In de kerk geboren
Een rozentak met luis én bloemen
Elk catecheseseizoen komt de vraag wel een keer voorbij: 'Als ik straks 'ja' zeg, betekent dat dan ook dat ik - gesteld dat ik hier blijf wonen - mijn leven lang bij deze gemeente, of in ieder geval bij de Protestantse Kerk in Nederland moet blijven, ook als ik het er niet meer naar m'n zin heb? '
De kwestie komt nogal eens aan de orde op het moment dat we stilstaan bij de derde belijdenisvraag: 'Wilt u, in de gemeenschap van de Protestantse Kerk in Nederland en onder haar opzicht ... ' Het is waar, wie 'ja' zegt tegen Jezus, zegt daarmee óók 'ja' tegen Zijn Kerk, Zijn Gemeente. Christus is, om zo te zeggen, niet los verkrijgbaar. Denk aan wat we mee belijden met de Apostolische Geloofsbelijdenis: 'Ik geloof een heilige algemene Christelijke Kerk.' Wie 'ja' zegt tegen Jezus, treedt toe tot de Kerk met een hoofdletter. Hij mag denken: nu behoor ik bij de Kerk van alle eeuwen en plaatsen, bij 'de vergadering van ware gelovigen, die al hun heil verwachten van Jezus Christus en gewassen zijn door Zijn bloed' (art. 27 NGB).
Moeder
Deze Kerk heeft echter, behalve een onzichtbare, ook een zichtbare zijde: de kerk is ook een organisatie, een instituut. We zien kerkgebouwen met daarin een gemeente van jong en oud, die leert en viert en dient. Je kunt zeggen: de Protestantse Kerk in Nederland (en als onderdeel daarvan elke hervormde gemeente), is één van de vele zichtbare gestalten van de algemene christelijke kerk. De onzichtbare en de zichtbare zijde van de ene Kerk van Christus zijn niet te scheiden. Ze behoren bij elkaar als lichaam en ziel. Ga maar na. Hoe vergadert Christus Zijn Kerk? Hoe ben ik tot geloof gekomen? Door Zijn Geest en Woord! En dan denken we aan de woordverkondiging en aan een kerkgebouw, aan erediensten en aan alles wat daarin en daaromheen - ook doordeweeks - gebeurt. In zekere zin is de kerk je moeder. Je bent zogezegd in de kerk geboren!
En, hoe zal ik als zwak, zondig mensje, kunnen blijven geloven en kunnen toenemen in de genade en de kennis van de Heere Jezus, zonder contact met mijn zusters en broeders, die ook de kerk als moeder en God als Vader hebben? Alleen samen met alle heiligen kunnen we iets begrijpen van de hoogte en diepte, de lengte en breedte van de liefde van Christus (Ef. 3). Denk ook aan Handelingen 2:42: 'Zij volhardden in de leer van de apostelen en in de gemeenschap.'
Gemeenschap is een oerbijbels woord. Net zoals het woordje elkaar. Het Nieuwe Testament roept op tal van plaatsen op om oog voor elkaar te hebben: 'Vertroost elkaar', 'vermaant elkaar', 'hebt elkaar lief', 'draagt elkaars lasten', 'wacht op elkaar', 'groet elkaar', 'dient elkaar', 'belijdt elkaar uw zonden', 'bidt voor elkaar'. Wie een persoonlijke band met Christus heeft, krijgt ook een band met de andere leden (1 Kor. 12: de gemeente: het lichaam van Christus).
Teleurstelling
In kerk en plaatselijke gemeente is nogal eens wat mis. Als je een analyse maakt: in het licht van de Bijbel, kun je flink teleurgesteld raken. Openbaart zij zich echt als het lichaam van Christus? Is zij werkelijk een levende gemeenschap, waar de vrucht en de gaven van de Geest aan de dag komen? Is er sprake van hartstochtelijk en doorleefd geloof, van daadwerkelijk christelijk leven? Er hapert dikwijls heel wat aan. Dat is treurig genoeg. We moeten ons diep schamen voor verdeeldheid, lauwheid, starheid, ongehoorzaamheid, gebrek aan onderlinge liefde, gemeenschap en werfkracht. Hoe ga je daarmee om? Een catechisant zei: 'Ik wil bij een gemeente horen waar ik me thuis voel.' Dat is misschien een herkenbare uitspraak. Als de frustraties oplopen, krijg je de neiging weg te lopen. Kerkshoppen is in. Dat heeft denk ik niet alleen met ongenoegen te maken, óók met onze cultuur. Daarin draait het sterk om je eigen keus, je eigen beleving. Je kiest wat je het meest aanspreekt. Nu is onze beleving bepaald niet onbelangrijk, maar, net als in een relatie, komt het in kerk en gemeente óók aan op trouw. Nergens in de Bijbel wordt het 'shoppen' gestimuleerd. Wél het op je post blijven, zolang het maar kan, al is het met kromme tenen. Net zoals ook de profeten in Israël en de apostelen in de eerste christengemeente deden: meebiddend, meelevend, meewerkend. Tenzij de bijbelse boodschap van zonde en genade structureel geweld wordt aangedaan. Dan kan er uiteindelijk een moment komen dat je geestelijke ademnood krijgt en gaat.
