BOEKBESPREKING
Michael Burleigh: Aardse machten. Uitg. De Bezige Bij, Amsterdam; 608 blz.; € 35,00.
Michael Burleigh:
Aardse machten.
Uitg. De Bezige Bij, Amsterdam; 608 blz.; € 35,00.
'Waarom kunnen niet alle historici zo schrijven?' was de vraag in de Daily Telegraph bij de verschijning van dit inmiddels in vijftien talen vertaalde boek van de historicus Burleigh, die verbonden is aan de universiteiten van Oxford en Cardiff. Het draagt als ondertitel Religie en politiek in Europa van de Franse Revolutie tot de eerste Wereldoorlog.
Het was de bedoeling van de auteur een boek te wijden aan de 'totalitaire regimes' of 'politieke religies' van de twintigste eeuw, te weten het fascisme, nazisme en communisme. Daartussendoor wilde hij de tijd tussen de Franse Revolutie en die van de totalitaire regimes opvullen met wat 'bekende overpeinzingen over de symbolische wereld van de negentiende-eeuwse natiestaten, hun feesten, monumenten, standbeelden, mythen en patriottische liederen'. AI bezig zijnde met 'de strijd om het hart en de geest van het volk', kwam hij tot deze lijvige studie, waarbij de beoogde beschrijving van de totalitaire regimes nog even moest wachten, tot een tweede deel dat binnenkort verschijnt. Het resultaat is een imponerend boek, glashelder geschreven en opgesierd met uitvoerige citaten van spraakmakende ideologen of bestrijders ervan, filosofen en politieke leiders. Het boek begint bij de Verlichting, in een hoofdstuk Tijdperk van de rede, tijdperk van geloof. De Franse Revolutie, met de uitwerking ervan in diverse landen van Europa - Frankrijk, Italië, Engeland en Duitsland - wordt grondig uitgebeend. Hier krijgen ook breed aandacht de bestrijders van de beginselen der Revolutie, zoals de Franse historicus Alexis de Tocqueville en de Engelse Edmund Burke die van oordeel was dat 'een politieke theorie evenzeer aanleiding kan geven tot fanatisme als een religieus dogma'.
In het hoofdstuk Een nieuwe mens en heilig geweld in Rusland, worden niet minder dan 25 pagina's gewijd aan de wereldberoemde Russische schrijver Dostojevski, 'theocraat' à la Joseph de Maistre, maar met 'socialistische ondertonen die de Franse ideoloog met schrik zouden hebben vervuld'. Dostojevski voorspelt de opkomst van een intelligentsia in Rusland met 'achting en liefde voor datgene wat het volk als geheel meer liefheeft en acht dan wat ook ter wereld: zijn God en zijn geloof'. Maar 'de profeet' vergiste zich, want de nieuwe intelligentsia liet zich inspireren door haat en haar militante atheïsme zou de orthodoxe kerk vernietigen en de overblijvende generaties lang ondergronds dwingen.
In een hoofdstuk Wat des keizers is: de kerk versus de staat, de staat versus de kerk, komt de scheiding van kerk en staat, kind van de Franse Revolutie, uitgebreid aan de orde. Was 'de confessionele staat', met bevoorrechting van één godsdienst aan het begin van de negentiende eeuw 'een bijna universeel verschijnsel', aan het eind van die eeuw was dat vrijwel geheel losgelaten of onherkenbaar veranderd. Ik noem nog de gevolgen voor (wetten op) de zondagsrust, die regelmatig aan de orde komen. In De kerken en de industriële samenleving komt en passant Charles Haddon Spurgeon ter sprake, maar dan inzake de kerk die zich aanpaste bij de werkende klasse 'en ontspanning bezorgde, daarbij het risico voor lief nemend de religie omlaag te halen'. Over de prins der predikers zou bepaald meer te zeggen zijn dan gebeurt in een verwijzing naar het gebruik van zeven populaire theaters voor de zondagavonddienst, waarmee meer dan twintigduizend gelovigen werden getrokken. De sociale kwestie in Londen wordt overigens indringend beschreven.
Nederland komt er in dit boek bekaaid af. Enkele keren wordt Koning Willem I genoemd, vooral in de kwestie van de opstand van de Belgen tegen Nederland in 1830, uitlopend op de onafhankelijkheid van België, waar in de grondwet direct kerk en staat van elkaar werden gescheiden. Wie dit boek heeft gelezen, ziet met spanning en verwachting uit naar het tweede deel, over de totalitaire ideologieën en regimes. Treffend is de tekst uit Deuteronomium 13:13b uit de Statenvertaling, die het titelblad siert: 'Er zijn mannen, Belialskinderen, uit het midden van u uitgegaan, en hebben de inwoners hunner stad aangedreven, zeggende: Laat ons gaan, en dienen andere goden, die gij niet gekend hebt.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's