Een echt bekeerd mens
In mijn jonge jaren hoorde ik van sommigen binnen de kring waarin ik opgroeide soms zeggen: een echt bekeerd mens. Het waren mensen die een opmerkelijke geestelijke omkeer in hun leven hadden meegemaakt. Ze konden je vertellen waar en hoe het was gegaan. Dat deden ze nog graag ook. Ze golden als voorbeeld: zo moet het met jou ook gebeuren. Want er moet wat met een mens gebeuren.
Dat thema kwam ik tegen in het februarinummer van het blad Kontekstueel. Dr.ir. J. van der Graaf en drs. W. Dekker van de IZB zijn daarin met elkaar in gesprek over de bekende roman van Jan Siebelink: Knielen op een bed violen. Ik ga ervan uit dat de inhoud van dit boek intussen voldoende bekend is. Het gesprek gaat over de vraag: Hoe krijgt het heil in Christus een plaats in ons leven? Ik citeer eerst Van der Graaf:
De grote kwestie is echter de vraag hoe mensen met God verzoend worden. Die brandende vraag kan voor mensen een angstige vraag worden wanneer er sprake is van een Godsbeeld, waarin God alleen de oordelende, richtende en straffende God is. Als daarbij dan ook nog verkiezing en verwerping op één lijn worden gesteld kan die angstige vraag zelfs omslaan in fatalisme. Als ik verloren ben, zal de bekering wel een keer komen, als ik verworpen ben blijft deze uit. Ik weet dat het zelden zo in absolute zin wordt verkondigd, in de overwegingen en gevoelens van mensen kan het echter zo wel gaan functioneren. De enige echte ontmoeting en verzoening met God is dan gelegen in een krachtdadige, op het moment af aan te wijzen omkering of bekering. Wie daarvan spreekt heeft het echte. Terwijl een bekering die ligt ingebed in het Verbondshandelen van God met Zijn volk onder verdenkingen staat.
Van der Graaf heeft sinds de verschijning van Siebelinks boek mensen gesproken die het boek niet uit hadden kunnen lezen vanwege de karikatuur die er in wordt getekend van het bevindelijke leven.
Er is ook een categorie, die herinnerd wordt aan eigen jeugd, mensen die geestelijk beschadiging hebben opgelopen vanwege een eenzijdig Godsbeeld waarbij ze werden opgevoed en bij een prediking waarin bekering en geloof voor hen een onbereikbaar ideaal was. In dat opzicht is Siebelinks boek kennelijk grensoverstijgend. Welke onderlinge verschillen in leer en leven er ook binnen de smalle gereformeerde gezindte mogen zijn, wat Siebelink beschrijft is als zodanig niet fictie maar ook realiteit. Als echter wat Siebelink uit zijn jeugd beschrijft inzake geestelijk leven model moet staan voor een gezindte, die teruggaat op de Reformatie, dan wordt generaliserend een onverantwoord beeld opgeroepen van een kerkelijke sector in dit land. Siebelink roept meer een mystiek klimaat op dan een geloofsmatig klimaat in de reformatorische zin van het woord. De enige mystiek die naar de Schriften naam mag hebben is die waarin de Heilige Geest met Christus verbindt, die ons alleen God doet kennen. Maar dan nog is en blijft het geloof de lege hand waarin Gods genadegaven worden ontvangen.
Siebelinks intentie is niet geweest een roman te schrijven waarin de typische kenmerken van het gereformeerd bevindelijke klimaat zo waarheidsgetrouw mogelijk worden weergegeven. Toch, wie in dit geestelijk klimaat is opgegroeid, hoe vertekenend en krom ook weergegeven, voelt zich bij lezing en herlezing van dit boek soms diep geraakt. De vragen van de heilstoe-eigening zijn immers zeer existentieel. Het gaat, zoals werd en nog wordt gezegd, om leven of dood, eeuwig wel of eeuwig wee. Wie met de vragen in zijn leven aan de slag gaat, weet hoe hij geteisterd kan raken door angst, onzekerheid en innerlijke pijn, soms jarenlang. Zeker ook als je via de kansel door een eenzijdige prediking in de kou gelaten wordt.
Drs. W. Dekker benadert van hieruit het boek van Siebelink.
Mij gaat het in feite om de eerste zin, waarmee het fragment uit de lezing van Van der Graaf hierboven opent: 'De grote kwestie is echter de vraag hoe mensen met God verzoend worden.' Vervolgens spreekt hij over een eenzijdig Godsbeeld en over een fatalistische verkiezingsleer. Maar daarmee schuift hij naar mijn mening de kwestie weer te ver weg. Vervolgens: 'De enige echte ontmoeting en verzoening met God is dan gelegen in een krachtdadige, op het moment af aan te wijzen omkering of bekering'. Ik zou dat woordje 'dan' weglaten.
