De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geloof de centrale ervaring

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geloof de centrale ervaring

KERK EN CHARISMA. NIEUWE INZICHTEN? [ 2 ]

8 minuten leestijd

Wat is kenmerkend voor de manier waarop God in relatie treedt met de mens? De wezenlijke kenmerken van dit werk van de Heilige Geest liggen in de begrippen geloof en genade.

De eerste daarvan, zoals al in het Oude Testament in de taal van het verbond klinkt, ligt in het woord geloven. Tussen Abraham en de Heere stond het geloven in het Woord dat hem tot gerechtigheid werd gerekend. (Gen.15:6) Tussen Israël en de Heere stond eveneens het Woord van Gods belofte. Waar het volk zich aan had vast te houden in geloof, was niet een beeld, niet een teken, maar de belofte. En natuurlijk volgde daar het bewijs van Gods trouw op, zoals bij de uittocht bleek.
In het Nieuwe Testament is het niet anders. Jan Veenhof heeft ooit gezegd, dat het geloof in het evangelie de centrale ervaring is van een christen. Het is de vraag of het noodzakelijk is over een ‘centrale ervaring’ te spreken, maar dat het begrip geloof in het Nieuwe Testament centraal staat, is duidelijk zonder dat ik dit uitwerk. Het begrip geloof geeft aan wat fundamenteel is voor een christen.
In het evangelie van Johannes klinkt herhaaldelijk het woord van Jezus, dat wie in Hem gelooft, behouden wordt, en het eeuwige leven heeft. Geloven betekent de toegang hebben tot het volle heil. In Handelingen is het niet anders. Ook daar is ‘geloven’ betrokken op het totale heil. In de brieven van Paulus zien we hetzelfde. Het woord van Romeinen 1:16-17 heeft niet voor niets zo’n grote rol gespeeld in de reformatie van Luther. Het gaat daar in één adem over evangelie en over geloof en over leven. De uitdrukking ‘uit geloof tot geloof ’ wil zeggen: ‘de allesomvattende betekenis van het geloof als bestaanswijze van de nieuwe mens’ (H. Ridderbos).
In het kort kunnen we zeggen dat het bij het geloof in het Nieuwe Testament gaat om de kern van het christelijk leven. Wat geestelijk leven is, is niet uit te leggen zonder de kern in het woordje geloof te leggen. En dat geloof correspondeert niet maar met een stukje van het christen zijn, of met de laagste klas ervan, nee – het geloof correspondeert met het volle heil.

Christus ons leven
Wat is dat dan voor leven? De apostel Paulus zegt daar merkwaardige dingen over, als hij tegenover de Korinthiërs benadrukt: ‘Wij wandelen door het geloof, en niet in aanschouwen.’ (2 Kor. 5:7). Geloven betekent dus leven van iets wat niet binnen het bereik van onze ervaring ligt. Het geloof is altijd betrokken op iets buiten ons, nader bepaald: op de belofte van God, op het Woord. Daar zit dan toch iets herkenbaars is. Je mag het zelfs ervaring noemen! Maar dan ervaring van het houvast dat niet op onze ervaring rust. In elk geval staat niet ons eigen ik, maar de Heere Jezus Christus in het middelpunt. En dat is absoluut herkenbaar voor een christen. Het hoort bij de rijkdom van zijn leven om te zeggen: ‘Niet meer mijn ik, maar Christus.’ (Gal. 2:20; vgl. Filipp. 1:21 ‘het leven is mij Christus’; Kol. 3:4 ‘Christus die ons leven is’; 1 Kor. 2:2 ‘niets dan Jezus Christus en die gekruisigd’).
Hier zit een verschil tussen bijbels – zo u wilt: gereformeerd – denken en de grote stroom van charismatische beleving. Gaat het om het kennen van de Heere en Zijn betrouwbaarheid of gaat het om een geestelijke kwaliteit van leven die een reeks ervaringen van overvloed, van wonderen, van een hogere bestaanswijze, binnen mijn bereik brengt?
Als inderdaad Christus ons leven is, dat is het door het geloof dat we niet maar iets, maar alles hebben. ‘De Heere is mijn herder, mij ontbreekt niets.’ (Ps. 23:2) De relatie van vertrouwen tussen een schaap en de herder brengt tot die zekerheid. Geloven heeft inderdaad betrekking op de volheid van het heil. Dat is het dan ook waar de Heilige Geest, de Geest van Christus, een mens door genade in doet delen.

