Staan in de frontlinie
HET KERKELIJK AMBT ALS ARBEID IN GEMEENSCHAP [ 1 ]
In drie artikelen willen we trachten zegenrijke zaken aan te reiken die doorbreking van ambtseenzaamheid ten goede kunnen komen. Vandaar de titel: Het kerkelijk ambt als arbeid in gemeenschap.
Algemeen wordt er over geklaagd dat het ambtswerk, zeker dat van de predikant, een eenzaam werk is. Eenzaam ten opzichte van de gemeente. Het ene gemeentelid heeft wensen zus en het andere heeft wensen zo, vaak gevoed door het wereldse denken van de huidige consumptiementaliteit. Het is ook eenzaam ten opzichte van de wereld waarin we leven, met haar manier van denken en doen. In die wereld past eigenlijk geen ambtsdrager, die als stoorzender bezig is met het brengen van een boodschap, waardoor het leven onder een andere noemer gebracht wil worden.
Hoewel de ene ambtsdrager er gevoeliger voor is dan de andere, ervaren velen hierin toch een stuk eenzame vervreemding die de nodige spanning kan oproepen.
Spanning die mede oorzaak kan zijn van vrees om een ambt te gaan bekleden.
Spanning die ook het gevaar in zich draagt dat de ambtsdrager water bij de wijn van het evangelie gaat doen met de bedoeling toch maar leuk en aardig over te komen.
Spanning zelfs die met zich mee kan brengen dat ambtsdragers in burn-out-achtig vaarwater terecht gaan komen.
Het gaat ons in deze artikelenserie vooral om de woorden ‘arbeid in gemeenschap’. Immers, het is juist gemeenschap die ten goede kan komen aan het verwerken van onze eenzaamheid. Bij gemeenschap denken we met name aan twee dingen.
Ten eerste aan gemeenschap met God door Christus en in de Geest.
Ten tweede aan gemeenschap met medegelovigen. Gemeenschap der heiligen dus, in de Heidelbergse Catechismus vraag/antwoord 55 verwoord naar aanleiding van de Apostolische Geloofsbelijdenis.
Spanning
Voordat we dieper op de twee vormen van gemeenschap ingaan, willen we eerst nog een bredere schets geven van het spanningsveld waarin arbeiders in Gods wijngaard verkeren. Het is een spanningsveld die vooreerst samenhangt met het spanningsveld waarin elke gelovige, los van enig ambtswerk, verkeert.
Immers, gelovigen zijn mensen die als een vreemde eend in de bijt van deze wereld leven. Geloven wil toch zeggen dat we uit deze tegenwoordige boze wereld getrokken zijn tot Gods eeuwig en wonderbaar licht. Wie gelooft, is het tegendeel van Demas, van wie de Schrift zegt dat hij de wereld weer heeft lief gekregen. Gelovige mensen hebben, als het goed is, deze wereld niet lief. Bedoeld wordt de wereld die in het boze ligt. De zonde in de wereld dus en de boosheid van ons eigen wereldse hart.
Burger van twee werelden
De wereld, voorzover die goede schepping is, gemaakt door onze hemelse Vader, mag en zal uiteraard wel bemind worden. We denken dan aan de prachtige natuur met haar planten, bloemen, bomen, vogels, vissen, dieren, water, lucht, bergen en heuvels, het heelal met haar sterren, planeten en kometen. Allemaal stukken wereld die we lief mogen hebben, want regelrecht gemaakt door onze goede God. Liefde tot medemensen en tot onszelf mag er ook zijn, want de wet vraagt van ons om onze naaste lief te hebben als onszelf, wat weer samenhangt met het feit dat de mens naar Gods beeld is geschapen. Hoewel door de zonde dat beeld van God gruweljk is verdorven, is er toch ook iets van dat beeld overgebleven. Reden waarom wij de medemens en onszelf om Godswil dienen te beminnen.
Ondertussen zullen we, als we geloven, de zonde in deze wereld niet liefhebben. De Bijbel gebruikt het woord wereld dan ook vaak in de betekenis van de in zonde gevallen en door zonde aangetaste wereld. Die mogen we niet liefhebben, want die gaat voorbij met al haar begeerlijkheid. Wie gelooft, is daarom in wezen burger van een andere wereld geworden. Dat is de wereld van de toekomst, waarvan op de Paasmorgen met de opstanding van Christus, bij wijze van spreken, de eerste steen is gelegd. Een christen is dus burger van twee werelden. En dat geeft de nodige spanning. Spanning die ook zal doorwerken, wanneer de betreffende gelovige ambtsdrager is.
Frontlinie
Daarnaast brengt het ambt allerlei specifieke spanningen met zich mee, eigen aan het ambtswerk zelf. Immers, satan kan wel schieten op allen die in het ambt staan. En hij doet het ook maar al te vaak, door zijn vurige pijlen van hels venijn op hen af te vuren.
Satan is namelijk razend van boosheid op ambtsdragers, want zij zijn bezig hem het gras voor de voeten weg te maaien. Zij worden immers door Christus gebruikt om zijn helse rijk af te breken en het hemelse rijk van God op te bouwen.