Ik ben namelijk zelf opgegroeid in de bevindelijke gereformeerde traditie, waarin als leermeesters gezien werden: ds. G. Boer, ds. J. van Sliedregt en ds. L. Vroegindeweij. Daar was geen sprake van een eenzijdig Godsbeeld van alleen maar een toornende God en ook zeker niet van een fatalistische verkiezingsleer. Maar het punt waar het om ging was wel: er moet wat met een mens gebeuren. Hij moet overgeplant worden van de eerste Adam in de tweede Adam. Hij moet, precies zoals Jan het zelf zegt: 'met God verzoend worden'. Steeds werd gewaarschuwd voor de leer van de algemene verzoening, waar men feitelijk heel de rest van de kerk van verdacht tot en met de Confessionelen en de leerlingen van J.G. Woelderink. Deze laatsten wezen wel, zo zei men, op de noodzaak van geloof en bekering, maar wat die bekering dan inhield, dat hoorde je niet. Dat een mens van dood levend gemaakt moest worden, dat werd niet echt gezegd. Veel te veel gingen deze laatste ervan uit, dat we al met God verzoend waren en dat we dat alleen nog maar hoefden te geloven . Men begon bij Abraham, bij het verbond, in plaats van bij de breuk in het paradijs bij Adam.
Dekker las van jongsaf alle artikelen die ds. L. Vroegindeweij jarenlang in het Gereformeerd Weekblad schreef. Daarin vond vooral ook de vaak scherpe en heftige discussie met de inzichten van Woelderink plaats.
Maar voor mijn gevoel komt het allemaal op één ding neer: er moet iets met een mens gebeuren. En denk vooral niet dat dit een kleinigheid is. Leerlingen van Woelderink stelden: er hoeft maar één ding te gebeuren en dat is dat we gaan geloven dat het eigenlijke gebeurd is! Dat de verzoening geschied is op Golgotha. In deze kring werd dan ook graag Kohlbrugge geciteerd: 'Op Golgotha ben ik bekeerd.' Maar de bevindelijk gereformeerden vonden dit een gevaarlijke uitspraak. Niet van Kohlbrugge, want die had het volgens hen veel bevindelijker bedoeld dan zoals het nu werd opgevat, maar wel van degenen die hem citeerden.
Ik heb zelf altijd geprobeerd beide partijen te begrijpen. Dat kwam omdat ik sowieso altijd uit ben op consensus, maar ook omdat ik respect had voor veel gelovigen, onder wie mijn vader, die een diepe religieuze ervaring gehad hadden voor hun verdoemelijkheid voor God en hun vrijspraak in het gericht, omdat Christus tussenbeide trad. Ik acht deze ervaring van de rechtvaardiging van de goddeloze een heel wat meer bijbelse ervaring dan de ervaring die door Siebelink wordt beschreven. Maar het is wel een erváring. En hoezeer deze ervaring ook christocentrisch was, het ging niet alleen om Christus, het ging ook om de ervaring, want anderen, die het ook over Christus hadden als hun Zaligmaker werden gewantrouwd, omdat ze nooit geleerd hadden dat het eerst 'een afgesneden zaak' moest worden met een mens.
Ik herken me in wat Dekker dan opmerkt: een mens kan jarenlang onder een druk belanden dat er iets heel bijzonders met hem gebeuren moet. En dat zij aan wie dat bijzondere dan is geschied vervolgens zomaar een eigen categorie gelovigen binnen de gemeente worden. Dan krijg je dat mensen van zichzelf ook gaan geloven dat ze bijzonder zijn. En oefenaar Huib Steffen met de bekeerde Chris lbel stappen rond alsof zij de laatsten op aarde zijn die nog weten wie God is en wat Hij van ons wil. Hoe dan wel? Dekker geeft als volgt antwoord:
Vandaag zijn we terechtgekomen in een klimaat, waarin het alles beleving is wat de klok slaat. Ook en zeker op religieus gebied. Het zal een van de oorzaken zijn van het succes van Siebelink. Daarom voel ik nu meer dan dertig jaar geleden behoefte afstand te nemen van heel de religieuze belevingscultuur, inclusief die van de bevindelijke gereformeerde traditie. Hoeveel respect ik ook heb voor de personen om wie het gaat en hun goede bedoelingen erken, we moeten terug naar de kern van de reformatie: het geloof is niet meer dan een lege hand. Precies zoals jij je artikel eindigt, Jan! Ik wil me helemaal niet afzetten tegen de belevingscultuur. Maar ik wil juist nu zeggen: het is zo ongelooflijk indrukwekkend, dat het allerbelangrijkste wat er te zeggen valt geheel en al aan onze beleving is vooraf gegaan. Het is geschied en het zal geschieden. Houd nu alstublieft op met onrustig zoeken. Jan Siebelink voorop. Alstublieft Jan Siebelink en alle anderen, die door hem geboeid zijn, stop ermee.
Van der Graaf is kennelijk niet geheel overtuigd door Dekkers pleidooi voor algehele overgave aan de God van louter genade in Christus. Hij blijft zitten met de vraag, om het in zijn eigen woorden te zeggen: 'het grendeltje moet toch van binnen worden weggeschoven?' Moet je het niet anders zeggen: tegelijk met de overgave wordt de grendel van binnen verwijderd. Je geeft je immers pas over als je overtuigd bent geraakt van de absolute betrouwbaarheid van wat God in Christus aan ons in het evangelie openbaart. Beide (overtuiging en overgave) zijn het werk van de Heilige Geest in ons.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 april 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 april 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's