Anatomie van de ziel
Calvijn toont al jong pastorale betrokkenheid
Calvijn komt op zeer jonge leeftijd naar voren als iemand met een bijzondere wetenschappelijke aanleg. Tegelijk legt hij een grote gevoeligheid voor de zielzorg aan de dag.
Calvijn is hoogstens 24 jaar als een vriend hem vraagt een pastoraal gesprek met zijn zuster te hebben. Hij voldoet aan het verzoek en zegt haar niet op eigen kracht te vertrouwen, maar op de kracht van God, in Wie wij leven en zijn. Ook Calvijns eerste theologische geschrift over de onsterfelijkheid - veelal onbekend - is pastoraal gezien buitengewoon belangrijk.
De Fransman leeft nog als een privé-geleerde. Vanwege dreigende vervolging had hij een zwervend bestaan. Toen al vertoonde hij een bijzondere pastorale betrokkenheid, die hem zijn leven lang getekend heeft, in zijn geschriften, in zijn prediking, in zijn onderwerk en in al zijn praktische werkzaamheden.
Rondzwervend werkt hij aan zijn Institutie. Schriftonderzoek gaat hand in hand met pastorale betrokkenheid. De ware godsvrucht is door het pausdom op een dwaalspoor terechtgekomen. De schare die misleid was, geen herder had en verstoken van het brood des levens was, had nieuwe troost en kracht, brood voor het hart, nodig.
Terwijl Calvijn studeert, gedreven door eigen zielennood, schrijft hij over de kennis van God en van onszelf en sterkt de zielen van zijn tijdgenoten. Later zegt hij tegen Sadoletus: 'Pas dan bouwen de predikanten de kerk recht als zij niet alleen leergierige zielen met vaste hand tot Christus weten te leiden. Zij moeten ook gewapend zijn om diegenen tegen te staan die met geweld Gods werk willen verhinderen.'
Pastoraat per brief
Zodra Calvijn in Genève vastgehouden wordt, werkt hij op vele niveaus tegelijk. Hij leert en onderwijst, hij organiseert en brengt orde in de chaotische toestand.
Hij begint met regelmatig te preken. Er zijn uit de eerste jaren geen preken bewaard gebleven. Pas in 1549 wordt daarmee begonnen. Van de 4000 opgeschreven preken zijn er zo'n 2500 door slordigheid verloren gegaan. De resterende 1500 zijn nog steeds niet gepubliceerd. Maar wel zoveel dat wij weten dat Calvijn uiterst pastoraal gepreekt heeft. Elke preek draait om beide brandpunten: de kennis van God en van onszelf, de eer van God en de rust van ons geweten.
Dan de correspondentie
Wat een pastorale zorg spreekt uit zijn brieven. Wat een grote troost voor mensen, hoog en laag, die in grote nood zijn. Bekend is de condoleance die Calvijn schreef aan de heer van Richebourg. Zijn zoon Louis vertoefde in Straatsburg en woonde bij Calvijn in huis en kwam daar te overlijden terwijl Calvijn in Regensburg op het godsdienstgesprek was. Het is een hartroerende brief, die ieder bijzonder aanspreekt die zo'n groot verdriet persoonlijk kent.
(Zie kader.) Het is een indrukwekkend voorbeeld van pastoraat gedragen door een diepe sympathie en een echte intense deelneming in het verlies.
Psalmen
Het is geen wonder dat Calvijn altijd met het psalmboek bezig geweest is en aan zijn commentaar grote zorg heeft besteed.
Hij publiceerde naast de Latijnse editie bijna tegelijk de Franse. Hij heeft zich ervoor ingespannen dat de psalmen berijmd werden en gezongen konden worden.
Bij zijn inleiding tot de psalmencommentaar geeft Calvijn zich rekenschap van zijn bijzondere voorkeur voor de psalmen. 'Niet zonder reden', zegt hij, 'ben ik gewoon dit boek een anatomie, een ontleding, te noemen van alle delen van de ziel, omdat niemand een aandoening in zich zal ontdekken, die hier niet als een beeld in een spiegel oplicht.'
De omgang met de psalmen zijn een voorbereiding voor de dienst van het pastoraat, omdat het daarvoor nodig is dat de zielzorger mensenkennis heeft; hij moet de anatomie van de ziel kennen. Wij zullen nooit beseffen hoeveel geestkracht van het psalmboek voor de verbreiding van de reformatie is uitgegaan.
Heilig avondmaal
Teer pastoraat heeft Calvijn beoefend rondom het Heilig Avondmaal. Juist omdat hij grote eerbied voor de bijzondere gave van God in het sacrament heeft, zoekt hij naar de enige rechte weg van een pastorale kerkelijke tucht.
