De doodsteek van Psalm 42
MEDITATIE: PSALM 42; MARKUS 8: 27-33
Wij leven op de grenzen van de lijdenstijd. De komende weken zal in het kerkelijk leven de diepe weg van Christus centraal staan – de schatkamer van de Kerk. Ook nu volgen wij Hem in het land van de Jordaan, in Cesaréa Filippi. Juist wanneer Hij de diepte ingaat, in de vervulling van de diepten van Psalm 42.
‘Met een doodsteek in mijn beenderen honen mij mijn wederpartijders.’
Het is in de intimiteit van de discipelkring dat Christus hen vrijuit onderwijs gaat geven over de weg die Hij gaan moet. ‘En Hij begon hun te leren dat de Zoon des mensen veel moest lijden, en verworpen worden van de ouderlingen en overpriesters en schriftgeleerden, en gedood worden: en na drie dagen weder opstaan.’ Wat een diepe schok zal het geweest zijn voor Zijn discipelen.
Bewegen deze woorden ons hart ook nog? Het zijn woorden die wij stil en aandachtig moeten overdenken en overwegen. Elk woord moet opnieuw in ons hart blijven haken: Zoon des mensen – moeten – lijden – verworpen worden – gedood worden. Zeker, het licht van Pasen gloort al aan de horizon. Maar de komende lijdensweken hebben we echt hard nodig om iets van deze woorden te verstaan. Toch was de aankondiging van het lijden niet het grootste dieptepunt in de landstreek van de Jordaan.
Erger kan niet
Petrus neemt zijn Meester even mee voor een onderonsje. ‘Dat zal U geenszins geschieden.’ ‘Goed bedoeld’, zullen we dan maar zeggen. Maar pijnlijk getroffen, als door een dolkstoot, wendt Christus Zich van hem af, en terwijl de blik zich richt op de discipelen – zij moeten eveneens deze les leren – spreekt Hij Petrus aan: ‘Ga weg, achter Mij, satanas, want gij verzint niet de dingen die Gods zijn, maar die der mensen zijn.’ We zijn geneigd om te zien op Petrus’ en zijn reactie. Maar, let op Christus! Hier gaat in vervulling wat staat in Psalm 42: ‘Met een doodsteek in mijn beenderen honen mij mijn wederpartijders.’ Want als mensen dat goddelijke ‘moeten’ ontkrachten, dan geldt: feller kun je Christus niet raken, ernstiger doodsteek is voor Hem niet denkbaar. Pijnlijk geraakt als met een satanische dolkstoot in Zijn ziel, wendt Hij zich dan af. Hoe haal je het in je hoofd en hart om dat ‘moeten lijden’, dat ‘moeten sterven’ te ontkennen, te ontkrachten. Erger kan niet.
Wij volgen Christus in de hoogtepunten en de dieptepunten van Zijn weg in Cesaréa Filippi, op de weg door de landstreek der Jordaan, ter vervulling van Psalm 42. Zo volgen wij Hem in de komende lijdenstijd. En wat Christus wil, is dat wij leren beamen dat Hij moest lijden, verworpen moest worden, gedood moest worden. Al die woorden moeten ons brengen tot bekering en geloof, aanbidding en toe-eigening. Dat we Christus in Zijn welbehagen, liefde, goddelijk recht en bereidwilligheid beminnen. En het laatste wat Hij wil, is dat er vanuit ons hart een onderonsje zou komen, in de zin van: ‘dat had U toch niet hoeven te overkomen’? Christus wil geen medelijden, geen beklag. Hij wil belijdenis van zonden, Hij wil toe-eigening van Zijn heil, Hij wil aanbidding van Zijn liefde. Laten we ervoor waken dat wíj, door ongeloof – in welke gestalte dan ook – Hem weer de doodsteek van Psalm 42 zouden toebrengen. Aanbidt Zijn weg!
Satan lacht
Het kan ook heel anders zijn. Want, satan gaat rond als een briesende leeuw, zoekend wie hij kan aanvallen met zijn venijnige messteken. Misschien heeft de doodsteek van satan ú in de beenderen van het geloofsleven geraakt!
Satan kan Christus niet harder raken, dan door ongelovig medelijden te wekken in mensenharten.
Satan kan een christen niet harder raken dan door afstand te scheppen tussen zijn of haar ziel en Christus heilswerk. ‘Is het wel voor mij, kan het nog wel voor mij?’
Satan lacht en de christen krimpt ineen, van pijn en angst: ‘met een doodsteek in mijn beenderen hoont mij mijn wederpartijder.’ Voelt u die steek ook in uw binnenste? Schuil daarmee gelovend, biddend bij Christus. Hij heeft Psalm 42 vervuld, en de satanische dolkstoot heeft Hij opgevangen in de landstreek der Jordaan. Zo mogen we Christus volgen in het kleingebergte, tot op het kruis van Golgotha. Schuilend bij Hem, mogen we dan belijden: ‘Dat móest U overkomen, ook voor mij.’
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 februari 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 februari 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's