De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BOEKBESPREKINGEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BOEKBESPREKINGEN

6 minuten leestijd

Henk Bakker: Draads en Tegendraads. Leren van de Puriteinen. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 137 blz.; € 12,90. John Exalto: Wandelende bijbels. Piëtische leescultuur in Nederland 1830-1960. Uitg. Meinema, Zoetermeer; 155 blz.; € 12,90.

Henk Bakker:
Draads en Tegendraads. Leren van de Puriteinen.
Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 137 blz.; € 12,90.

Enige tijd geleden deed dr. Henk Bakker van zich spreken door zijn boek over vroege christenen, Zij hebben lief, maar worden vervolgd. Nu heeft hij over de puriteinen geschreven, de stroming binnen de Engelse staatskerk die eind 16e en de hele 17e eeuw in woord en geschrift pleitte voor een verdere reformatie van hart, leven, kerk en samenleving.
Zoals in zijn vorige publicatie, beschrijft hij ook hier niet alleen opvattingen – in dit geval puriteinse –, maar vooral ook wat we hiervan kunnen leren voor kerk-zijn, geloven en leven nu. Een belangrijk punt hierbij is voor hem dat de puriteinen een belangrijke schakel vormen in de ontmoeting tussen de gereformeerde traditie en de evangelische beweging. Beide stromingen zijn immers terug te voeren naar het Puritanisme: de Engelse beweging heeft belangrijke invloed uitgeoefend op de Nadere Reformatie in ons land, terwijl ze via de opwekkingen in de achttiende eeuw aan de wieg heeft gestaan van de Engelstalige evangelischen. Alle reden dus om de bronnen beter te leren kennen.
Opmerkelijk is dan vervolgens dat Bakker begint bij de Amerikaanse theoloog Jonathan Edwards (1703-1758) en ruim een derde van zijn boek besteedt aan de bespreking van diens leven en opvattingen. Edwards is namelijk in de strikte zin van het woord geen puritein te noemen, omdat hij leefde in de achttiende eeuw. De schrijver erkent dat, maar verdedigt deze insteek met het argument dat Edwards een belangrijke brugfunctie vervulde tussen de puriteinen en de latere evangelische beweging. Deze opwekkingstheoloog kan dus zowel reformatorischen als evangelischen inspireren en een soort platformfunctie vervullen voor gezamenlijke studie, gesprek en gebed. Op zichzelf een edel streven. Het is echter zowel historisch als inhoudelijk niet sterk om zo uitgebreid in te zetten met een theoloog die niet tot de kern van de beweging heeft behoord en ook niet in het hartland, Engeland, heeft geleefd. De ontwikkelingsgang van de Engelse puriteinse stroming komt hierdoor dan ook te weinig uit de verf.
Aan de hand van enkele voorlopers en vertegenwoordigers weet Bakker niettemin een boeiend beeld te schetsen. Daaruit wordt duidelijk wat de titel aangeeft: puriteinen waren vroom (draads), maar konden op verschillende terreinen tegen de stroom ingaan (tegendraads). Terecht licht de schrijver de meest invloedrijke vertegenwoordigers van de puriteinse beweging eruit: William Perkins en John Owen, terwijl hij kort de betekenis van de synode van Westminster (1643-1649) aangeeft.
Het hoofdstuk over het puriteinse leven en denken geeft in kort bestek een overzicht van kenmerkende trekken van deze beweging. Bakker schetst enkele opvallende trekken in de leer, maar geeft vooral aandacht aan de puriteinse vroomheid. Wat auteurs vanuit tal van Schriftgedeelten hebben aangegeven over het ontstaan en de ontvouwing van het christenleven, vormt een belangrijke reden dat deze geschriften tot op vandaag zeggingskracht blijken te bezitten.
In een slothoofdstuk schetst Bakker het belang van de puriteinen voor geloof en leven nu en noemt daarbij Godgerichtheid, Schriftgerichtheid, prediking, offerbereidheid, opwekking en kerkelijke radicaliteit.
Mijns inziens ligt de blijvende betekenis van de puriteinse stroming inderdaad voornamelijk op het terrein van de spiritualiteit. Puriteinse predikers en schrijvers poogden de orthodox-gereformeerde leer in prediking, pastoraat en geschrift bij de gemeente te brengen. Deze praktische toespitsing betekende ruimschoots aandacht voor de vroomheid als komen tot God en leven voor Zijn aangezicht.
Ze had een buitenkant: streven naar reformatie van gezin, gemeente en samenleving.
Ze had niet minder een binnenkant: leven in persoonlijke omgang met God, gevoed door Schrift en prediking, en niet in de laatste plaats beoefend in het gebed. In deze vroomheid ging een gerichtheid op Christus samen met aandacht voor alles wat ervan afhield: zonde, satanische verleidingen en wereldse verlokkingen. Met het oog op de kernen van het christen zijn ligt er in puriteinse geschriften een schat aan geestelijke leiding. Ik moest even denken aan een bekende theoloog uit de Engelstalige evangelische wereld, J.I. Packer, die meermalen heeft aangegeven dat hij voor zijn visie op het christenleven beslissend is beïnvloed door John Owen.
Bakker heeft in vrij kort bestek enkele trekken van de puriteinse beweging geschetst en daarbij door laten klinken dat haar geestelijke lectuur wat hem betreft een ontmoetingspunt vormt tussen reformatorischen en evangelischen. Door het boek heen valt bovendien de overtuiging te bespeuren dat intensieve kennisname van puriteinse geschriften ook in onze Nederlandse kerkelijke situatie een gezonde diepgang van het geloofsleven ten goede komt. Een overtuiging die ik van harte met de schrijver deel.

