Amen zeggen
Het gaat niet om mijn woorden en ervaringen
Misschien ken je die regels wel. Ze komen uit een gedicht van Nel Benschop. De titel van het gedicht is 'Amen' en het gedicht gaat over belijdenis doen. Met dit ene woord 'Amen' raakt ze helemaal de kern.
Het gaat niet om mijn woorden en ervaringen Je spreekt geen lang verhaal uit, je vertelt niet de weg van je bekering. Je vertelt niet over je strijd en vragen, of juist over je diepe vreugde. Je zegt alleen maar 'amen'. Het is waar en zeker. Dit heeft mijn hart in bezit genomen. Aan God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, ben ik mijn hart kwijtgeraakt. In Hem geloof ik. Zijn Naam belijd ik.
Belijden
Prachtig woord eigenlijk: 'belijden'. Het Griekse woord betekent: hetzelfde zeggen. We zeggen na. Dat is wat anders dan napraten als een papegaai of nadoen als een aap. Het is principieel anders, tot in de kern toe. Belijden is als een kind nazeggen wat God ons voorzegt. Je mond, maar ook je hart doet erin mee. Belijden is: God oprecht naspreken omdat we het geloven met ons hart. In dat ene woord 'amen' - of in onze traditie: 'ja' - klinkt onze mond, maar komt ons hart ook helemaal mee. Daarmee raken we de diepste kern. We zeggen niet slechts ja op belijdenissen die in het verleden zijn geschreven. Geschreven? Beter: ze zijn geboren in de kerkelijke spanning van die dagen. En ze doen ook nu volop mee. We stemmen in met deze woorden van de kerk der eeuwen. We zeggen 'ja, dat is het'. In leven en in sterven kan ik het daarmee doen. En toch is belijden meer.
Gods jawoord
Eens klonk het jawoord van de Heere. Het was het moment van je doop. Teken van Gods verbond. Teken van Zijn trouw. Over jouw leven klonken de donkere woorden 'in zonden ontvangen en geboren'. Daar huiver ik bij. Schrik trekt door me heen. De diepte van die woorden laten mijn bestaan op zijn grondvesten trillen. De Heere kon echt 'nee' tegen me zeggen. Hij had er alle recht toe.
Maar toen klonken die wondere woorden: 'Ik doop u in de Naam van de Vader, en van de Zoon en van de Heilige Geest.' De Heere zei: 'Ja.' Tegen jou. Dat God dat deed, vind ik een regelrecht wonder. Mijn doop is teken en zegen van Gods 'ja', tegen mij. Ik heb er echt mijn hele leven voor nodig omdat te vatten.
Langzaamaan of plotseling opende de Geest van God mijn ogen voor dit jawoord van de Heere God. Nee, niet tegen mijn zonden, niet tegen mijn schuld, maar wel tegen mij, zondaar. Daarom gaf Hij ook Zijn lieve Kind aan het hout van het kruis. Voor Hem was Gods 'nee'! Hoe diep, hoe onbegrijpelijk. Hij werd door God verlaten, opdat wij nooit meer van God verlaten zouden worden. Daarom is er voor ieder die door Hem tot God gaat dit jawoord van de Heere God. Ik boog me en ik geloofde. Ja, daar is het begonnen. Bij de Heere God. Eer iets van mij begon te leven ... Ja, toen al. Daarom verklaarde de Heere God mij Zijn liefde.
Dit jawoord van de Heere God staat als een paal boven water. De Heilige Geest spelt het me voor. Keer op keer. Iedere doopbediening weer. In de preken, in mijn persoonlijk bijbellezen. De Geest heeft het zwart op wit gezet, Hij laat het horen met kracht, soms fluistert Hij het me in. Je twijfelde nog? Je aarzelde? Word stil voor God. Hoor Hem nog eens spreken in het teken van je doop. Zijn Naam en die van jou in één adem.
