Berouw
In den schemer het angstige luistren
Naar den wind, die waait om de huizen.
Van de wilgen stuiven de pluizen.
Wit in den regen van 't duister.
Ver weg het bedwelmend bruisen
Van de zee: haar vage geluiden
Eentonig, versmelt met het ruischen
Van het bloed, zoo warm en duister.
In het duistren en het ruischen
Een buigend rnensch, arm en donker...
Op een heuvel stonden drie kruisen.
Gij leedt daar, ik weende er onder.
Uit: Verzamelde gedichten, UM Holland, Amsterdam 1952
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 april 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's