Wat zullen de buren zeggen
Jolien Glashouwer na 9 jaar terug uit Centraal-Azië
Negen jaar geleden pakte ik mijn koffers en vertrok naar Centraal-Azië. Wat doet een medewerker van de GZB daar en wat is het 'resultaat'?
Toen ik zo'n zestien jaar oud was, woonde ik een keer een voorlichtingsavond bij van een echtpaar dat als zendeling in een ontwikkelingsland werkte. Ze vertelden over hun leven en werk in dat land. Door die avond en het latere contact met deze zendelingen ging ik beseffen: 'Dat zou ik ook graag willen! In een ver en onbekend land leven en werken, mensen proberen te helpen en Gods getuige zijn.'
Ik ben ervan overtuigd dat het in Nederland net zo belangrijk is om van God te getuigen, ook dat is een zendingsgebied. Wat dat betreft had ik heel goed in Nederland kunnen blijven, maar het onbekende bleef trekken. Om die reden ben ik rurale ontwikkelingssociologie gaan studeren, een studie die speciaal gericht is op het werken in ontwikkelingslanden. Na mijn afstuderen ging ik solliciteren en op heel bijzondere manier leidde God mij naar de Gereformeerde Zendingsbond. Toen de GZB mij vroeg hoe ik het zou vinden om in een land in Centraal-Azië te werken, begreep ik dat dit de plaats was waar God mij heen wilde sturen. Zo ben ik begin 1998 als zendingswerker naar Centraal-Azië uitgezonden, waar ik uiteindelijk negen jaar zou wonen en werken.
Veiligheid
Centraal-Azië is een groot gebied dat meerdere landen omvat. Het ligt ten zuiden van Siberië, ten westen van China en ten noorden van onder andere Afghanistan en Iran. De naam van het land waar ik heb gewerkt kan ik om veiligheidsredenen niet noemen. Het is een islamitisch land, waar de godsdienstvrijheid steeds meer wordt ingeperkt. De autoriteiten staan niet erg positief tegenover het christendom en moeten weinig hebben van zendelingen. In de media klinkt veel negatieve propaganda over allerlei aspecten van het christendom.
Als een lokale persoon tot geloof komt, bestaat er grote kans dat zijn familie hem verstoot en dat hij op zijn werk of in andere situaties wordt gediscrimineerd. Ook is lichamelijk geweld tegen christenen helaas geen uitzondering. Ze worden door hun volksgenoten beschouwd als verraders van hun volk en van hun religie.
Platteland
Het grootste gedeelte van de bevolking leeft op het platteland. En juist in dorpsgemeenschappen is het heel moeilijk voor mensen om tot geloof te komen. Iedereen kent elkaar en is bang voor wat de buren wel niet zullen zeggen. Er zijn mede daarom amper christenen onder de plattelandsbewoners.
Reden genoeg om daar te vertellen van Gods reddende liefde voor ons. In woord, maar eerst vooral ook in daad.
Er heerste - en heerst - veel armoede, zeker tijdens de eerste jaren van mijn werk op het platteland. Er waren toen bijna geen banen en mensen hadden grote moeite om de eindjes aan elkaar te knopen. Als je zoveel armoede ziet, is het niet meer dan logisch dat je ook op heel praktische manier probeert Gods licht te laten schijnen. Want God is niet alleen bewogen met ons zielenheil, Hij is begaan met al onze noden.
Jakobus zegt dat heel scherp in zijn brief: 'Als er nu een broeder of zuster zonder kleding zou zijn en gebrek zou hebben aan dagelijks voedsel, en iemand van u zou tegen hen zeggen: Ga heen in vrede, word warm en word verzadigd, en u zou hun niet geven wat het lichaam nodig heeft, wat voor nut heeft dat dan? Zo is ook het geloof, als het geen werken heeft, in zichzelf dood' (Jak. 2:15-17).
Microkrediet
Een van de dingen waar dorpelingen vaak om vroegen was een lening om een eigen bedrijfje te starten. De banken waren erg corrupt en het was onmogelijk om een gunstige lening te krijgen. Zo ontstond bij de organisatie waar ik werkte het idee om een microkredietproject op te zetten. Daarbij gaven wij eerst training over hoe mensen zo'n krediet op een goede manier konden gebruiken, hoe ze hun boekhouding bij konden houden en ervoor konden zorgen dat ze hun lening aan het eind weer zouden kunnen terugbetalen. De gedachte achter dit project was om mensen niet alleen de mogelijkheid te geven hun materiële situatie te verbeteren, maar ook om vertrouwensrelaties met hen op te bouwen en zo een basis te leggen om het evangelie in woorden te kunnen delen.
