Niet tevergeefs
Blij met dode mus als opstanding niet waar is
Wanneer Christus niet is opgewekt, heeft dat enorme en verstrekkende gevolgen. Paulus somt een aantal van deze consequenties op. De apostel bestrijdt met klem enkele gedachten over de opstanding van Christus, die in de gemeente van Korinthe de ronde doen.
Blij met dode mus als opstanding niet waar is
Paulus keert zich vooral tegen de gedachte dat er geen opstanding der doden is. Dan is ook Christus niet opgewekt en wanneer Christus niet is opgewekt, dan zouden de apostelen valse getuigen zijn. Bovendien zijn we dan nog in onze zonden. Verloren zijn ook zij die in Christus ontslapen zijn. Alsmede maakt het ons tot de ellendigste van alle mensen wanneer we slechts voor dit leven hopen op Christus.
Opvallend is dat Paulus al deze zeer zwaarwegende gevolgen vooraf doet gaan door als eerste consequentie te noemen dat zowel de prediking als het geloof ijdel zouden zijn. Aan een ijdele verkondiging en een ijdel geloof moet de apostel niet denken. Het zou rampzalig zijn.
IJdel
Wat bedoelt Paulus met het begrip ijdel? Het grondwoord betekent zoveel als leeg, een droom, een waanbeeld, vruchteloos. Het is een kernwoord in Psalm 127. Wanneer de Heere het huis niet bouwt en de stad bewaakt, vergeefs is het werk van de bouwer en bewaker. De psalmist wil met het woord leeg niet zeggen dat er niets tot stand komt. Het kan weliswaar indrukwekkend ogen, er kan heel wat uit de grond gestampt worden. Een fraaie stad, die diepe indruk maakt met een sterke beveiliging, waarachter men meent veilig en geborgen te zijn. Maar uiteindelijk en ten diepste is hij hol en leeg. Hij zal blijken geen toekomst te hebben.
Zo kan de verkondiging indruk maken, imponerend zijn op het gebied van de retoriek bijvoorbeeld. Eveneens kan het geloof dat met deze verkondiging samenhangt, krachtig lijken, onverwoestbaar. In feite stellen beide niets voor wanneer Christus niet is opgewekt.
Prof.dr. A.A. van Ruler gebruikt in dit verband het beeld van een zeepbel. Geblazen door een kind ziet deze er fraai uit, de kleuren worden zichtbaar door het zonlicht en voor een bepaalde tijd wordt de zeepbel meegenomen door de wind. Het kind holt er achteraan. Uiteindelijk is de teleurstelling groot. Bij het minste of geringste spat de zeepbel uit elkaar en het kind staat er verbijsterd bij te kijken.
Zo kan het ook met de verkondiging zijn, alsmede met ons geloof. Het is zelfs de realiteit wanneer Christus niet is opgewekt. Dan verkeren we in de veronderstelling op weg te zijn naar het Koninkrijk van God, het zal evenwel blijken een luchtkasteel te zijn. We zijn blij gemaakt met een dode mus. Uiteindelijk rest de diepe teleurstelling. Is dat wel zo erg?
Wanneer je blij gemaakt werd met een dode mus, dan ben je toch blij geweest en dat is beter dan slechts verkeerd hebben in een onafgebroken somberheid?
Voor de apostel Paulus is dat niet genoeg. Hij moet er zelfs niet aan denken. Wanneer we alleen voor dit leven onze hoop op Christus gevestigd hebben, we zijn de ellendigste van alle mensen. Denk je eens in dat wat de apostel had meegemaakt en geleden, omwille van het evangelie, voor een fantasie geweest was. Stel je voor dat de vragen en aanvechtingen, die het leven van het geloof ook met zich meebrengt, voor een luchtspiegeling zouden zijn?
Logisch positivisten
Tegen welk front keert de apostel zich met zijn gedreven verkondiging? Daar bestaan verschillende opvattingen over. De opstanding werd door sommigen in Korinthe uit scepsis geloochend of vergeestelijkt.
In het eerste geval moeten we ons bij de toenmalig geadresseerde mensen voorstellen die doen denken aan logisch positivisten. Zij willen alles verstandelijk beredeneren. Opstanding der doden is verstandelijk gezien onzin en moet derhalve verworpen worden. Wanneer Jezus verschenen is aan Zijn discipelen, kan het niet anders dan dat Hij slechts schijndood geweest is. Hetgeen boven de wenkbrauwen zit, bepaalt hier wat waar of onwaar is. Er is geen open houding voor andere gedachten. Hoewel dit begrip van wetenschap verouderd is, hechten nog velen eraan.
In het tweede geval zou het gaan het om mensen die geen moeite hadden met het geloof in een voortbestaan. Men ging er in het Griekse denken vanuit dat wij een onsterfelijke ziel hebben. Deze gedachte zal in Korinthe een bepalende rol hebben gespeeld. De moeite zou bestaan ten aanzien van de lichamelijke opstanding en wellicht met een identificatie van de Gekruisigde en Opgestane. Van voortleven zou sprake zijn, zoals bij iedereen, van opstanding niet.