Genade
Als we sinds de dagen van Luther en Calvijn geleerd hebben te spreken in termen van sola fide (door het geloof alleen) en sola gratia (uit genade alleen), dan zijn we ons bewust dat die twee aspecten aan elkaar vast zitten. Zoals ze ook niet bestaan zonder sola Scriptura (alleen de Schrift) en solo Christo (door Christus alleen).
Als we denken aan de relatie met de drie-enige God, dan is de genade daarvan essentieel. Dat slaat op het onverdiende karakter van die relatie. En op het feit dat God de initiatiefnemer is. Niet wij zoeken Hem. Hij zoekt ons, zondige mensen. De verkondiging van het evangelie komt bij Hem vandaan. Het is zijn welbehagen. Roemen in de genade heet het regelmatig – en dan gaat het om het verheerlijken van de naam van Christus in de gelovigen. Het gaat voortdurend over Hem. Genade is ‘genade in Christus’.
Gods deuren naar ons gaan open. Maar niet om ons te verheerlijken en ons tot iets geweldigs te maken, maar om ons in de stijl van Johannes de Doper te leren: ‘Hij moet groter worden, ik kleiner.’ (Joh. 3:30)
Zo functioneert het geloof, en zo functioneert ook de genade door de Heilige Geest. Zodat niet de mens belangrijk wordt met zijn verworven geestelijke kwaliteiten, maar dat de Heere Jezus Christus en zijn Vader het belangrijkste worden. Zijn onverdiende genade die aan zondige mensen toevalt, maakt dat ze het eens worden met Paulus, dat hij in niets kon en wilde roemen dan in het kruis van Golgotha. Maar tegelijk betekent dat een onverbrekelijke band: Het leven is mij Christus. (Fil. 1:21) Niets wat voor hemzelf of in de ogen van de mensen als winst kon gelden, was waard om te koesteren. Dat alles is eerder verlies geworden. ‘Het kennen van Christus Jezus, mijn Heer, overtreft immers alles. Omwille van Hem heb ik alles prijsgegeven,’ zegt Paulus (zie Filipp. 3:7-11). Daarom kan hij koning Agrippa en stadhouder Festus toewensen dat ze – vanwege zijn getuigenis van Jezus Christus – er net zo aan toe zullen zijn als hij, behalve de gevangenschap waarin hij verkeert (Hand. 26:29).

De Trooster
Duidelijk is bij dit alles dat met deze grondlijnen ook de hoogste perspectieven van de ervaring van Gods gemeente getekend zijn. Als het gaat over de charismata zal dit ‘relatiekarakter’ van de spiritualiteit niet uit het oog verloren moeten worden, evenmin als de betrokkenheid van de Heilige Geest op Christus.
In de Parakleet-teksten in Johannes 14-16 valt alle nadruk op het persoonlijke karakter van de Geest der waarheid, de Parakleet (d.i. de Trooster). Het gaat vooral om de beloften die zeggen wat Hij voor de discipelen en voor de gemeente zal, zijn nadat Jezus is weggenomen.
J. Veenhof zegt het in zijn mooie studie De Parakleet zo: ‘Het specifieke van het johanneïsche beeld van de parakleet ligt in het gelijken van de Geest op Jezus. In feite wordt alles, wat over de parakleet is gezegd, elders in het evangelie óók gezegd van Jezus.’ De werkelijkheid van de ervaring van de Trooster is, zo zegt prof. Van ’t Spijker terecht, gelegen in de relatie met Christus door het geloof. Met het feit van Pinksteren, de uitstorting van de Heilige Geest, is de continuïteit van het heil dat in Christus gekomen is, verzekerd. Dat is de heilshistorische betekenis van de aankondigingen van Pinksteren in de evangeliën. Het is niet zo vreemd dat hierbij niet over de gaven van de Geest gesproken wordt. In het licht van de fundamentele dingen die in de evangeliën al duidelijk worden, kan gezegd worden dat de charismata meer aan de periferie liggen van het persoonlijke christelijk leven, al zijn de charismata voor het leven van de kerk van het grootste belang.

Wat zijn charismata?
Wat dan de functie van charismata is, daarover is vooral vanuit Paulus’
spreken in 1 Korinthiërs 12-14 iets te zeggen. Dat moet vanzelf samenvattend. Charismata zijn in Paulus’ onderwijs geen kwaliteiten die een mens meerwaarde verlenen; het zijn gaven om te dienen. Kernbegrip is de oikodomè, de opbouw van de gemeente. Het spreken over de charismata van tongentaal en profetie als ‘ervaringen’ is door de daarmee gepaard gaande gerichtheid op de eigen persoonlijke ervaring strijdig met de wijze waarop Paulus in deze brief over de charismata spreekt. Tegen die tendens in Korinthe, die maakte dat de een zich boven de ander verheven kon voelen – zie wat Paulus daar al in 1 Korinthe 1:7 over zegt – was juist zijn polemiek gericht. In Korinthe moest een gezond licht op het lichaam van Christus opgaan, dat in de ongeestelijke hantering van de geestelijke gaven ontbrak, zoals Paulus moest signaleren.
De eenvoudige aanwijzing van verstaanbaarheid, die Paulus toepast op de glossolalie – het bouwt immers niet op, als niemand er iets van verstaat – maakt dit helder. De tendens om het bijzondere van de glossolalie te incasseren als meerwaarde van wie deze gave heeft, is daarmee helemaal doorgeprikt. Daarin is de profetie dan ook zinvoller, want dan gaat het om verstaanbare taal. Logisch dat ook bij die gave de tendens daarmee iets hogers, of iets meer te hebben, strijdt met Paulus’ boodschap in deze hoofdstukken. De nieuwtestamenticus Ernst Käsemann heeft in een onderzoek naar het eigene van de charismata de opmerking gemaakt dat dit het verschil is met de heidense pneumatiká (die aan een demonische geest ontspruiten): de legitimatie van de charismata ligt niet de fascinatie van het bovennatuurlijke, maar in de opbouw van de gemeente. Daar past ook de opmerking van J.P. Versteeg bij, die het accent van Paulus als volgt verwoordt: ‘Met de uitingen van de Geest wilde men in de gemeente van Korinthe zichzelf als geestelijk mens op de voorgrond plaatsen. De charismata worden gegeven om de ander naar voren te laten komen.’

Met het oog op het gesprek met degenen die een meer charismatisch kerkelijk leven voorstaan, moet er nog iets meer worden gezegd. Dat in een laatste artikel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 2007

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Geloof de centrale ervaring

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 2007

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's