De begrafenisondernemer belt
PASTORAAT BIJ HET GRAF [ 1 ]
Nog niet zolang geleden verscheen Met stomheid geslagen?, van de bekende radiopredikant Aart Mak. Het vraagteken achter de titel van het boek spreekt boekdelen. Bij het leiden van een uitvaart kan geen stommetje worden gespeeld. Integendeel, er mag en moet gesproken worden.
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de ervaring met een dienst rond een crematie bij mij nihil is. Nog nooit ben ik geplaatst voor een vraag om te spreken tijdens een crematieplechtigheid. Tijdens mijn vicariaat ben ik wel eens tijdens zo’n dienst aanwezig geweest, omdat de predikant gevraagd was bij een crematie een dienst van Woord en gebed te houden. Hij bewilligde daarin en ik ben met hem meegegaan.
Aan de familie was duidelijk gemaakt hoe over crematie werd gedacht. Ondanks de bijbelse afwijzing van cremeren, zag de predikant niet af van deelname aan de crematieplechtigheid. Afgezien van het feit dat over dit standpunt verschillend gedacht kan worden, heb ik het als zeer positief ervaren dat de desbetreffende predikant het Woord tijdens deze afscheidsdienst wilde laten opengaan. Naar mijn gevoel zijn we daar nu nog meer toe geroepen dan destijds. We hebben de gelegenheid te baat te nemen om in allerlei situaties het Woord te laten klinken.
Evangelist
In mijn vorige gemeente kwam het vaak voor dat de plaatselijke evangelist de vraag kreeg om bij een crematieplechtigheid aanwezig te zijn. De begrafenisondernemers hadden een soort intuïtief gevoel dat ze de predikanten daar maar niet mee moesten lastig vallen en legden daarom de vraag op het bordje van de evangelist. Gelukkig dat hij daar, weliswaar met de nodige randvoorwaarden, toe bereid was.
Dat neemt niet weg dat het voor een predikant ook een vraag kan worden om in zo’n situatie voor te gaan. Laat dan altijd gekeken worden naar de mogelijkheid om aan alle wateren te zaaien. God laat Zijn Woord immers niet ledig tot Hem wederkeren.
Dit gezegd hebbend, ga ik er in het vervolg steeds van uit dat er sprake is van een dienst bij een begrafenis en niet bij een crematie.
Telefoontje
Opeens komt die vraag. Zomaar tijdens het eten of net voor het naar bed gaan. Meestal een telefoontje waarin we op de hoogte worden gesteld van het feit dat een gemeentelid is overleden. Een man of vrouw belt dat zijn vrouw of haar man is overleden. Een kind belt na het overlijden van een ouder, of een ander familielid na het overlijden van een geliefde. Soms belt de begrafenisondernemer. In ieder geval worden we op de hoogte gesteld van het feit dat iemand het tijdelijke met het eeuwige heeft verwisseld. De vraag is of de predikant de rouwdienst wil leiden.
Traject
Wanneer zo’n bericht binnenkomt, kunnen zich twee mogelijkheden voordoen. Het kan zijn dat er al een tijd op werd gewacht. De overleden persoon werd al geruime tijd bezocht. Omdat de terminale fase was ingegaan, werd eigenlijk al verwacht dat het niet lang meer zou duren. Een heel traject is al afgelegd. Contacten zijn gelegd en opgebouwd. Het kan ook anders. Soms ken je de overledene niet of nauwelijks. Dat kan zijn omdat het iemand betreft uit de gemeente waar je consulent van bent. Of het is een onbekend persoon uit de eigen gemeente.
In het contact met de familie van de overledene maakt dat een groot verschil. Als al een heel traject afgelegd is, vergemakkelijkt dat het contact met de familie. Vaak zijn er al heel wat ontmoetingen met familieleden geweest. Er is een vertrouwensband ontstaan. Het gesprek over de gang van zaken rond de begrafenis verloopt dan vaak heel soepel.
Overigens hoeft dat niet altijd zo te zijn. Er kunnen in de familiekring zulke spanningen bestaan, dat je daar na het overlijden van het familielid in alle hevigheid mee wordt geconfronteerd. Dat vraagt veel tact en wijsheid.
Als je de overledene niet of nauwelijks kent, vraagt dat in het gesprek over de rouwdienst veel invoelingsvermogen om helder te krijgen wie de persoon was die de familie is ontvallen en hoe de familie in elkaar steekt. Dat heeft natuurlijk alles te maken met de wijze waarop je omgaat met gemeenteleden die zich aan de rand van de kerk bevinden. Is er genoeg flexibiliteit om met hen om te gaan? Of is er een soort koudwatervrees voor de zingevingsvragen waar mensen misschien mee kunnen komen? Er zal hoe dan ook contact met de familie moeten worden gelegd om tot een juiste en waardige invulling van de rouwdienst te komen.
Uitzien
Hoe vreemd het ook klinkt, maar in bepaalde situaties kan er een soort stil verlangen naar de rouwdienst zijn. Dat kan het geval zijn als een Koningskind wordt begraven. In de gesprekken die er geweest zijn of in de contacten die er waren, is een band gegroeid. Je kunt ernaar uitzien om tijdens de rouwdienst goed van zijn of haar Heiland te spreken. Natuurlijk maakt het verschil of iemand abrupt uit het leven is weggenomen of na een langdurig ziekbed. Maar toch, als er sprake mag zijn van een oprecht, afhankelijk geloofsleven, is het goed om met de nabestaanden te spreken over de dienst die gehouden zal worden. Het zal immers een dienst worden waarin God aan Zijn eer mag komen. Het is heerlijk om daar als dienaar een instrument in te mogen zijn.
