De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GLOBAAL BEKEKEN

4 minuten leestijd

'Zingen óók in de lijdensweken', luidde de kop in het ND boven een meditatie die prof.dr. A.A. van Ruler in 1960 voor de AVRO-microfoon uitsprak. Een fragment, als nabetrachting op de paastijd:
Op het eerste gezicht zou er in het verschijnsel van de Passionen waar wij de naam van een evangelist voor zetten - de Matthäus Passion en de Johannes Passion - iets merkwaardigs kunnen liggen. Dat er zo veel gemusiceerd en gezongen wordt over het lijden en sterven van een mens, de mens Jezus!
Toch wordt dit reeds minder werkwaardig, wanneer wij bedenken, dat het niet slechts de kunst is, welke over dit thema zingt en speelt. De kerk is haar daarin alle eeuwen voorgegaan. De kerk zingt óók in de lijdensweken. Zij zingt óók over het lijden en sterven van de Heiland. Het typische is daarbij dat het - goedbeschouwd - beslist geen treur- en klaagliederen zijn, welke de kerk daarover zingt. Voor een deel zijn het wel boeteliederen, maar die betreffen niet de passie van Christus, maar meer juist de actie van de mens, welke in haar verkeerdheid die passie noodzakelijk maakt. Maar overigens zijn het toch duidelijk lofliederen. Wij prijzen de lijdende en stervende Christus en verblijden ons over zijn wonden en zijn dood. ( ... )
Toch is dit geen vergissing van de kerk geweest. Jezus heeft dat zelf tegen de vrouwen van Jeruzalem gezegd: dat zij niet over hem moesten wenen. Dat is kenmerkend voor het lijden van de Christus: het is een leed, waarover niet geweend behóórt te worden. Jezus heeft daarom ook met zijn discipelen, vóórdat hij naar Gethsémané ging, de lofzang - de psalmen 113 tot 118 - gezongen ( ... ).
De kern is: er geschiedt verzoening van de schuld der zonde door het heilig lijden en sterven van de Middelaar. Maar, deze kern is tegelijk mysterie. Wie zal precies zeggen, hoe deze verzoening van de schuld door het lijden geschiedt?

                                                                 ***

De genocide op het Armeense volk was de laatste tijd een hot item in de politiek. In het Boekenweekgeschenk De Brug (de Galatabrug in Istanbul) zegt Geert Mak:
In het voorjaar van 1915 werden opeens zo'n vierentwintighonderd vooraanstaande Armenen uit Istanbul weggevoerd. Daarna werd taal noch teken meer van hen vernomen. Kort daarop begonnen geruchten te circuleren over massale deportaties en massaslachtingen van Armenen in Anatolië. Bij het begin van de oorlog hadden de Jong-Turken de Armeense nationalisten een bondgenootschap voorgesteld: als de Armeniërs in het Russische deel van Armenië een revolte zouden beginnen, zouden ze daarna een autonome staat mogen vormen onder Turkse protectie. De Armenen sloegen het aanbod af en kozen voor een politiek van neutraliteit. Toen de Turken een grote nederlaag leden in de Kaukasus, werd de schuld mede gelegd bij Armeense rebellen die een eigen 'volksoorlog' tegen het Osmaanse Rijk zouden zijn begonnen. Sindsdien beschouwden de Jong-Turken alle Armenen als verraders die 'machteloos' moesten worden gemaakt om aan hun ambities van een eigen staat voorgoed een einde te maken.
In deze bloedige en chaotische tijd kwamen tienduizenden Koerden en Turken om, maar wat er in 1915 met de Armenen gebeurde was toch van een geheel andere orde: in totaal 'verdwenen' zo'n zeven- tot achthonderdduizend - sommige schattingen gaan tot anderhalf miljoen - Armeense mannen, vrouwen en kinderen. Ze werden massaal weggevoerd naar Syrië - toen nog een Osmaanse provincie - en tijdens die barre woestijntocht is het overgrote deel omgekomen door epidemieën en ontberingen, of simpelweg vermoord.
Al op 24 mei 1915 publiceerden de gezamenlijke regeringen van Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland een verklaring waarin melding werd gemaakt van massale slachtpartijen van Armenen en het uitmoorden van zeker honderd Armeense dorpen in de omgeving van
Van. Vier maanden later, op 30 september, schreef de Oostenrijkse ambassadeur ad interim, na een onderhoud met een vrolijke Turkse minister van Binnenlandse Zaken: 'Het schijnt dat het plan om het Armeens ras uit te roeien grotendeels is geslaagd.' De statistieken van Istanbul spreken voor zich: het Armeense aandeel van de stedelijke bevolking, in 1914 25 procent, was in 1920 gedaald tot 8,5 procent. Twee op de drie Armenen was 'verdwenen'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 2007

De Waarheidsvriend | 22 Pagina's

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 2007

De Waarheidsvriend | 22 Pagina's