GLOBAAL BEKEKEN
In de Hervormde Vrouw geeft mevr. D.M. Veldhuijzen-Meeuse in de rubriek Gedicht dichterbij aandacht aan het gedicht Mijn belijden van Gerrit Waanders (1884-1936), opgenomen in een bloemlezing onder dezelfde titel (1934).
De bundel krijgt heel goede recensies, vooral ook om dit vers. Willem de Mérode sluit er een bloemlezing van geestelijke liederen mee af. Hans Werkman schrijft: Juist om dit gedicht is Waanders het waard, vijftig jaar na verschijning van zijn bundel, uit het vergeetboek geschrapt te worden.' Dat is nu ook al weer bijna 25 jaar geleden. Daarom geven we gehoor aan de oproep van Werkman en brengen dit gedicht onder uw aandacht.
Zoo ik niet had geloofd, dat in dit moeilijk leven
De Heer mij weg en woning had bereid,
En dat mijn naam staat in Zijn boek geschreven
Voor hoger heerlijkheid.
Zoo ik niet had geloofd, dat Hij mijn tijden regelt,
en zonder Zijnen wil geen haar valt van mijn hoofd,
zoo ik niet altijd weer Zijn liefde vond bezegeld,
zoo ik niet had geloofd, zoo ik niet had geloofd!
- Maar nu moet ook mijn lied uw donker pad verzellen,
verstomden in het leed, verstormden in den strijd:
daar is een bron van kracht met onuitputb're wellen,
daar is nog zaligheid!
Een leven in den dool maakt afgemat en moede;
verlangt gij niet naar rust, verlangt gij niet naar huis?
- Dit is de zeek're weg: een heuvel, een bebloede
Christus aan het kruis.
Hier houdt de kennis op en gaat geleerdheid onder;
de wijze loopt voorbij, de denker schudt het hoofd
- Daar is geen and're weg: Gods liefde werkt het wonder,
- welzalig, die gelooft!
Welzalig, die gelooft. Welzalig reeds het zwakke|
Het wank'le kleingeloof, dat Hij te planten kwam,
ook als Zijn wijze raad een storm zendt in de takken
tot sterking van de stam.
Welzalig, die gelooft, die teert op Gods genade
(het Gezaaide tarwegraan komt eerst wel nietig uit,
maar klimt van kracht tot kracht, tot koest're zon zijn zade
doet rijpen in de vreugd van ruisend oogstgeluid.
Tot op die grote dag, bij strijd en nederlagen,
of in omgloried licht met opgeheven hoofd:
"Door U, door U alleen, om 't eeuwig welbehagen."
"Zoo ik niet had geloofd, zoo ik niet had geloofd!"
- Zoo ik niet had geloofd, dat in dit moeilijk leven
de Heer mij weg en woning had bereid,
en dat mijn naam staat in Zijn boek geschreven
voor hooger heerlijkheid;
Z
oo ik niet had geloofd! - richt, Heer naar dat belijden
De neiging van mijn hart, de wending van mijn gang.
Zoo worde eens dat lied uit overoude tijden
mijn zwanenzang!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's