Muzikale grens verleggen
Afnemende belangstelling voor (kerk)koren
Is het terecht als we een terugloop van het aantal koren dat verbonden is aan een kerkelijke gemeente, signaleren? En wat betekent dit voor de opbouw van de gemeente?
Als we over de koren spreken, moeten we eerst positie bepalen. We spreken binnen het kader van dit artikel over christelijke koren die functioneren binnen de gereformeerde gezindte. Daarbinnen onderscheiden we kerkkoren van ‘gewone’ koren. De laatste groep bestaat wel uit koren met een christelijk karakter, maar heeft geen binding aan een bepaalde kerkelijke gemeente.
Nadrukkelijk heb ik het niet over die kerkkoren of cantorijen die een functie hebben binnen de erediensten.
Kerkelijke binding
De vraag die in deze bijdrage centraal staat, is of de belangstelling voor deze (kerk)koren afneemt en waardoor dit komt. Over het algemeen kun je zeggen dat de koren die onder verantwoordelijkheid van een kerkenraad vallen, kerkkoren zijn. Ze hebben een nadrukkelijke binding met en functie binnen een kerkelijke gemeente. Verantwoording schuldig zijn aan een kerkenraad levert nogal eens conflicten op. Of het koor probeert de grenzen van het toegestane af te tasten of een kerkenraad keurt (soms niet gehinderd door enige kennis) muziekstukken af, al zal dit laatste minder voorkomen dan voorheen.
Dat hierdoor een negatieve spiraal ontstaat, laat zich raden. Het repertoire is niet uitdagend genoeg of voor de doelgroep te vernieuwend, zodat de animo voor een dergelijk koor afneemt. Buiten die kerkelijke binding zijn er ook problemen waar te nemen. Ook hier geldt: is het gekozen repertoire zodanig dat het bij de luisteraars het verlangen oproept ook bij dat koor te kunnen zingen? Er zijn een aantal zaken aan te wijzen waardoor dergelijke moeilijkheden ontstaan.
Tweespalt
Laten we eerst kijken naar de luisteraars, het publiek dat concerten of zangavonden van de koren bezoekt. Deze mensen komen ook uit de gereformeerde gezindte. Ik zie onder dat publiek een tweespalt ontstaan. Enerzijds de hang naar de klassieke wereld: de wereld van oratorium, orkesten en solo-instrumenten als piano, viool (zeg maar: de strijkers), fluit of hobo. Die mensen bekoor je niet (meer? ) met psalmen en gezangen of geestelijke liederen. Zij willen een Cantate, Passion of componisten als Bach, Mendelssohn en Schubert horen. Bij voorkeur niet met orgel, maar met piano, orkest of ensemble begeleid.
Anderzijds is er de consumptieve behoefte: geen moeilijke muziek, gewoon de Psalmen en gezangen op z’n rond Hollands. Zeg maar: hapklare brokken. Deze mensen willen er vooral geen moeite voor hoeven te doen om de diepere lagen in de muziek te verstaan of om juist de diepe beweegreden van componist en/of uitvoerenden te begrijpen om de tekst te brengen, zoals die gebracht moet worden.
Krampachtig alles bij het oude laten, is ook een voorkomend euvel. Elke vernieuwing hoeft immers geen verarming te zijn!
Jonge mensen aantrekken
Kijken we naar de koren zelf. Het grootste probleem doet zich voor bij die verenigingen die niet bij machte zijn jonge mensen aan te trekken. Zij vergrijzen en nemen door natuurlijke afvloeiing in omvang af. Uitstraling en aantrekkingskracht zijn ver te zoeken.
Door regelmatig kritisch naar jezelf te kijken, grondig te evalueren kan een en ander echter fris en nieuw blijven. Ik mag putten uit een 26-jarige ervaring bij het koor Cantate Deo in Amersfoort. Al die jaren bleek steeds weer dat de te zingen werken de muzikale grenzen moesten verleggen. Let wel: niet de inhoudelijke grenzen! Als die muzikale uitdaging er niet steeds was geweest, was het niet gelukt een goed en fris koor in stand te houden. Als het echt niet meer wil, het een noodlijdend bestaan wordt, lijkt het me wijs een weliswaar pijnlijke beslissing te nemen.