Mijn jawoord
De Heilige Geest heeft me dit 'ja' laten horen. Ik kreeg er houvast aan, steeds meer. De Geest spelde het mij voor. En Hij leert me nazeggen. Belijden. Alleen omdat God sprak, spreek ik Hem na. Ja, dat is belijden ten voeten uit. Ik heb het zelf uit Zijn mond gehoord. Zijn jawoord staat zo ongelooflijk en onomstotelijk vast. Het heeft ook intense aantrekkingskracht. In mij werd het verlangen geboren om ook 'ja' te zeggen. Vast overtuigd is het, of misschien met gebroken stem. Mijn 'ja' rust op Gods 'ja'. Mijn belijdenis is een vrucht van Zijn beloften. Mijn houvast aan Hem een gevolg van Zijn vast en betrouwbaar verbond. Mijn soms zwakke en aarzelende jawoord kan alleen rusten op dat van Hem. Dat van Hem is de grond. Het mijne is niet meer en niet minder dan een antwoord. Maar, wel een antwoord met heel mijn hart. Belijden met je mond en geloven met je hart gaan samen.
Persoonlijk
Ja, wel persoonlijk. Een ander kan dit jawoord niet voor jou geven. Hier gaat het tussen de Heere en jou. Geloven, belijden is van hart tot hart aan de Heere je jawoord geven. Dat is niet individualistisch. Bij individualisme sta je zelf in het midden. Je bent gefocust op jezelf. Je eist alle aandacht voor jezelf op. Daarom is ons jawoord genoeg. We kiezen voor die soberheid. Het gaat niet om mijn woorden, mijn verleden, mijn ervaringen. Alle nadruk valt op de Heere. Tussen Hem en mij is het goed geworden. Dankzij Hem is dat gekomen. Daarom zeg ik 'ja', meer niet. Zo valt alle nadruk op de Heere. Belijden is uitspreken dat het je heel persoonlijk om Hem gaat. Dat je met Hem wilt leven. Hij staat in het middelpunt. Jezus in het midden. En dat 'ja' impliceert heel persoonlijk 'nee' tegen mijn oude leven, zonder Hem. Tegenstrijdig? Dat lijkt maar zo. Wie 'ja' zegt, zegt ook 'nee'. Dat kan niet anders. Dat heeft te maken met de consequenties van onze belijdenis. 'Ja' tegen Koning Jezus, betekent 'nee' tegen leven zonder Hem. Tegen de machten die me willen overheersen. Zij moeten het afleggen. Het geeft het radicale aan. Maar één ding is, als het er echt op aankomt, nog relevant voor me. Dat ik van Hem ben en dat de Heere mijn Koning is.
Kerk der eeuwen
Er is veel te zeggen voor deze soberheid. Juist die soberheid heeft een enorme kracht in zich. We bedenken geen eigen verhaal, we schrijven geen eigen belijdenis. We belijden niet onze gelovigheid. Gelukkig niet. Er zou zo veel van mezelf in meekomen. En dat van mezelf moet steeds weer worden getoetst, geijkt aan wat Hij me leert. Er zou vooral zo ongelooflijk weinig van terechtkomen.
Ik ben niet de eerste. Velen gingen me voor, een stoet van getuigen, mensen die de Heere vreesden. In de begintijd van de kerk al, in de donkere Middeleeuwen ging de Heere door, toen kwam die prachtige en rijke vernieuwingsbeweging van de kerk, de Reformatie. En de eeuwen daarna ging de Heere door in Europa, in Nederland, in onze stad, in ons dorp, in onze voorgeslachten. Maar Hij ging ook door in andere gebieden in deze wereld.
Nu worden ook wij mee genomen, opgenomen in die gang van de Kerk der eeuwen. Belijdenis doen is instemmen met het lied van de kerk der eeuwen. Daar mogen we bij horen. De belijdenis van de kerk der eeuwen is onze belijdenis. Wat onze vaderen geloofden en beleden, dat geloven en belijden wij nu. Waar zij uit leefden, daar leven wij nu ook uit. Daarom vertellen we niet ons verhaal, onze bekering. Wat de Kerk van Christus de eeuwen door heeft geloofd en beleden, dat geloven wij en belijden wij nu ook. In dat koor zingen we mee. Daarom aarzelend of met volle overtuiging, schuchter of bedeesd, klinkt ons jawoord.
Een gebed
Ons jawoord is ook een gebed. Jawoorden uitgesproken in de kerk zijn gebeden. Met dat jawoord klemmen we ons vast aan de Heere, Die volkomen trouw is. We willen door Zijn genade tegen de zonde, de duivel en zijn hele rijk strijden. Dat geeft me een diep en intens houvast. Door Zijn genade. Als ik daarvan hoor, als ik daar uit leef, dan is belijden nu alleen maar 'Amen' zeggen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 2007
De Waarheidsvriend | 22 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 2007
De Waarheidsvriend | 22 Pagina's