Aangezien mensen in Centraal-Azië heel gastvrij zijn, hadden we genoeg gelegenheid om contacten met onze cliënten op te bouwen. Als wij bij hen kwamen om de maandelijkse afbetaling voor hun krediet te ontvangen, moesten we altijd binnenkomen en een uitgebreide maaltijd nuttigen. Dat duurde vaak urenlang, waarbij we ettelijke kopjes thee dronken en over van alles en nog wat praatten. Over hun bedrijfje, maar ook over de problemen in het dorp, over hun gezin, hun gezondheid enzovoort. We ontdekten dat veel mensen open stonden voor geestelijke onderwerpen. Zo konden we praten over een God Die ons geschapen heeft, over de zondeval en hoe dat ons van God verwijderd heeft. Dan vertelden we dat God zoveel van ons houdt dat Hij de Heere Jezus gezonden heeft om onze te straf te dragen en ons te verzoenen met God.
Mensen luisterden vaak aandachtig en waren het voor een groot gedeelte met ons eens. Want ook moslims geloven in een scheppingsverhaal, in de zondeval en in offers die gebracht moeten worden om de mens weer te verzoenen met Allah. Maar als je over de Heere Jezus begint, dan stribbelt men tegen. Ze kennen Jezus wel als een van hun profeten, maar als je zegt dat Hij de Zoon van God is, dan is dat heiligschennis.
Sommigen waren toch geïnteresseerd in het lezen van de Bijbel. Maar vaak kregen zij van andere dorpelingen of de mullahs, islamitische geestelijken, te horen dat ze als moslim dat boek niet mochten lezen. En meestal luisterde men daarnaar, uit angst om door de rest van het dorp verstoten te worden.
Droom
Zo was het heel moeizaam werken. Tijdens de bijna zeven jaar dat ik in verschillende dorpen heb gewerkt mochten mijn collega's en ik langzaam verbeteringen zien in de materiële situatie van mensen en in onderlinge verhoudingen tussen dorpelingen. Maar tot op de dag van vandaag is, op een enkeling na, nog niemand tot geloof in de levende God gekomen. Dat kan erg ontmoedigend zijn, want je ziet zo graag geestelijke vrucht op je werk.
Maar alleen God kan die vrucht geven. Elke keer moet je jezelf er weer aan herinneren dat onze taak bestaat uit het zaaien van Gods Woord. Meer kunnen en hoeven we niet te doen. God heeft beloofd dat Zijn Woord niet ledig zal wederkeren, maar zal doen wat Hem behaagt en volbrengen, waartoe Hij het zendt (zie Jes. 55:11). Door ons werk ben ik steeds meer gaan beseffen hoe beperkt wij zelf zijn en hoe we in alles afhankelijk zijn van God. En dat leert je bidden! Het mooie is dat je dan ook steeds meer Gods hand ziet in dingen die gebeuren. Dat is zo bemoedigend! Want dan weet je weer: uiteindelijk is dit Gods werk, wat Hij begonnen is en ook zal afmaken. Wij mogen werktuigen in Zijn Hand zijn, maar Hij is het, Die alle dingen bestuurt en leidt.
Dat doet Hij op manieren die vaak zo wonderlijk zijn dat je niet anders kunt dan herkennen en erkennen dat dit alleen maar Gods werk kan zijn.
Zoals die keer dat we tijdens een ontmoeting met wat kredietcliënten vertelden over de verschillende boeken van de Heilige Schrift. Een oudere dame reageerde blij verrast en zei: 'Ik heb laatst een droom gehad over die boeken! Ik droomde dat God me twee boeken gaf om te lezen: de Torah en de evangeliën. Dus toen ik wakker werd wilde ik dat graag doen! Maar ik weet niet precies wat dat voor boeken zijn en waar ik ze kan vinden; zouden jullie me daarbij kunnen helpen?'
Nou, dat konden wij natuurlijk wel en we hebben haar een Bijbel in de lokale taal gebracht. Die is ze gaan lezen, en niets en niemand kan haar ervan overtuigen dat het een fout boek zou zijn. Want God heeft haar Zelf in een droom gezegd dat ze hem moet lezen!
Onovertrefbaar
Mensen in Centraal-Azië geloven heel sterk in de betekenis van dromen en zo kan God die gebruiken om tot hen te spreken. Als Nederlandse christen kijk je daar eerst wat vreemd tegenaan, want zijn dromen dan geen bedrog? Maar door de jaren heen heb ik geleerd dat dit zeker niet altijd zo is, en dat God wel degelijk dromen gebruikt om mensen tot Zich te trekken. Hij is een God Die ons altijd weer verrast en tijdens de jaren in Centraal-Azië heb ik het voorrecht gehad om Hem steeds beter te leren kennen.
Inmiddels is mijn contract met de GZB afgelopen en zit mijn werk erop. Ik heb met pijn in mijn hart afscheid genomen van de mensen met wie ik jarenlang gewoond en gewerkt heb. Maar ik weet dat God bij hen is en dat Hij blijft werken, zowel in hun leven als in dat van mij. En ik ben ervan overtuigd dat Hij dat op een verrassende en onovertrefbare wijze zal doen!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 mei 2007
De Waarheidsvriend | 18 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 mei 2007
De Waarheidsvriend | 18 Pagina's