Verslag synodevergadering
BIJBELTEKST BEGREPEN
Onduidelijkheid geeft een woord uit Handelingen 15:21. De tekst luidt: Want Mozes heeft er van oude tijden in elke stad, mensen die hem prediken, en hij wordt op elke sabbat in de synagogen gelezen.
Bijbeltekst begrepen
Hoewel de vraagstellers al verschillende vertalingen naast elkaar hebben gelegd, blijft de betekenis onhelder. Om deze bijbeltekst te begrijpen, dienen we zorgvuldig op het verband te letten. Tijdens een soort synodevergadering in Jeruzalem wordt het woord gevoerd door ouderling Jakobus, de broer van Jezus.
De vergadering is belegd naar aanleiding van een vraag van het ‘zendingsveld’. In Antiochië is verschil van mening ontstaan rond het al dan niet besnijden van heidenen die tot het geloof in Christus gekomen zijn. Volgens sommigen is de besnijdenis absoluut noodzakelijk om zalig te kunnen worden (vers 1). Paulus en Barnabas zijn het daarmee echter oneens. Er wordt besloten om de apostelen en de ouderlingen in Jeruzalem te raadplegen. Indrukwekkend is de inbreng van Petrus. De besnijdenis mag heiden-christenen niet als een juk worden opgelegd, omdat de kern van het evangelie van Christus in het geding is (vers 11).
Na Petrus’ woorden blijft het een tijdlang stil, totdat Jakobus het woord neemt. En zijn betoog wordt doorslaggevend voor de uiteindelijke besluitvorming.
Om te beginnen onderstreept hij wat Petrus heeft gezegd. Het is onmiskenbaar Góds werk dat er ook de heidenen tot geloof komen. En dan komt Jakobus bij het heikele punt: wat mag/moet er in het licht van de wet van Mozes van heiden-christenen gevraagd worden? Ze hebben zich van een viertal dingen te onthouden (vers 20):
- van de deelname aan de heidense cultus, inclusief het eten van offervlees dat aan de afgoden is gewijd.
- van hoererij zoals ontucht en overspel (met name rond de heidense cultus).
- van het verstikte – dat wil zeggen dat ze geen vlees mogen nuttigen van een niet geslacht dier waaruit het bloed niet is weggevloeid (zie Lev. 17:13 ev.).
- van bloed (dit vierde punt ligt in het verlengde van het derde – zie Lev. 17:10).
Jakobus stelt voor om het bovenstaande schriftelijk vast te leggen in een soort verklaring. De reden om dit laatste te doen, verwoordt hij in de tekst die de vraagstellers graag wat verhelderd zien.
Betekenis van vers 21
Jakobus voelt haarscherp aan dat de vragen waar de synode van Jeruzalem zich over gebogen heeft, voortdurend zullen terugkomen. In alle steden zijn er immers synagogen waar (de wet van) Mozes op elke sabbat gelezen en gepredikt wordt.
Het gevolg is dat men in veel plaatsen te maken heeft of krijgt met het verschil tussen christenen uit de joden en uit de heidenen. Hun achtergronden zijn zó verschillend dat er spanningen worden opgeroepen rond de besnijdenis en ook rond andere vragen waartoe de wet van Mozes aanleiding geeft. Hoe kunnen ze toch samen een gemeenschap vormen zoals de Heere Zijn gemeente heeft bedoeld?
Nu, als de joden-christenen hun ‘besnijdenis-eis’ laten vallen, en als de heiden-christenen zich houden aan de vier punten die in de verklaring van de synode genoemd zijn. Dan is het mogelijk om in vrede samen te leven, ondanks de verscheidenheid die er is. Echte eenheid ontstaat immers als we elkaar vinden aan de voet van het kruis, als zondaren die op de genade van Christus zijn aangewezen.
Leerpunten
Het is boeiend om ons af te vragen wat wij van dit hoofdstuk kunnen leren. Puntsgewijs drie dingen:
1. Dat de besnijdenis niet als een eis wordt vastgehouden, wijst ons indringend op het feit dat er alleen behoud is door het werk van Christus. De enige gerechtigheid om voor God te kunnen bestaan, ligt in het offer van Golgotha. Die les heeft Paulus uitgewerkt in Filippenzen 3:5-9 (zijn besnijdenis verleent hem geen voorrang bij God).
2. Dingen die tegen Gods heilige wet ingaan, dienen resoluut bestreden te worden. Concreet kunnen we denken aan alles wat Jakobus in vers 20 samenvat met ‘hoererij’.
3. Het valt op dat Jakobus ook dingen noemt waar binnen het Nieuwe Testament verschillend over wordt gedacht. Ik denk met name aan het eten van gewijd offervlees. We weten van Paulus dat hij daar voor zichzelf niet zo’n moeite mee had. Maar tegelijk schrijft hij in 1 Korinthe 8 9-13 dat we een ander niet onnodig mogen ergeren.
In de uitkomst van het synodeberaad van Handelingen 15 ligt ook opgesloten dat we met gevoeligheden wijs hebben om te gaan door rekening te houden met elkaar.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 februari 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 februari 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's