De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Reageren op gevoelscultuur

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Reageren op gevoelscultuur

DE LITURGIE IN HERVORMDE GEMEENTEN [ 2 ]

10 minuten leestijd

Tegenwoordig gaat het om de kleine, persoonlijke verhalen, om het gevoel, de intuïtie, de ervaring. Ik had er een goed gevoel bij, zeggen we dan. Hoe reageren we daarop?

‘Wat willen jullie zingen bij jullie belijdenis?’ vroeg ik de belijdeniscatechisanten in Delft. Antwoord: Opwekking 488. Kent u het refrein? ‘Houd mij vast, laat uw liefde stróomen; ik voel uw kracht, en stijg op als een arend; dan zweef ik op de wind, gedragen door Uw Geest ...’ Het lied hoefde niet ín de dienst (zo loyaal zijn onze jongeren wel); het mocht erná (zo loyaal kunnen onze kerkenraden ook zijn; de organist trouwens ook). Maar de scriba, hoe ruimhartig ook, vond dit lied zo 'zweverig', hoewel het aan Jesaja 40 is ontleend. Híj zou een klassiek lied gekozen hebben. Wat gebeurt hier nu?
‘Heer kom dichterbij dan kan ik Uw schoonheid zien.’ Een baptist beschreef het als mystiek. Het herinnert aan het Hooglied en de bevindelijke toepassing ervan! Zo’n opwekkingslied vertolkt het gevoel van onze jongeren; het bidt: ‘en Uw liefde voelen, diep in mij’. De zwevende melodie versterkt dat. Zelf word ik er stil van, als ik onze jongeren op zondagavond hoor en zie zingen: zo toegewijd, zo overgegeven. Zo verlangen ze naar Gods liefde. Een mens kan slechtere gevoelens hebben.
Genoemde baptist noemt het een aanrakingslied en spreekt zelfs van ‘aanrakingstheologie’. Maar waar komt die vandaan? Verdringt de nieuwe opwekking de oude?
Vroeger sloegen de liederen van Johan de Heer zo aan. Ik vind ze – inzake bekering en verzoening – dieper, maar jongeren vinden ze op hun beurt weer sentimenteel.

Postmodern levensgevoel
Dat gevoelsmatige weerspiegelt ook iets van het tijdsgewricht. Welnu, daarover vroeg de redactie mij te schrijven. Ook de Vrouwenbond verdiepte zich onlangs in de postmoderne tijd. Dan moet je eerst weten wat modern was.
Na de oorlog was er eerst nog de conservatieve ‘spruitjeslucht’, maar in de jaren zestig werd men modern: verlicht, rationeel, horizontaal. Bij de vernieuwing gingen ouderen voorop, zegt James Kennedy in Nieuw Babylon in aanbouw.
Het was de tijd van de ‘grote verhalen’, zegt Coert H. Lindijer, Op verkenning in het post-moderne landschap. Hij noemt de Franse filosoof Lyotard, die bij 'grote verhalen' dacht aan: liberalisme of communisme, ideologieën die alle de wereld wilden verbeteren. Wat stelden die idealen echter teleur: het communisme bracht dictatuur (Goelag-archipel), maar het liberalisme vuile oorlog (Vietnam!) Ze maakten hun beloften niet waar of – ze raakten uitgediend. Ook de christelijke, zei Lyotard erbij. In Nederland konden socialisme en liberalisme, eens water en vuur, na de Wende rustig samengaan in een paars kabinet. Ook in de architectuur zag je een omslag: van massale flatwijken terug naar Hollandse huizen.
Tegenwoordig gaat het om de kleine, persoonlijke verhalen, om het gevoel, de intuïtie, de ervaring. ‘Ik had er een goed gevoel bij’, zeggen we dan. De reclame vertolkt en versterkt dat: jong, stralend, vrij, erotisch, succesvol.
Gevoelscultuur is vooral genotscultuur: ‘hedonisme’ noemen we dat. Alles moet ‘lekker’ voelen; ons taalgebruik verraadt ons: ik heb in een bepaald onderwerp gewoon ‘geen trek’. De media spelen erop in en bevorderen dat. Het moet flitsend, afwisselend, van de ene ‘hype’ naar de andere.
Anders dalen de kijkcijfers. Maar wat zou er achter zo’n leefdrift zitten? ! Doodsangst, zegt Paulus. ‘Laat ons eten en drinken, want: morgen sterven wij.’ Postmodern kan ook pessimistisch zijn. Ook dramatische verhalen ontroeren de tv-mens. En zieligheidsprojecten doen het goed.

