De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GLOBAAL BEKEKEN

4 minuten leestijd

Onder redactie van George Harinck en Gerrit Schutte verscheen een waardevolle studie onder de titel De school met de bijbel. Christelijk onderwijs in de negentiende eeuw (uitgave Meinema, Zoetermeer).

• O.W. Dubois schrijft in een hoofdstuk ‘De groote zaak: de Kinderen tot Christus brengen’ over de tweede Reveilschool in Nijkerkerveen:
Na de eerste Reveilschool in Nijmegen volgde in 1847 een tweede in Nijkerkerveen. De drijvende kracht hiervan was ds. C.C. Callenbach, een trouw bezoeker van de vergaderingen van de ‘Christelijke vrienden’. Ds. Callenbach was diep bewogen over de zedelijke en godsdienstige toestand van de doodarme bevolking en voelde zich geroepen hen een school te geven. Deze school moest kinderen kennis en beschaving bijbrengen, hen doen wennen aan orde, tucht en zindelijkheid, maar bovenal moest zij hen in aanraking met het Woord des levens brengen, daar althans de kiem toe leggen. Voor de realisatie van zijn plannen zocht Callenbach contact met de jonkvrouwen H.D. van der Burgh van Spieringshoek en F.A.S. Gevers. (…) Daarnaast waren er giften uit alle delen van het land, wel een teken dat de zaak van het christelijk onderwijs leefde. Tot de gevers behoorden velen uit de Amsterdamse Reveilkring, maar ook Groen, op wie men zelden tevergeefs een beroep deed, en koningin Anna Paulowna.
In tegenstelling tot Nijmegen verliep de autorisatie in Nijkerkerveen tamelijk vlot en op 6 april 1847 kon de school worden geopend. Onder leiding van de begaafde onderwijzer Levi Witsteijn, een door Da Costa aanbevolen bekeerde jood, die door ds. Callenbach geprezen werd om zijn vermogen tot orde, bloeide de school en verwierf zij zich een goede naam.
Evenals de Klokkenberg in Nijmegen genoot zij de blijvende belangstelling en financiële steun van de ‘Christelijke vrienden’ van wie Heldring zich ook plaatselijk op de hoogte stelde. Het bezoek aan de school had hem diep ontroerd:

'In dit arme Nazareth, een tweede Hoenderloo, doch veel grooter, heeft het de Eeuwige Liefde goedgedacht een zetel harer eere te vestigen. Het was mij daar zoo wel als het mij lang niet op aarde geweest is. Ik dankte ook en bad met de kinderen mede (toen mij dit verzocht werd) in kinderlijken toon, en dacht aan alle die hutten daar heinde en verre gelegen in dat veen zoo armoedig, en aan de groote genade Gods om deze arme menschen die vaak honger en koude lijden, en naar het aardsche kommerlijk hun leven doorbrengen, te troosten met de hoop des eeuwigen levens. Ik dacht aan dat Vaderhuis waarvan hier gesproken werd: ik dacht aan den grooten Middelaar die reeds woont en troont waar geen nacht meer is: ik dacht aan Zijne armoedige geboorte, aan Zijn lijden en sterven hier beneden. Toen ik bad: O zegen verder deze school, hare behoeften zijn nog veel. Maar open ook voor hen, voor alle deze arme menschen, harten, die bereid zijn om in hunne nooden te voorzien. Toen dankte ik Hem die ook hier de kinderen tot zich geroepen heeft en menig hart bewogen om voor hen deze school te openen.'

(…) Geleidelijk aan konden de kroegen worden gesloten en hielden de baldadigen en straatschenderijen op. Een mooi voorbeeld van de beschavende invloed van onderwijs, meer nog van christelijk onderwijs.

• Marjoke Rietveld-van Wingerden en Bert Stilma herinneren aan ervaringen van W.G. van de Hulst:
(Vergelijkbaar waren) de herinneringen van W.G. van de Hulst aan zijn Utrechtse bijzondere christelijke school begin jaren tachtig: ‘Zijn eerste schooljaar … een grijze nevel! Maar uit die nevel rijst vriendelijk de oude meester, die hem aan zijn oor trekt.’ Groot was het verschil met zijn klassenleerkracht: ‘alle kinderen waren bang voor hem. En heel gehoorzaam. De kleine jongen ook. Maar ze hadden toch een versje op hem gemaakt, en kenden het allemaal; ’t was een stille voldoening voor hen:

Meester Scheffel de halve jood
Slaat zijn kind’ren hallef dood.
Hij legt ze op zijn tafeltje;
Hij slaat ze op hun wafeltje.

J. van der Graaf

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 februari 2007

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 februari 2007

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's