Dat is een gruwel voor satan. Als het aan satan lag, was er geen enkele ambtsdrager en waren alle kerkdeuren gesloten. Nu hij dat echter, dank zij de overwinningskracht van Christus, niet voor elkaar kan krijgen, probeert hij de kerk binnen te dringen om de ambtsdragers in te palmen of beentje te lichten. Hij tracht ambtsdragers te verleiden tot een half evangelie of tot een wettisch geloof. Hij tracht ambtsdragers onderuit te halen door hen af te brengen van de vrijheid in Christus of door hen te doen vertrouwen op eigen kracht. Ook tracht hij ambtsdragers voor zich te winnen door hen in zonde te doen vallen of door hen te vangen in de strik van bittere opstandigheid. Dat alles en nog veel meer betekent ondertussen dat ambtsdragers zich voortdurend in de frontlinie bevinden van de strijd tussen God en satan. Dat betekent ook dat ze zonder de voortdurende geloofsgemeenschap met God en de gemeenschap der heiligen, overgeleverd zijn aan de helse horden van de duivel. Spanningsvelden genoeg!
Waslijst
Bovendien zijn er nog diverse andere spanningsvelden. We denken aan het feit dat het geloofsniveau van elke gemeente altijd een kwestie blijft van ‘reeds’ en ‘nog niet’. Ook de gemeente met het hoogste bijbelse geloofsniveau bestaat uit zondaren aan wie van alles en nog wat mankeert. Ook gelovigen kunnen vanuit hun oude mens soms lelijk reageren naar ambtsdragers toe. En mensen die nog helemaal oude mens zijn, kunnen dat nog des te meer. Oorzaken van ambtsspanning!
Daarnaast is er de gebrokenheid door de zonde die in elke gemeente voorkomt. Soms zich realiserend in polariserende conflicten. Het kan voorkomen in gezinnen, in persoonlijke levens, in omstandigheden. Gebrokenheid die zelfs specifieke deskundigheid kan vragen die van ambtsdragers niet verwacht mag worden. Wel mag van hen verwacht worden dat ze deskundig kunnen doorverwijzen naar deskundigen. Ondertussen veroorzaakt het wel spanning.
Verder kunnen we nog denken aan diverse advertenties voor het werven van predikanten in vacatures bij gemeenten uit een andere kerkelijke context dan de doorsnee hervormd-gereformeerde gemeenten. In de omschrijving van die advertenties wordt vaak zoveel van de aanstaande predikant gevraagd dat je bij enig nadenken het al niet zou durven wagen om op de advertentie in te gaan. Vaak immers wordt van de aanstaande predikant gevraagd dat die inspirerend moet zijn, motiverend en enthousiasmerend. En natuurlijk conflictbeheersend. Want het is nodig goed om te kunnen gaan met de diverse manieren van geloven. In gedachten zien we zo’n predikant al door de gemeente gaan met de hele waslijst van wensen op zak, voortdurend die lijst raadplegend om toch maar niets te vergeten van al wat gevraagd wordt. Een spanningsveld dat niet te harden is.
Scherpe lijnen
Ook in hervormd-gereformeerde gemeenten zijn er specifieke spanningsvelden. Daar is er nogal eens een ‘plussen en minnen’ dat tekort dreigt te gaan doen aan het franke, vrije evangelie van genade voor zondaren. De Geest kan er door bedroefd worden met het gevaar dat het evangelie onder de domper geraakt. De predikant wordt van te voren in het klaargemaakte hokje geplaatst, met de bedoeling er niet uit te komen, want hij moet voldoen aan al de plussen en minnen die zijn opgesomd. Terwijl ondertussen de hoofdkwestie, namelijk de volle verkondiging van het vrije evangelie voor zondaren, dreigt onder te sneeuwen.
De scherpe lijnen van zonde en genade worden niet helder meer getrokken. Het Woord is geen tweesnijdend scherp zwaar meer.
Er wordt niet gesneden in de oude mens der zonde, zeker niet wanneer die oude mens zich verpakt heeft in lichte of zware godsdienstigheid. Alles buiten Christus wordt niet meer afgesneden. De werkelijke geloofsinplanting in Christus kan daarom niet plaatsvinden. Immers, die geloofsinplanting kan er uitsluitend zijn, wanneer wij worden afgesneden van onze oude Adam. Enkel waar wij alles buiten Christus verliezen, zullen we alles in Hem vinden. Als dit niet gebeurt, treedt geloofsvervlakking op.
De eigenlijke ambtsspanning
Het gevaar is levensgroot dat de echte eigenlijke ambtsspanning van de strijd tussen God en satan, weg gaat ebben. Het wordt mat in de gemeente, saai en taai, want alles verloopt volgens planning. Doch dat mensen dienen te sterven aan alles buiten Christus, willen ze met Hem opstaan tot een nieuw leven, wordt niet meer gehoord en beleefd. En de tweede kerkdienst wordt al maar leger. Daarom hebben we meer dan ooit de krachtige wind van de Heilige Geest nodig. Dan zullen allerlei mogelijke spanningen die er niet zo toe doen, lager genoteerd gaan worden, terwijl de ware ambtsspanning veruit de boventoon gaat voeren. Ambtsdragers zullen in het strijdtoneel tussen licht en duisternis er niet meer de kantjes aflopen door hun eigen rust en gemak te zoeken. Ze zullen het belang van de zaak van Christus zoeken en daarom veeleer het centrum van de strijd opzoeken, waar het er hard aan toe kan gaan. Maar ze doen dat niet uit vleselijke vechtlust van godsdienstige zelfhandhaving. Ze doen het zwak in zichzelf, doch sterk in de Heere, omdat ze zich weten te staan in het krachtenveld van de Heilige Geest. Ze kunnen de spanning aan, want ze staan er ontspannen in, vertrouwend op hun machtige Heere en Heiland.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 februari 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 februari 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's