Uitstraling boven principes
Door de beeldcultuur verandert ook het publieke domein. Niet wat bijvoorbeeld een minister echt inhoudelijk zegt, maar hoe hij overkomt beslist. Het gaat niet meer om je principes, maar om je uitstraling. Ieder zijn eigen waarheid. Postmoderne mensen hebben geen samenhangende levensbeschouwing meer: het is een lappendeken geworden: van alles wat. Het hoeft niet meer te kloppen. Want ach, wat is waarheid? zei Pilatus al.
De secularisatie heette het einde van de religie, maar religie mag nu weer: want er is meer tussen hemel en aarde. In de literatuur ging het van Maarten ’t Hart (weg met ‘die God van zondag 10’) naar Jan Siebelink (heimwee naar vaders Godservaring).
Postmoderne religie is nog geen waar geloof (denk aan horoscoop, reïncarnatie, New Age), maar biedt meer opening. Zo knoopte dr. H. Jonker, als Amsterdamse bondsdominee ‘bevindelijk’ aan bij het existentiële levensgevoel van toen. Het is nu die gevoelscultuur, die doorwerkt in de breedte van de kerk: van ‘politieke prediking’ naar ‘spiritualiteit’. Wie wil er nog terug? Onder predikanten ontstond een nieuwe beweging: ‘Passie (!) voor preken’: preken uit het hoofd, dichtbij de mensen, warm, met getuigenissen. Vandaar ook het shoppen, alsof de kerk ook een winkelcentrum was. Zijn dat onbetaalde rekeningen van de orthodoxie? Maar let op het risico. Als je vraagt: 'waar preekte de dominee over?' zegt men: dat weet ik niet meer, maar het was een ‘fijne, warme preek’. Toen een collega eens samenwonenden aansprak op het ongehuwd zijn, zeiden ze: maar we hebben ervoor gebeden.

Gevoel in de Bijbel
Hoe reageren we op deze gevoelscultuur?
Dat je niet op je gevoel moet leven, maar naar het Woord en door het geloof! En dat is zo! Gevoel is een moeras, geloof is vaste grond. Christus is de vaste rots van mijn behoud. Maar waaróm zeggen wij dat? Omdat wij zelf uit het geloof leven of met ons gevoel geen raad weten? Omdat wij stoere Calvinisten zijn of nuchtere Hollanders? ‘Doe maar gewoon...’
Wij zijn in elk geval westerlingen. Maar de Bijbel is een oosters boek, van en over fel levende mensen. Een joodse gids in Israël liet het ons voelen: David danste van blijdschap. In lofpsalmen klappen de bomen de handen; boetepsalmen roepen uit diepten van ellende. Inderdaad: hemelhoog juichend en ten dode bedroefd. Of – stil heimwee naar God! Dorst naar de waterstromen!
Hoe emotioneel zijn ook de ‘confessiones’ van Jeremia en de klachten van de beproefde Job. Hoe verrukt zijn bruid en bruidegom in het Hooglied. Het is een misverstand dat gevoel alleen bij onze postmoderne tijd zou horen. Wij zingen: 'duizend zorgen, duizend doden kwellen mijn angstvallig hart'; maar ook: 'en met wat blijde zielevreugd/ zal hij door al Uw daân/ verrukt ten reie gaan.'
Staat ook het wóórd ‘voelen’ er? Jazeker. ‘Heer, ik voel mijn krachten wijken en bezwijken’; ‘want ik gevoel de grootheid van mijn kwaad’. Overigens staat er in de Bijbel zelf: ik kén mijn overtredingen. Onze (achttiende-eeuwse) berijming is nog gevoeliger! Wat is dan nog het verschil met onze gevoelscultuur? Dat het geloof beslist! Habakuk zingt: al bloeit geen boom, nochtans! Wat nochtans? Het nochtans des geloofs. Verdringt dat mijn gevoel?! Nochtans zal ik in de Heere van vreugde (!) opspringen. Wie het woord ‘gevoel’ of ‘gevoelen’ opzoekt in een bijbels woordenboek, vindt iets bij het woord ‘ziel’: het Hebreeuwse woord nèfèsj is onder andere de zetel van ons gevoel. ‘O, mijn ziel, wat buigt g’ u neder’. Of: ‘Verheug de ziel van Uw knecht.’ Als Paulus geen bevel des Heeren heeft, zegt hij zijn persoonlijke gevoelen (1 Kor. 7:25). Maar dat gevoelen (de mening) van een apostel is niet normatief. Dieper gaat: ‘Dit gevoelen zij in u dat ook in Christus Jezus was.’ De záák is er bij Paulus niet minder om! Bij de ‘uitzinnige’ (!) Galaten doorstaat hij opnieuw ‘barensweeën’ (!), ‘totdat Christus een gestalte in u krijge’. Paulus heeft ‘hartzeer’ over zijn vlees en bloed, het Joodse volk! Om Christus’ wil. En wat heeft hij in een visioen verrukkelijke dingen gezien. In westerse handboeken worden deze ‘gevoelens’ weggetheologiseerd.