John Exalto:
Wandelende bijbels. Piëtische leescultuur in Nederland 1830-1960.
Uitg. Meinema, Zoetermeer; 155 blz.; € 12,90.

Het Studiecentrum voor Protestantse Boekcultuur laat de Mr. H. Bos-lezing houden door een getalenteerde onderzoeker die in het begin van zijn loopbaan is en die zich verdiept in de plaats van het boek in de geschiedenis en cultuur van het Nederlands protestantisme. Wandelende bijbels is een sterk uitgebreide versie van de lezing van dr. Exalto. Hij beschrijft de leescultuur – niet de boekproductie, dan zou een onderzoek naar het fonds van Den Hertog bijvoorbeeld boeiend zijn – van piëtisten uit de subcultuur van de conventikels – en doet dit aan de hand van tien ‘spirituele biografieën’, die vrij normatieve bekeringsgeschiedenissen laten zien. We volgen het leven van Cornelia Ruit, Aaltje Zuidam, Johannes van Vuuren, Maria Wilhelmina Kamphuis en anderen. Het doel ervan was ware gelovigen van naamchristenen te onderscheiden. Exalto besteedt veel aandacht aan hun leven als pelgrim, het gebruik van de tale Kanaäns, de rol van emotie, het gaan van een geestelijke weg en de directe Godsspraak.
Omdat meer belang aan het directe spreken van God – in het krijgen van teksten – dan aan het spreken in Zijn Woord werd gehecht, werden de tien piëtisten ‘wandelende Bijbels’ genoemd. Preken zijn voor hen – om te citeren wat dit voor de oud-gereformeerde ds. Joh. van der Poel betekende – ‘niet in de eerste plaats grondige exegese’, maar vooral de toepassing van de bijbeltekst op het bevindelijke leven van zijn hoorders.
Exalto wil met dit boek een opmaat bieden voor een mediageschiedenis van het gereformeerd piëtisme. Dat is deze goed geannoteerde uitgave zeker. Wat de lezer mist, is de duiding van de het geestelijk klimaat. Een historicus mag mijns inziens meer doen dan beschrijven, hij mag vanuit zijn levensbeschouwelijk kader ook aan meningsvorming doen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 februari 2007

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

BOEKBESPREKINGEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 februari 2007

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's