De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

INGEZONDEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

INGEZONDEN

3 minuten leestijd

Wet als ontdekker van zonde
Het komt me voor dat scribent M. Vastenhout in zijn artikel in De Waarheidsvriend van 1 maart een pleidooi voert voor de wetslezing in de liturgie als regel van de dankbaarheid. Zo kopt ook het artikel. Het zonde ontdekkende element dient geen zelfstandige plaats te krijgen, maar is zeker aanwezig. Ik wil hierbij Zondag 44 uit de catechismus betrekken, waar staat dat de wet de christen scherpelijk (l) gepredikt moet worden. Je ziet in het antwoord op vraag 114 de twee Schriftuurlijke gebruiken van de wet - die van kenbron van de zonde en die van vernieuwer van het christenleven naar Gods beeld - duidelijk sámen terug. Het is én én, niet alleen de regel der dankbaarheid.
In vraag 114 wordt gesproken over degenen die tot God bekeerd zijn. Maar ook de catechisant leert het in de school van de kerk: ' ... opdat wij ons leven lang onze zondige aard hoe langer hoe meer leren kennen, en des te begeriger zijn om de vergeving der zonden en de gerechtigheid in Christus te zoeken.' En: 'Daarna, opdat wij zonder ophouden ons benaarstigen, en God bidden om de genade des Heiligen Geestes, opdat wij hoe langer hoe meer naar het evenbeeld Gods vernieuwd worden ...' Het lijkt mij toe dat in dit antwoord de usus elenchticus van Luther en de usus paedagogicus van Calvijn verrassend samenvallen in het eerste deel, terwijl de usus didacticus het tweede deel omvat.
In Galaten 3 wordt gevraagd naar het doel van de wet. Ze is er 'om de overtredingen wil', zie ook Romeinen 5:7 en verder. Tegelijk is ze ook tuchtmeester (paidagogos) tot (op) Christus. Omdat het geloof - ook 'nadat het gekomen is' (vs. 25) - niet altijd optimaal werkzaam is, behoudt de wet in zekere zin altijd naast de ontdekkende tegelijk de heenwijzende functie naar Christus, Die het ·doel van de wet is en in Wie al de volheid woont. Zo wordt het 'stuk' van de dankbaarheid ingeluid met Zondag 33, die spreekt over én afsterving én opstanding.
Het is kennelijk dat het huidige liturgische gebruik genoeg in zich heeft dat geïntegreerd is in het geheel van de eredienst. Het gebeurt dat de predikant het genadekarakter van de uitleiding uit Egypte benadrukt en ook dat hij de wet samenvat met de woorden van Jezus, die de geestelijkheid ervan doen uitkomen. Maar vooral in het gebed en de daaropvolgende prediking en ook in het eindgebed wordt de voorgelezen wet in heel zijn bedoeling zijn plaats gegeven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 2007

De Waarheidsvriend | 22 Pagina's

INGEZONDEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 2007

De Waarheidsvriend | 22 Pagina's