De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Vader wordt verheerlijkt

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Vader wordt verheerlijkt

Is er oor voor de verkondiging van het recht van God?

7 minuten leestijd

Het middelaarschap van Jezus Christus bereikt in het offer aan het kruis zijn hoogtepunt. Daarbij gaat het evenzeer om de verheerlijking van de Vader als om het behoud van zondaren. Deze twee aspecten sluiten elkaar niet uit maar in.

Is er oor voor de verkondiging van het recht van God?
Sinds de zestiende eeuw wordt Johannes 17 wel betiteld als het 'hogepriesterlijk gebed'. De voorbede voor de komende gemeente neemt in dit gebed inderdaad een ruime plaats in. Daarbij staat Jezus als Hogepriester op het punt het ultieme offer van Zijn leven te brengen. Het gebed is ook wel een 'testamentair afscheidsgebed' genoemd, waarmee de afscheidswoorden van Jezus in Johannes 13 tot en met 16 hun afsluiting vinden. Naast de voorbede die Jezus doet voor hen die achterblijven, legt Hij rekenschap af van het werk dat Hij in opdracht van de Vader heeft volbracht. In dit gebed verricht Jezus een eindrapportage aan de Vader. Daarbij brengt Hij alles onder de noemer van de verheerlijking van Gods Naam: 'Ik heb U verheerlijkt op de aarde.' We zijn gewend om het middelaarswerk van Jezus te zien als gericht op onze verlossing.
Teksten als 1 Timotheüs 1:15 klinken ons vertrouwd in de oren: 'Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken.' In het hogepriesterlijk gebed is echter ook sprake van een andere motivatie waardoor Jezus gedreven werd: de verheerlijking van de Vader. We mogen dit wel het grondmotief noemen van Jezus' menswording en kruisdood. In de engelenzang bij Zijn geboorte klonk het al: 'Ere zij God in de hoogste hemelen.' En in het volmaakte gebed dat Hij Zijn discipelen leerde, luidt de eerste bede: 'Uw Naam worde geheiligd.'

Wederzijdse verheerlijking
Het is opvallend hoe deze verheerlijking van de Vader vervlochten is met de verheerlijking van de Zoon. Op veel plaatsen in het evangelie naar Johannes wordt gesproken over de verheerlijking van Jezus. 'Wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd', schrijft Johannes in de proloog van het evangelie. Jezus is transparant tot op God. De heerlijkheid van de Vader wordt zichtbaar in de Zoon en in Zijn optreden.
Jezus spreekt in het hogepriesterlijk gebed over de volmacht die de Vader Hem gegeven heeft. De Vader heeft de Zoon verheerlijkt in de woorden die Hij als de Gezondene van de Vader sprak en de tekenen die Hij verrichtte tot heil van mensen. Tegelijk wordt de Vader verheerlijkt door het leven van Jezus in gehoorzaamheid aan de wil van de Vader.
Wij kunnen de eerste woorden van Jezus' afscheidsgebed niet lezen zonder een gevoel van diepe schaamte. In vers 4 staat in. de Griekse grondtekst 'Ik' met nadruk voorop: Ik (alleen) heb U verheerlijkt. Jezus nam op wat wij lieten liggen. Hij is de tweede Adam, die volbrengt wat de eerste Adam (en wij met hem) heeft verzaakt, namelijk te blijven in de tere gemeenschap van kinderlijke liefde en gehoorzaamheid jegens de hemelse Vader. Door onze ongehoorzaamheid hebben we de eer van God aangetast.
Heel anders is het bij Jezus. De gehoorzaamheid aan Zijn Vader is het grondprincipe van Zijn leven. Het was Zijn 'spijs' de wil van de Vader te doen. Deze gehoorzaamheid bereikt het hoogtepunt in het offer dat Jezus brengt. Jezus is gehoorzaam geworden tot de dood aan het kruis, schrijft Paulus in Filippenzen 2. Johannes verwoordt dezelfde gedachte in de gelijkenis van de goede Herder. Jezus zegt daar dat Hij macht heeft Zijn leven af te leggen en het weer te nemen. 'Dit gebod heb Ik van Mijn Vader ontvangen.' (10:18)

Kruisiging als verheerlijking
In de beschrijving van de lijdensgeschiedenis van Jezus legt het vierde evangelie andere accenten dan de andere drie evangeliën. In Johannes' visie ligt daar van het begin af een glans overheen.
Goede Vrijdag en Pasen worden beschreven als één gebeuren. Jezus' gebed om verheerlijking ziet ten laatste op Zijn eeuwige verheerlijking aan de rechterhand van Zijn Vader: weer te mogen delen in de volle heerlijkheid, die Hij bij de Vader had eer de wereld was. Maar de verheerlijking vindt ook al plaats midden in Zijn lijden. Jezus spreekt van Zijn kruisiging als 'verhoging'. Al in het nachtgesprek met Nicodemus zegt Jezus dat de Zoon des mensen 'verhoogd' moet worden, net als de slang in de woestijn. De Gekruisigde is de Verheerlijkte. Aan het kruis wordt Hij geopenbaard als de Redder van de wereld. Tegelijk wordt in Jezus' kruisdood de twee-eenheid van Gods mensenliefde en van Zijn heiligheid zichtbaar.

