De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GLOBAAL BEKEKEN

4 minuten leestijd

Prof.dr. W.P.H.J. van den Donk, onder andere voorzitter van de Wetenschappelijke Raad van het Regeringsbeleid (WRR) in Utrecht, hield 17 januari de Oecumenelezing 2007. Zijn rede werd in beknopte vorm geplaatst in het RD van 19 januari. In zijn betoog bracht hij het recent verschenen fraaie boek van Michael Burleigh Aardse macht over religie en politiek in Europa ter sprake. Hier volgt een fragment uit de lezing, gevolgd door een passage uit het boek zelf, dat binnenkort wordt besproken.

In zijn mooie boek ''Aardse machten', dat handelt over de verhouding tussen religie en politiek in Europa van de Franse Revolutie tot de eerste Wereldoorlog, levert de Britse historicus Michael Burleigh een fraaie kritiek op het gedicht 'Dover Beach' van Matthew Arnold. In dat gedicht worden de ontwikkelingen in de relatie tussen publiek domein en religie verbeeld als een overzichtelijk strand waarvan de zee zich in een soort van oneindige eb langzaam terugtrekt. (.: .)
Burleigh komt op basis van zijn indrukwekkende historische onderzoek naar de verhouding tussen religie en publiek domein tot een andere conclusie. Voortbouwend op de metafoor uit het eerder genoemde gedicht 'Dover Beach' zegt hij dat de verhouding tussen religie en publiek domein niet adequaat kan worden gevat in het beeld van het strakke strand en de eeuwigdurende eb. Die verhouding wordt, zo beweert hij, veel beter gevangen in een beeld van telkens weer heen en weer bewegende, complexe stromingen die over een rotsige kust spoelen, met getijdenpoeltjes die voortdurend worden bijgevuld. De geschiedenis van de Europese secularisatie, zo schrijft hij, heeft eerder een grillig dan een onontkoombaar karakter
.

Uit het boek van Burleigh zelf: Hoe in de negentiende eeuw 'afvalligen' tegen het christelijk geloof bleven aankijken.
In 1851 ging een op de zes in Duitsland gepubliceerde boeken over theologie; in 1871 was dat nog altijd een op de acht. (...)
Maar het was ook een tijdperk van publiek geuite religieuze twijfel, vaak veroorzaakt door vragen die zich aandienden vanuit geschiedenis, theologie of wetenschap en vervolgens werden geformuleerd in literatuur die als een soort thermometer gold voor respectabel gedrag of een respectabele mening. Het woord respectabel is hier van belang, want ook de meest verscheurde Victorianen bleven respect houden voor religie en zouden de filosofische en wetenschappelijke 'anti-theïsten' van vandaag uiterst grof en platvloers hebben gevonden, en hun rationalisme dor en gevoelloos. Neem de romanschrijfster George Eliot, die op haar tweeëntwintigste van haar strenge evangelische geloof was gevallen. In 1859 schreef ze in een terugblik op de achter haar liggende periode van agressief agnosticisme:
'Ik heb geen enkel bezwaar meer tegen enig geloof waarin menselijk verdriet en menselijk verlangen naar zuiverheid zich uiten: integendeel, ik heb er een sympathie voor die sterker is dan elke neiging erover te twisten. Niet dat ik ben teruggekeerd naar een dogmatisch christendom - naar de aanvaarding van een verzameling doctrines als geloofsovertuiging en van een bovenmenselijk openbaring van het Ongeziene - maar ik zie daar wel de hoogste uiting in van een religieus gevoel, dat hoe dan ook een plaats heeft veroverd in de geschiedenis van de mensheid, en ik heb een diepgaande belangstelling voor het innerlijk leven van oprechte christenen uit alle tijden. Over veel dingen waar ik tien jaar geleden nog tegenin was gegaan voel ik me nu te onwetend en ethisch te beperkt om ze zonder meer af te keuren: vroeger benadrukte ik zo veel mogelijk de intellectuele verschillen, nu vind ik het heerlijk emotionele verwantschap te voelen.'

Het zou al een hele winst zijn wanneer de hedendaagse intelligentsia nog zo met respect tegen het christelijk geloof zouden aankijken. Vandaag achten ze - zegt Van der Donk - religie 'een vorm van achterlijke verdrukking, die mensen verdoemt tot domme afhankelijkheid en onvrijheid'. Daardoor is de 'seculariseringshypothese' een van de centrale 'geloofsartikelen' van de sociale wetenschappen geworden en hebben beoefenaars van die wetenschappen zichzelf gezien als 'de intellectuele voorhoede van de verdere modernisering van de samenleving'.

J. van der Graaf

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 februari 2007

De Waarheidsvriend | 22 Pagina's

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 februari 2007

De Waarheidsvriend | 22 Pagina's