Projectie
Dat er leven na dit leven is, wordt overigens door steeds meer mensen geloofd. Niet iedereen is daar gelukkig mee. Vanuit het woord ijdel, een waanbeeld, een droom, kan ook gemakkelijk aan het begrip projectie gedacht worden. Geloof wordt vandaag de dag door velen beschouwd als projectie. Gelovigen scheppen zich een beeld, door gebrek aan moed om de realiteit onder ogen te zien, waardoor ze zichzelf troosten, bemoedigen. Het bestaan als een toevallig en tijdelijke zaak, totale zin en doelloosheid is iets waar ze niet aan moeten denken. Om aan die realiteit te ontkomen, bedenken ze een waanwereld. Geloof is zingeving in de zin dat wij ergens zin en betekenis aan verlenen. Het komt dus van ons, van onderop. Waar het om gaat, is dat de opstanding voor ons iets betekent. Ons een heroriëntatie geeft, op een totaal andere manier in de wereld doet staan. Hoopvol, bijvoorbeeld. Er wordt aan de opstanding dan ook slechts geloof gehecht door degenen die Jezus kennen. Althans aan hen verschijnt de Opgestane.
Er is op gewezen dat waar er over de verschijningen van Jezus, na Zijn opstanding, gesproken wordt, dit veelal een liturgisch karakter heeft. Zeer sterk komt dat tot uiting in Lukas 24, waar verteld wordt van de Emmaüsgangers. Onderweg voegt Jezus Zich bij hen. Ze herkennen Hem niet. De Schriften worden geopend en het brood wordt gebroken. Daarin herkennen ze Hem. Aan het slot van Lukas 24 zegent Jezus, als Degene Die ten hemel vaart, Zijn discipelen. Het is als de beschrijving van een kerkdienst. De zogenaamde paasverhalen zouden niet meer willen beweren dat waar en wanneer de gemeente samenkomt, zij Christus present stelt in de herinnering.
Realistisch
Paulus benadrukt dat we met de opwekking van Christus met een historisch feit te maken hebben. We moeten de geschiedenissen van de verschijningen realistisch opvatten. Het christelijk geloof staat of valt hiermee. Zonder feit verdampt Gods handelen tot een mooie gedachte.
Door over de opwekking van Christus te spreken, benadrukt Paulus dat ook. De opwekking van Christus is een daad van God. Van Gods daden in de geschiedenis getuigt het hele Oude Testament. Daden aan Israël. Daden ten dienste van de hele schepping.
Wendingen vaak op de derde dag. AI die daden van God in de geschiedenis kunnen we ook lezen op één bladzijde. In die geschiedenis, waarin al Gods daden zijn geconcentreerd. Dat is de opwekking van Christus uit de doden. Daarom spreekt Paulus ook meerdere keren over dat 'naar de Schriften'.
Dit betekent overigens niet dat het de apostel slechts begonnen is om de opwekking als historisch feit te benadrukken. Gelovigen zijn niet alleen geïnteresseerd in achterliggende gebeurtenissen. Dat zou de indruk wekken als realiseren we ons niet dat de opwekking van Christus betekent dat Hij leeft. Daarom is het goed ons te realiseren dat waar de gemeente samenkomt Christus als de Levende in haar midden wil zijn.
Verkondiging die de daden van God slechts vervoegt in het verleden, kan een zeer orthodoxe indruk maken, maar is leeg. Geloof dat de daden van God beperkt tot het verleden, is een leeg geloof. Opmerkelijk is dat Paulus zo'n nauw verband legt tussen verkondiging en geloof. Dat benadrukt de verantwoordelijkheid van degenen die tot de verkondiging geroepen zijn.
Zeepbellenblazerij
Aan ds. J.J. Buskes moet ooit iemand gevraagd hebben of hij geloofde in de opstanding van Christus. Hij gaf een bevestigend antwoord en stelde als tegenvraag, gelooft u daar ook in en wat betekent dat dan voor u? Van groot belang is ook op die laatste vraag een antwoord te hebben. De zinsnede 'Wanneer Christus alleen in Bethlehem geboren was en niet in mijn hart, ik had er niets aan', mogen we ook betrekken op de opstanding. Wanneer Christus niet zou zijn opgewekt in mijn hart, Zijn opstanding niet van beslissende betekenis was voor mijn leven en dat van de ganse schepping, ik had er niets aan. Het omgekeerde is echter ook waar. Wanneer Christus slechts opgestaan was in mijn leven en niet in de hof van Arimathea, ik had er niets aan. Het geloof zou zeepbellenblazerij zijn. Het gaat om de realiteit van Gods handelen in de geschiedenis en aan ons in de Gekruisigde Die is opgewekt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's