Zingen
Wanneer het gesprek over de dienst plaatsvindt, kan zich al direct het probleem voordoen als het over het zingen van andere liederen dan de psalmen gaat. Er zijn gemeenten waar tijdens de dienst geen gezangen gezongen mogen worden, omdat het een ambtelijke dienst betreft. Een ouderling, en vaak ook een diaken, zijn aanwezig om de rouwdienst een ambtelijk karakter te geven. Wanneer in zo’n dienst voor een vrijere liturgie ruimte zou zijn, zou dat precedenten kunnen scheppen voor een ruimere liturgie op zondag. Om dat te voorkomen, kiest de kerkenraad voor een strakke liturgie tijdens rouwdiensten.
Persoonlijk vind ik dat jammer. Er kunnen liederen zijn die voor de overledene zoveel hebben betekend of voor de nabestaanden zo’n grote waarde hebben, dat het jammer zou zijn om daarvoor geen ruimte te maken.
Heeft een dienst meer het karakter van een samenkomst – dus zonder ambtelijke vertegenwoordiging – dan is er meer vrijheid voor de invulling van de dienst. Overigens komt het natuurlijk ook voor dat er ondanks de minder strakke ambtelijke vertegenwoordiging geen ruimte voor het vrije lied is.
Afgezien van alle theologische argumenten tegen het vrije lied, zou het toch jammer zijn om het lied dat de overledene graag zong of dat de familie naar voren brengt, te weren. Dat neemt niet weg dat er altijd gekeken moet worden of de inhoud van het gevraagde lied bijbels verantwoord is. Maar als dat inderdaad het geval is, moeten we niet te benauwd zijn. Ik heb al heel wat keren meegemaakt dat deze liederen voor mensen van grote betekenis zijn.
Gedrukte liturgie
Overigens kan er ook voor gekozen worden om helemaal niet te zingen. Dat kan een principiële gedachte zijn: er wordt alleen gezongen als een kind des Heeren wordt begraven. Maar het kan ook te maken hebben met het vermoeden dat veel mensen tijdens de dienst niet bekend zullen zijn met het zingen van kerkelijke liederen. Dat is jammer. Zeker met een gedrukte liturgie erbij is het voor iedereen mogelijk mee te lezen en dan ook mee te zingen, zo goed en zo kwaad als dat gaat.
Het zou jammer zijn als het lied dat ons boven leed en verdriet uittilt, ontbreekt. Hoeveel psalmen en gezangen zijn juist niet gemaakt door mensen die wisten van leed en verdriet, maar in hun nood hun klacht uitzongen en hun verwachting stelden op de God van genade en troost.
Geloof op wieltjes
Een ander punt dat discussie kan geven, is de plaats waar de rouwdienst zal plaatsvinden. In veel gemeenten gebeurt dat automatisch in de plaatselijke wijk- of dorpskerk. Dat is een uitgemaakte zaak. Of er is sowieso geen andere locatie of er is voor gekozen een rouwdienst altijd in de kerk te laten plaatsvinden. Ongeacht wie het is en ongeacht hoeveel, of liever gezegd: hoe weinig mensen verwacht worden.
Nu is het wel zo dat in zo’n situatie iets dubbels kan plaatsvinden. Er zijn gemeenteleden die al jaren niet meer in de kerk komen en bij hun overlijden toch vanuit de kerk begraven worden. Dat geeft een dubbel gevoel. De kist staat op een plek waar de overledene nauwelijks of nooit kwam. De nabestaanden gaan zitten in een gebouw waar ze op zondag weinig of nooit een plaats innemen. Niet voor niets spreken we dan over een geloof op wieltjes. In de kinderwagen wordt men naar de kerk gereden om gedoopt te worden en op een andere manier wordt men de kerk uitgereden om begraven te worden.
Toch kan het zinvol zijn de rouwdienst juist in zulke omstandigheden in de kerk te houden. Waar kun je beter met je verdriet en pijn terecht dan daar? Het kan voor mensen die de dienst meemaken een (hernieuwde) kennismaking zijn met de kerk waar vroeger een grootmoeder of ander familielid het geloof beleed. Dat kan heel wat wakker roepen en door God gebruikt worden om mensen tot bezinning te brengen over de waarde van de kerk en haar zondagse erediensten.
Steriel
Veel rouwsamenkomsten vinden plaats in een rouwcentrum of aula op een begraafplaats. Afgezien van het feit dat er verschil kan zijn in het comfort van deze locaties, ademen ze vaak een zekere kilheid en sterielheid. Daarnaast hebben ze geen enkele kerkelijke uitstraling, die juist voor zo’n dienst van groot gewicht kan zijn. Toch moeten we eerlijk zijn dat het Woord wat Zijn werking betreft niet afhankelijk is van de ruimte waarin het gesproken wordt. De Heere heeft al veel zegen gegeven in gebouwtjes en schuurtjes waar Zijn Woord mensen in het hart raakte. Een aula of een rouwcentrum zal daarvoor geen belemmering zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 2007
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 maart 2007
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's