Tips
1. Een valkuil is dat je alleen let op wat er in je kerk en gemeente allemaal niet deugt, zonder oog te hebben en te houden voor wat je aan haar te danken hebt en voor wat er aan vele goede dingen gevonden wordt. Oefen je in het danken daarvoor. Oefen je ook in bidden voor je kerk en je gemeente, alleen en samen. Denk aan Jezus' gebed in Johannes 17, nota bene na alles wat in hoofdstuk 13 gebeurde. Danken en bidden helpt om verbittering te voorkomen of te boven te komen.
2. Vergeet niet je hand ook en eerst in eigen boezem te steken. Bedenk: de kerk, de gemeente dat zijn wijzelf - dat ben îk ook. Geldt van de kerk niet wat iedere gelovige apart van zichzelf moet en mag zeggen: in mijzelf telkens weer zondig, tekortschietend, ongeestelijk, maar toch, door het geloof in Christus, gerechtvaardigd en geheiligd? In de nederigheid van het geloof zullen wij met de kerk, met de gemeente geduld hebben en veel kunnen verdragen. Wat een geduld heeft God niet met ons. Dat wil intussen niet zeggen dat we haar tekort mogen vergoelijken. We zijn geroepen te bidden voor en te werken aan hervorming.
3. Opbouwend kritisch zijn mag. Bel je (jeugd)ouderling, je predikant eens op. Vraag met een vriendengroepje een gesprek aan met de kerkenraad. Wees open. Als men er niet van weet, kan men er ook niets mee. Je mag verwachten dat je serieus genomen wordt en dat er begrip voor is dat jongeren en ouderen verschillende verlangens kunnen hebben. Geef de moed niet op, ook al heb je je neus al eens gestoten.
De gemeente is geen club van gelijkgezinden. We hebben elkaar niet opgezocht, maar zijn door God aan elkaar gegeven. We aanvaarden elkaar omdat we ons door Christus als zondaren geaccepteerd weten. Of dat altijd gemakkelijk is? Het vergt een stuk geduld en het vraagt zelfverloochening. Zo'n houding moeten we leren. Daarin oefenen is de moeite meer dan waard, je krijgt er veel voor terug.
4. Realiseer je dat je nergens een ideale kerk/gemeente aantreft. Gelukkig zegt de Apostolische Geloofsbelijdenis niet: 'Ik zie een heilige algemene, christelijke kerk', maar: 'Ik geloof een heilige, algemene christelijke kerk.' Het is geloof om de zichtbare kerk met alle menselijk falen te zien als de wijze waarop de Heere Jezus aan het werk is.
5. Gemakkelijk blijven we steken in de vraag: wat levert de gemeente mij op, wat heb ik er aan? De uitkomst is doorgaans negatief. Oefen je in een andere insteek: wat heeft de gemeente aan mij? Wat is mijn bijdrage of wat zou die kunnen zijn? Jij hebt de gemeente nodig om te kunnen leven en groeien, maar de gemeente heeft ook jou nodig om te kunnen leven en groeien. Het gaat om wederkerigheid.
6. Stop met shoppen, zeker als je belijdend lid van de gemeente bent en zet je (weer) helemaal in. Dat beloof je ook als je 'ja' zegt op de derde belijdenisvraag. Het is net als in een gezin: gezinsleden hebben niet alleen rechten, maar ook verplichtingen. En ook al is er wel eens wat, al heb je soms flinke kritiek, het blijft toch je thuis. Je loopt niet zomaar weg. Aan een predikant werd eens gevraagd hoe het met zijn gemeente ging. Bij wijze van antwoord brak hij een tak van een rozenstruik af en zei: 'Kijk, deze tak zit vol luis, maar toch bloeit zij.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 2007
De Waarheidsvriend | 22 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 maart 2007
De Waarheidsvriend | 22 Pagina's