De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

INGEZONDEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

INGEZONDEN

5 minuten leestijd

Theocratie en heilsgeschiedenis
Oliver O'Donovan geldt als een toonaangevend christelijk ethicus· - en terecht. Wie zijn boeken leest, raakt onder de indruk van zijn eruditie, zijn scherpzinnigheid en zijn vroomheid. Het is dan ook een verheugende zaak dat dr. A.L.Th. de Bruijne zijn proefschrift heeft gewijd aan het politieke denken van O'Donovan. En dat dr.ir. J. van der Graaf hieraan een uitvoerige recensie wilde wijden in De Waarheidsvriend van 8 februari 2007.
De reden dat ik op deze bespreking reageer is dat ik van opvatting ben dat O'Donovan niet helemaal wordt recht gedaan. Het gaat mij niet om de vraag of Van der Graaf een adequate weergave van de studie van De Bruijne heeft geboden (hoewel naar mijn indruk De Bruijne een goede analyse biedt). Het gaat mij om de indruk die na lezing van de bespreking overblijft, namelijk dat het profetisch spreken van de kerk - in de visie van O'Donovan - niet tot zijn recht komt.
Van der Graaf heeft kritiek op O'Donovans invulling van de theocratiegedachte. Gods autoriteit - de kern van de theocratie - heeft weliswaar gelding in het publieke domein, maar gaat niet zover dat de overheid ook ambt van Christus zou zijn. Gevolg daarvan is dat het profetisch spreken van de kerk - iets waarop O'Donovan heel veel nadruk legt - ten diepste in de lucht blijft hangen. Want - in de door Van der Graaf aangehaalde woorden van prof.dr. W. Verboom - 'Wat is de betekenis van de profetie zonder de overtuiging dat de overheid Gods dienares is?' Om bij dit laatste te beginnen: nergens wil O'Donovan iets afdoen van Paulus' woorden in Romeinen 13 dat de overheid Gods dienares is. De vraag voor O'Donovan is veeleer: Hoe moeten deze woorden worden verstaan? Het antwoord is: de betekenis daarvan kunnen wij slechts verstaan vanuit de heilsgeschiedenis, die zijn vervulling heeft gevonden in het leven, sterven en opstaan van Jezus Christus.
De kritiek van Van der Graaf berust op de gedachte dat echte theocratie slechts christocratie is. Maar ook dat ontkent O'Donovan niet. Gods Koningschap is in Christus vervuld. De vraag is veeleer of daaruit volgt dat de overheid een ambt in dienst van Christus kan zijn. Met andere woorden: in het geding is de aard van de Christusregering en de wijze waarop die gestalte kan krijgen. En inderdaad, daaruit trekt O'Donovan andere conclusies dan Van der Graaf.
Waarin berust dan het precieze verschil wanneer O'Donovan noch het één (Rom. 13) noch het ander (christocratie) ontkent? Heilsgeschiedenis! Omdat de overheid geen scheppingsordening is - zoals bijvoorbeeld de familieverbanden - maar een historische roeping (vanwege Gods voorzienigheid), is het historisch karakter van Gods handelen zo van belang voor haar plaats- en taakbepaling. Twee overwegingen zijn daarin van beslissende betekenis. Allereerst dat Christus de aardse machten in hun rebellie heeft onttroond (Kol. 2:15), en - in de tweede plaats - dat deze Christusregering nog ten volle moet worden geopenbaard bij Zijn wederkomst. Plaats en taak van de overheid moeten dus worden gezocht in relatie tot deze twee historische momenten.
Hieruit volgt tweeërlei. Enerzijds heeft de overheid in het Koninkrijk geen plaats, Christus regeert door Zijn Geest de harten van de gelovigen.
Anderzijds betekent dit dat de overheid zich zal moeten verhouden tot Christus' heerschappij. Daarin staat zij voor de keuze: of volharden in haar rebellie tegen God en Zijn Gezalfde of zich aan het gezag van de Zoon onderwerpen (Ps. 2). De vraag is dan: Wat betekent dat laatste? Een 'christelijke overheid' is zich bewust van haar plaats in Gods geschiedenis, namelijk dat zij net als Johannes de Doper op de drempel van het Koninkrijk staat. Voor haar is geen plaats in het Koninkrijk weggelegd, maar in haar handelen wijst zij naar Gods handelen in Christus.
Zo geldt met betrekking tot de strafrechtspleging dat de overheid geen gerechtigheid kán uitoefenen zoals die in Christus is geopenbaard: gerechtigheid die tegelijk verzoening is; een oordeel dat tegelijk verzoent (Rom. 3:25). Anderzijds is onder invloed van de kerk (!) de opvatting gegroeid dat het opleggen en uitvoeren van straffen met een zekere matiging dienen plaats te vinden, als verwijzing naar Gods barmhartig oordeel; een opvatting die een belangrijke rol heeft gespeeld in de veranderende inzichten ten aanzien van de doodstraf.
Wanneer de overheid door O'Donovan principieel als seculier wordt opgevat, moet dat als voluit historische notie worden begrepen. Seculier staat niet tegenover sacraal of heilig, maar tegenover eeuwig. Politiek behoort tot deze eeuwen niet tot de toekomende.
Zo wordt de problematiek ontdaan van het ijzeren dilemma waarin Van der Graaf haar (bijna a priori) stelt: de staat is wel óf geen uitgang van het Koninkrijk van Christus, maar kan juist een geschakeerd beeld ontstaan, waarin alles zijn eigen plaats krijgt in de eenheid van Gods verlossend handelen.
Bewust schreef ik eerder van de 'indruk', die door het schrijven van Van der Graaf is opgeroepen. Hier en daar worden zeker relevante noties genoemd. Maar zij blijven te veel op zichzelf staande opmerkingen en doen daarom te weinig recht aan het denken van O'Donovan, omdat zij niet in het verband ·worden gelezen, waarin zij volgens O'Donovan moeten worden gelezen: de heilsgeschiedenis.
Natuurlijk, ook Van der Graaf toont zich bewust van de historische problematiek, wanneer hij aan het slot van zijn bijdrage over de beperkingen van de christelijke ambtsuitoefening van de overheid schrijft: 'In de voorlopigheid van het heden, dat wel.' Misschien moet Van der Graaf consequent zijn, en de stap willen zetten naar een werkelijk heilshistorisch denken over theocratie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 maart 2007

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

INGEZONDEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 maart 2007

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's