‘een plaats waar God woont door zijn Geest’ (Ef. 2:22). De tempel van de Heilige Geest is ook het volk van God en tegelijk het lichaam van Christus. Het werk van de Geest is altijd vol van Christus en vol van de kennis van de Vader. De gemeente is betrokken op de drie-enige God. Hoe staat juist het werk van de Geest voor het herstel van de intimiteit tussen God en mens, zoals God die bij de schepping van de mens al op het oog had. Zoals gezegd: God bedoelde de mens als weerspiegeling van zijn eigen volheid! Daarbij past die relatie tussen God en mens waar het om begonnen was. Daar ligt dan ook het hart van de spiritualiteit waar we van moeten weten: in de relatie, de herstelde relatie tussen God en mens.
Wanneer we vandaag inzoomen op de betekenis van de charismata voor het leven van de kerk, en de vraag wat de aandacht daarvoor betekent voor de geestelijke beleving van de gelovigen, dan doen we er goed aan dat element van de relatie tussen God en mens goed in het oog te houden. Dit kon wel eens een ijkpunt van de hoogste orde zijn in de ontmoeting van wat ik nu maar aanduid als ‘gereformeerd’ en ‘charismatisch’. In onze spiritualiteit is alles gericht op de relatie met God óf op de ervaring van het mens-zijn in diepere en hogere dimensies.
Ervaringsdrift
Een van de aantrekkelijke aspecten van de nieuwe aandacht voor de charismata is het op de mens gerichte karakter van de boodschap, met een benadering van het mens-zijn vanuit de ervaring. Ik wil dat niet meteen negatief kwalificeren! Integendeel. De ervaringsmogelijkheden van de mens, zijn ‘antennes’ in gevoel, verstand en wil met alle zintuiglijke aspecten daaromheen, zijn ons door God gegeven! Alleen, wanneer de bijbelse verbanden van Gods omgang met de mens worden afgetast, en je let van daaruit op het verlangen naar ervaring onder christenen – of moet ik zeggen: onder mensen? – dan kom je een ervaringsdrift tegen die sedert de zondeval van de mens niet meer op de relatie met God is afgestemd, maar op de vervulling van onze eigen mogelijkheden, en op de belangrijkheid van onze eigen persoonlijkheid. Wie zich een beetje verdiept in de literatuur van charismatische christenen, weet dat er een vorm van charismatische spiritualiteit bestaat die weinig weet van de zondigheid van de mens, en van het gebed van de tollenaar of van de houding van Psalm 32 of 51. Het geestelijk leven laat vooral uitkomen dat jij er mag zijn en dat jij belangrijk bent. De stappen die jij zet op de weg van Jezus, leveren geweldige dingen op.
Demonstraties van tongentaal of van profeteren kunnen iemand leren hoe de ervaring bereikbaar is. Als jij begint, neemt de Geest het wel over.
Het is niet moeilijk te zien welk karakter dan de religieuze ervaring draagt, en hoe de charismata daareen rol kunnen spelen. De bijzondere genadegaven van tongentaal en profetieën en genezingen, op basis van de bijzondere ondervinding van de doop met de Heilige Geest, betekenen in de eerste plaats een geweldig extra aan ervaring. En daar gaat heel begrijpelijk grote aantrekkingskracht van uit.
Er is een charismatische spiritualiteit die vol is met ervaringen, maar niet te herleiden is tot de relatie waarover ik het had. Ik wil daarom niet het accent leggen op de mogelijke extremiteiten op het pad van een charismatische spiritualiteit, waarbij een waarschuwing tegen uit de bocht vliegen op zijn plaats is, maar juist op de bijbelse normen die karakteristiek zijn voor het geestelijk leven. En dat zijn naar mijn overtuiging normen die alles te maken hebben met de relatie tussen God en mens.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's