De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BOEKBESPREKING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BOEKBESPREKING

4 minuten leestijd

Wessel H. ten Boom: Provocatie. Augustinus preek tegen de Joden. Uitg. Kok, Kampen; 408 blz.; € 32,50.

Na zijn dissertatie in 2002 over de plaats van de Joden in Augustinus’ hoofdwerk De Stad Gods legt Ten Boom, protestants predikant te Arnhem, een nieuwe studie over de kerkvader op tafel. Het betreft een vuistdik theologisch essay over de preek Adversus Judaeos (tegen de Joden). In dat traktaat worden harde woorden over en tot de Joden gesproken. Maar was Augustinus een antisemiet? Zulke rechtlijnige en eendimensionale conclusies worden er vandaag aan de dag – gelukkig – niet meer zo snel getrokken. Toch blijft na Auschwitz de vraag naar de waardering van Augustinus’ spreken met betrekking tot de Joden, klemmen.

Ten Boom zet in met een zorgvuldige vertaling van de tekst van het boekje, gevolgd door een verkenning van de opbouw van de preek.
In het tweede deel van het boek (blz. 77-203) volgt dan een grondiger analyse en een vergelijking van Augustinus’ preek met soortgelijke anti-Joodse geschriften, met name van Tertullianus.
In het derde – en naar mijn besef meest spannende deel – geeft de auteur een beoordeling van Adversus Judaeos.
De titel van het boek verwijst naar de door Ten Boom waargenomen indeling van Augustinus’ preek. Na een uiteenzetting over de juiste lezing van het Oude Testament in antwoord op de Joden (Confrontatie), volgt een openlijk debat met de Joden met een dringende oproep tot bekering (Provocatie), gevolgd door een passage waarin de gemeente wordt teruggebracht tot haar eigen verantwoordelijkheid in de verwachting van geloof voor Jood en heiden (Associatie). Deze indeling van Augustinus’ traktaat is voor het boek van Ten Boom in feite doorslaggevend. Hij hecht grote waarde aan de retorische stijlbreuk tussen het eerste deel van de preek (‘over’ de Joden) en het tweede deel (direct aan de Joden gericht). Volgens Ten Boom daalt Augustinus tot zijn opponenten af om tot het einde toe met hen te debatteren. Niet om de Joden de mond te snoeren maar om hen vast te houden. Tegelijk hoort de gemeente de woorden aan de Joden gericht mee. Wij worden ook in de waagschaal gesteld. Uiteindelijk waagt Ten Boom de bewering dat Augustinus de Joden nergens in zijn werk zo nabij is gekomen als in Adversus Judaeos (blz. 363)

Is deze beoordeling overtuigend? Al lezend viel het mij op dat de auteur het op cruciale momenten van veronderstellingen moet hebben. Dan hanteert hij het werkwoord ‘lijken’ en staan er zinnen in vragende vorm. Misschien is de vraag naar het sluitende bewijs wel een verkeerde. Ten Boom heeft een belangrijk boek geschreven waarin hij aandacht vraagt voor de anti-Joodse polemiek. Hoe je het ook wendt of keert – zegt Ten Boom – in delen van de Schrift en in de Vroege Kerk worden Joden als ongelovigen aangeduid. Hoe moet je daar mee omgaan? Ontkennen gaat niet tenzij je alle patristiek naar de zolder wilt verbannen. Van Augustinus kunnen we leren naast Gods ja ook Gods nee uit te spreken. Om dan ‘vervolgens dit ‘nee’ zélfs als zijn ‘ja’ te kunnen denken.’ (blz. 384-5). In het bestek van deze bespreking moet veel ongenoemd blijven. Ik noem hier kort Ten Booms opvallende stelling dat het ‘Griekse’ denken van Augustinus meer geheimenis voor de Joden bevat dan het zgn. ‘Joodse’ denken. Ook wil ik wijzen op de interessante discussies met anderen die in het omvangrijke notenapparaat worden gevoerd (o.a. met A. van de Beek). Aparte aandacht vraagt de indrukwekkende epiloog.

Voor kenners van Augustinus’ werken zal dit boek wellicht niet helemaal bevredigend zijn, want te persoonlijk. Wie dogmatisch meer wil weten (rond bv. F.W. Marquardt), moet het doen met fragmenten. Daarmee staat de auteur ongetwijfeld in de lijn van de door hem bewonderde C.W. Mönnich, die voor historici te dogmatisch en voor dogmatici te historisch schreef. Hoe het ook zij: Ten Boom heeft een boek geschreven dat echt ergens over gaat. Met hartstocht voor zowel Augustinus als voor de Joden. Ja, met passie voor theologie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 2007

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

BOEKBESPREKING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 januari 2007

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's