Enerzijds is er het gevaar van de onverschilligheid in de omgang met het Heilig Avondmaal, waardoor de eer van God wordt gekrenkt. Anderzijds dreigt een onpastorale hardheid en strengheid in afwijzing en toelating tot het Heilig Avondmaal.
Calvijn schrijft aan Farel hoe het daarmee toegaat in Straatsburg. Hij stelt het pastoraat in de plaats van de roomse biecht. Zodra de dag van het Heilig Avondmaal aanbreekt, geeft Calvijn gelegenheid tot dit pastoraat in de voorbereiding aan ieder die daaraan behoefte heeft.
Calvijn maakt dan tegelijk bekend waartoe dit pastoraat dient. Hij noemt drie dingen. Allereerst dat degenen die te weinig onderlegd en te onervaren zijn beter onderwijs tot hun verdieping ontvangen.
In de tweede plaats dat degenen die een speciale vermaning nodig hebben, die aanhoren.
In de derde plaats dat zij die door enige onrust in hun geweten gekweld worden, vertroosting en bemoediging ontvangen.
Calvijn gaat zeer pastoraal te werk. Hij wijst alle misbruiken van de biecht af en toont met name het gevaar aan van elk wetticisme, dat onze gewetens in strikken boeien wil. Christus is onze enige Wetgever, Die wij gehoorzaamheid verschuldigd zijn. Nadrukkelijk verklaart Calvijn: 'Ik leer hen, dat ik volstrekt geen afbreuk wil doen aan onze vrijheid, en ik wil geen enkele last opleggen, die Christus niet Zelf ons bevolen heeft.'
Tegelijk vraagt Calvijn om vertrouwen in het pastorale optreden van de kerk. Als men daarin geen vertrouwen heeft, hoe kan men dan toch de avondmaalsgemeenschap begeren?
Heilige Geest
Calvijn heeft in de beide eerste delen van zijn Institutie gesproken over de kennis van God de Schepper en van God de Verlosser. In het derde deel gaat het over het werk van de Trooster, de Heilige Geest. 'Wat ons over Christus gezegd is, dat komt ons door de verborgen werking van de Heilige Geest ten goede.' De verborgen werking van de Heilige Geest verbindt ons met Christus. Hier komt het eigene van Calvijn naar voren: de existentiële ontdekking dat Christus ons draagt, vandaag, hier en nu, zoals de wortel de tak. Hij schrijft aan zijn vriend Petrus Martyr Vermigli: Nu kom ik tot de tweede gemeenschap (communicatio) met Christus, die voor mij de vrucht en de uitwerking is van de eerste. Want nadat Christus ons door de innerlijke kracht van de Heilige Geest met Zich verbonden en in Zijn lichaam verenigd heeft, openbaart Hij nog een tweede werking van de Geest, doordat Hij ons rijk maakt aan Geestesgaven. Dat wij derhalve sterk zijn in de hoop en het geduld, dat wij nuchter en gematigd de verlokkingen van de wereld bedwingen, dat wij ons er krachtig op toeleggen om de hartstochten van het vlees te beheersen, dat de ijver voor de gerechtigheid en vroomheid krachtig in ons is, dat wij inspannen tot de gebeden, dat ons de verwachting van het eeuwige leven mee omhoog neemt, dat vloeit voort, zeg ik, uit deze tweede gemeenschap, doordat Christus, om niet ledig in ons te wonen, de kracht van Zijn Geest in duidelijke gaven bewijst. Het is ook niet ongerijmd, dat de Schrift deze beide daden Hem vaak toeschrijft dat Christus, wanneer wij tot Zijn lichaam behoren, ons Zijn Geest meedeelt, Wiens verborgen werking eerder ons tot leven bracht. Hoewel de gelovigen reeds op de eerste dag van hun roeping in deze gemeenschap komen, zo biedt Christus naar dat Zijn leven in hen wast elke dag Zich weer aan dat zij van Hem mogen genieten. Dat is de gemeenschap (met Christus), die wij bij het Heilig Avondmaal verkrijgen.
In deze brief komen verschillende punten van Calvijns zielzorg naar voren: de christelijke vrijheid, het kruisdragen en de oefening van het eeuwige leven. De gemeenschap met Christus stelt ons in de vrijheid. De dankbaarheid uit zich in de vreugde en een leven en werken tot de eer van God.
De zielzorg is er steeds op gericht dat wij niet van ons zelf maar dat wij des Heeren zijn. De liefde tot God en tot de naaste impliceert dat wij tot zelfverloochening en kruisdragen met vreugde bereid zijn. Wij staan in de navolging van Christus. 'Eerst dan triomfeert in de harten van de gelovigen het kruis van Christus over de duivel, het vlees, de zonde en de goddelozen, wanneer hun ogen zich richten op de kracht der opstanding.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 maart 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's