Gevoel in de kerkgeschiedenis
En in de kerkgeschiedenis zelf? Wie de Confessiones van de kerkvader Augustinus leest, ontmoet een diep denker, maar ook een laat antiek gevoelsmens. Hij worstelde – intellectueel – om de waarheid maar hij worstelde ook – sensitief – met zijn vleselijke gevoelens. Zijn bekering in Milaan raakte zijn verstand en hart. Welke worstelaar heeft hier geen schok van herkenning?
Wat is dan het verschil? Bij muziek wantrouwde hij zijn gevoel. En bij de Reformatie? Die ontdekte: geloof alleen, genade alleen. Voor Luther was dat wel een emotionele ontdekking; hij tobde in dat torenkamertje over dat woord ‘gerechtigheid’, ja raasde en bonkte. Toen hij het geheim ontdekte, – de geschonken gerechtigheid – voelde hij zich als ‘herboren’. Het Heil buiten ons: dat was de ontdekkersvreugde van de Reformatie! Elke worstelaar om genade heeft hier een schok van herkenning.
Maar wat is dan nog het verschil met onze gevoelscultuur? Dat het Woord besliste. In het Lutherlied overwint het geloof: ‘Delf vrouw en kind’ren ’t graf, neem goed en bloed ons af – wij gaan ten hemel in’. Is dat nuchter te noemen? En onze Calvijn? De Fransman was de man van het ‘evenwicht’; alles met mate. Was dat zijn karakter of zijn stoïcijnse vorming? Maar in zijn psalmcommentaar kijken we hem toch in zijn hart! En achteraf vermoedt een geleerde ‘angst’ bij Calvijn: voor het middeleeuwse labyrinth, maar ook voor de moderne afgrond. Toch (of daarom juist!) gaat het om het nochtans des geloofs. De drie sola’s, die ingaan tegen rooms bijgeloof, helpen ons ook bij ‘’s levens felheid’.
En de Nadere Reformatie? Die vroeg: Beleeft u wat u belijdt? Toets u aan de kenmerken van het ware. Verstandelijk geloof is niet genoeg; het gaat om het hart. Om Christus voor ons en in ons. Daar komen bij Smijtegelt en Comrie ook tranen bij! Schotten spraken van gevoels- en geloofszekerheid. Wij moeten leren ‘op te klimmen’ van het een naar het ander.
Engelse Opwekkingspredikers werkten op het gevoel: angst voor de hel, hunkering naar het heil. ‘Ga mij niet voorbij, o Vader! Zie hoe mij mijn zonden smart.’ Maar het moet niet bij zo’n ‘emotionele startervaring’ blijven! ‘Ik heb de vaste grond gevonden’: als een slingerend schip aan een anker.

Gevoel in de cultuurgeschiedenis
Bij de negentiende-eeuwse Romantiek kwam het gevoel centraal te staan: het was een reactie op de achttiende-eeuwse verstandscultuur, de Verlichting, waarbij de mondige mens zich keerde tegen alle bijgeloof, maar gevoelsarm en tijdloos bleek.
Romantische kunstenaars verwijlen graag bij liefde en dood: schilderijen en gedichten gaan over onze vergankelijkheid. ‘Uren dagen, maanden, jaren ...’
Weemoedig, bijna sentimenteel. Maar de Romantiek was ook vruchtbaar: in de wetenschap voor de studie der geschiedenis, liefst van de Middeleeuwen, en in de kerk voor het internationale Reveil. Gevoel kan oppervlakkig zijn, maar ook dieper gaan. Let maar op ons taalgebruik: ik héb een gedachte, maar bén bedroefd. Psychologen onderscheiden lagen in het gemoedsleven.
Werkte dat gevoel ook door in de theologische doordenking? Ja, bij Schleiermacher: het gemoed is een ‘eigen provincie’. Wat is religie? ‘Afhankelijkheidsgevoel’. Hier werd het gevoel voor het eerst gethematiseerd. Later zou Karl Barth dat subjectivisme noemen en dat gevaar bestaat inderdaad. Hoe heilzaam is dan de Woord-theologie. Maar ook Barth had niet het laatste woord.

Golfbeweging
Het is boeiend onze postmoderne cultuur met de Romantiek te vergelijken. Ook nu die terugkeer van geschiedenis: De eeuw van mijn vader; ook nu die terugkeer van religie: Geloven in het publieke domein. Het gaat in de cultuurgeschiedenis steeds met golven. De Romantiek eindigde – na de mislukte revolutie van 1848 – in Realisme. Komt er straks weer een eind aan de huidige golf ? Als het om uitleven van zondige hartstochten gaat, mogen we dat vurig hopen.
In de politiek zien we na 11 september dat de christen-democratie zich weer profileert; en dat socialisme en liberalisme weer uiteengingen. Je hoort dat men de kleine verhalen beu is en een degelijke lezing wil horen. In de kerk keren evangelische mensen, weggegaan om gebrek aan warmte, soms terug. Ze nemen de warmte mee, nemen de vormen voor lief, maar komen af op een fundamentele preek. Onze eigen jongeren, die wel eens even naar evangelische samenkomst uitwijken, blijven toch de kerk trouw: uw preek, zeggen ze dan, gaat veel dieper dan daar. Zij hebben oren aan hun hoofd! En weet u wat ze ook graag zingen? Create in me a clean heart, o God. Een psalm: schep in mij een rein hart, een boetepsalm: Psalm 51! Ik gun ze die ‘aanraking’. Ons allen trouwens.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 februari 2007

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Reageren op gevoelscultuur

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 februari 2007

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's