Voldoening
Oók van Gods heiligheid. In Jezus' voorbeeldig leven en verzoenend sterven wordt God serieus genomen in het onrecht dat Hem is aangedaan door de ontering van Zijn Naam.
In de klassieke verzoeningsleer wordt in dit verband over satisfactie gesproken: door te sterven in de plaats van hen die des doods schuldig zijn, heeft Jezus genoegdoening geschonken aan Gods heilig recht. In Jezus' sterven vindt eerherstel van de Vader plaats. Artikel 21 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis citeert in dit verband Psalm 69: 'Zo heeft Hij dan wedergegeven, wat Hij niet geroofd had' (namelijk de eer van God). Verzoening door voldoening. Het geeft geen pas deze verzoeningsleer als 'bloedtheologie' af te doen. Ze heeft onmiskenbaar bijbelse wortels, zolang als ze maar niet verbonden wordt met de heidense gedachte van Umstimmung, de gedachte namelijk dat God door het offer van Zijn Zoon tot verzoening bewogen zou worden. Integendeel, de Vader doet Zelf niets liever dan zondaren genade bewijzen. Hij, Die Zelf de Bron van het heil is, heeft Zijn Zoon juist tot verzoening gegeven. Al in het Oude Testament is te lezen dat God het zoenoffer op het altaar geeft (Lev. I7:11). Dit neemt niet weg dat de offerhandeling plaatsvindt voor het aangezicht van de HEERE. Dat wil zeggen dat de spits van het offer wel degelijk óók op God gericht is, op het herstel van Zijn geschonden recht en daarin op de verheerlijking van Zijn Naam.

Dubbele loyaliteit
Is het hedendaagse godsdienstige klimaat niet zo mensmiddelpuntig geworden dat voor dergelijke noties nauwelijks aandacht is en er voor de verkondiging van het recht van God nauwelijks nog gehoor te vinden is? Toch kunnen we dit motief alleen tot ons eigen onheil verwaarlozen. De verheerlijking van God is immers onze levensroeping en bestaansgrond. En wie God bemint, verlangt niets anders dan dat God aan Zijn eer komt. Gelukkig zijn de verheerlijking van God en de verlossing van zondaren geen concurrerende motieven. Ze grijpen juist in elkaar. Jezus verheerlijkt de Vader door Zich een gemeente te verwerven die de Vader zal eren. Het gaat God om beide. En het gaat Jezus om beide.
Bij de Middelaar is een dubbele loyaliteit. Hij heeft de Vader lief en Hij bemint hen die de Vader hem gegeven heeft.
In Johannes 17 staat Jezus vlak voor aangrijpende en diep ingrijpende gebeurtenissen. Voor Hem heeft het laatste uur geslagen. 'De ure is gekomen'. Maar dit is niet het uur van het noodlot, maar het uur van Zijn Vader. Het uur dat door God is vastgesteld in Zijn machtige heilsplan. Het is het 'uur der minne': voor Jezus het uur om zowel de eer van Zijn Vader als het behoud van mensen lief te hebben. Beide aspecten grijpen wonderlijk in elkaar: Jezus' kruisdood roept een gemeente van verlosten in het leven die - met Israël - geformeerd is om Gods lof te vertellen. De gemeente is de plaats waar Gods heerlijkheid op aarde kan wortelen. Lofprijzing en aanbidding zullen in onze erediensten dan ook een voorname plaats innemen.
Maar God wordt reeds verheerlijkt in de bede om ontferming (Hosanna). En niet het minst in het gelovig aannemen van Zijn getuigenis. We verzegelen daarin dat God waarachtig is. Het ongeloof onteert God. Maar Hij wordt verheerlijkt wanneer we Hem op Zijn Woord vertrouwen. Dit heeft als vrucht de wandel in nieuwe gehoorzaamheid, het leven in Gods licht, het wonen in Gods liefde en het delen in Zijn toekomst, waarin Gods Naam eeuwig eer zal ontvangen.
Wat een rijkdom een Zaligmaker te hebben, Die zeggen kon: Ik heb U verheerlijkt op de aarde. Plaatsvervangend en voorbeeldig. Het moge ons dringen tot het gebed: '0 Zoon, maak ons Uw beeld gelijk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 2007

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

De Vader wordt verheerlijkt

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 2007

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's