Gemeenschapszin
Een ander aspect in de muziekwereld: we onderschatten de invloed van radio en tv. Alles moet een spetterende show zijn. Neem de EO-avonden en - dagen. Het is één grote licht-, muziek- en showact. Je waant je qua entourage soms op een popconcert. Dan lijkt een avond met een koor in de kerk al snel duf en stoffig. Ook muzikaal gezien treedt hierdoor vervlakking op: de vele opwekkings- en gospelsongs werken in de hand dat ons Psalmboek in de verdrukking komt. Het lijkt soms of er buiten de erediensten van onze gemeenten alles gezongen mag worden, als het maar geen psalmen zijn.
Hierdoor vindt er vervreemding plaats tussen gemeenteleden die best wel zouden willen zingen, maar het koor voldoet niet aan hun muzikale interesse en wensen. Óf het koor zingt dus te veel (!) psalmen en gezangen óf het koor zingt te veel songs waarin een gemeentelid zich niet herkent. Dit past in onze individueel ingerichte maatschappij en sijpelt ook de gemeenten binnen. Een tekort aan gemeenschapszin: waar twee of drie in Zijn naam vergadert zijn ... nemen we ons eigen liedboek mee.
Muzikaal gegroeid
Waar decennia lang gemeenteleden of andere min of meer gelijkgestemden elkaar wekelijks ontmoeten rond zang en muziek, wordt dat steeds meer een probleem. Een stuk gemeenteopbouw laten we hier liggen. Juist daar waar muziek doorgaat als het Woord stopt, kunnen we elkaar maar moeizaam vinden. Jammer is tevens dat culturele vorming ten aanzien van repertoirekennis en muzikale vorming hierdoor in het gedrang raakt.
In dit verband merk ik op dat het basisonderwijs ook het minimale op dit gebied doet. Het niet of (te) weinig zingen op zich (de techniek en het durven zingen) heeft een negatieve weerslag op de gemeente. Immers, wordt er in veel gemeenten tijdens de erediensten niet slecht gezongen? Het zingen in koorverband is daarom goed voor de gemeenten. Dan doel ik niet alleen op bovenstaande of het gemeentelijke contactmoment. Het kan juist ook heel waardevol zijn op een koor te zitten waar leden uit verschillende gemeenten samenkomen. Cantate Deo uit Amersfoort is nogal divers van ledenafkomst. Het hele kerkelijke spectrum ontmoet elkaar daar. Ook dat is opbouwend. Even over de eigen ‘gemeentegrenzen’ heen zien. Te ervaren dat bepaalde dingen op een andere wijze verrijkend kunnen zijn.
Daarnaast kan het goed zijn om je eens te verdiepen in een muzikaal grensverleggend werk. Misschien vinden we dit eerst niet mooi. Als we toch de dirigent volgen en vervolgens in het stuk groeien, gaan we het zelfs mooi vinden. Dan ben je muzikaal gegroeid. Dat kan zijn geestelijke weerslag hebben: er naar verlangen te groeien in de kennis van het Woord van God en het geloof.
Herbezinning
Ik zou ook willen pleiten voor een herbezinning op het geestelijk lied. De muzikale sfeer binnen de erediensten (waar veelal alleen de psalmen gezongen worden) is onderhand een totaal andere dan daarbuiten. Dat de jeugd haar eigen (sfeer?) liederen kiest, is prima, maar daarmee hoeven de psalmen niet overboord. Juist onze jongeren hebben het zo nodig dat geleerd en uitgelegd wordt hoe belangrijk deze ‘apotheek’ in het geestelijke leven van de gelovige is. Wat heeft meer inhoud: ‘Tel uw zegeningen, tel ze één voor één’ of: ‘Loof de Heere, mijn ziel, en vergeet geen van Zijn weldaden’? Ook hier kan het koor een taak hebben. Het is soms een verademing om te midden van intensieve studie van een moeilijker werk een psalm te zingen. Letterlijk en figuurlijk een verademing. Dus jongeren: kom en zing met ons.
Ten slotte: ons leven dient een voorbereiding te zijn op de eeuwigheid. Wat zou het heerlijk zijn als we in dit aardse leven, in gebrokenheid jawel, iets mogen smaken van het Lied van Mozes en het Lam, dat straks zal klinken. En dan met een verheerlijkt lichaam en dus volmaakte stem.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 februari 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's