Wie bidt voor de kerk?
Actiefste inzet met gevouwen handen
Hoe vaak wordt er concreet voor de Protestantse Kerk gebeden? Wie vindt dat deze kerk dat meer dan andere nodig heeft, zal het in praktijk brengen. Ook in de eredienst.
Vier keer per jaar komen predikanten samen om te bidden voor de kerk. Ds. H. van den Belt, ds. W.J. Dekker en ds. P.J. Visser nodigen elk kwartaal hun collega's uit, 'omdat er veel te belijden en veel te bidden is'. Ze verwoorden erbij dat we alleen zegen en leven kunnen verwachten, als samen voor de Heere gebogen wordt, als we uitzien naar een vernieuwende doorwerking van de Heilige Geest. In de Schrift lezen we, bijvoorbeeld in Kolossenzen 4, dat kenmerkend voor het gebed de volharding is: 'Houd sterk aan in het gebed, en waak daarin met dankzegging.' Als we de kerk op ons hart dragen, blijft de voorbede niet tot een enkele keer beperkt, maar heeft ze een vaste plaats en geschiedt ze soms op vaste tijden. Van daaruit komt een tiental predikanten al langere tijd elk kwartaal in Reeuwijk samen, biddend voor de Protestantse Kerk.
Koninkrijk en kerk
Nu gaat het ten diepste om de komst van Gods Koninkrijk en om de heiliging van Zijn Naam, zaken die het bestaan en de identiteit van de Protestantse Kerk ver overstijgen. Maar dat neemt niet weg dat onze eerste roeping ligt bij de kerk waartoe we behoren, waarin we ons geplaatst weten, waarvoor we verantwoordelijkheid dragen. Het is niet meer dan een indruk, maar die indruk wijst er wel op dat er in de wekelijkse openbare samenkomst van de gemeente weinig concreet voor de Protestantse Kerk gebeden wordt. Is dat niet merkwaardig? Ja, dat is merkwaardig en niet te begrijpen.
Voor de kerk willen hervormd-gereformeerden zich inzetten, door mee te doen aan studiedagen, aan het zich beschikbaar stellen voor bovenplaatselijk werk zoals classis, visitatie of zelfs de synode. Op de kerk zijn hervormd-gereformeerden ook betrokken als er onderwerpen behandeld worden op een wijze die in het licht van Gods Woord en het gereformeerd belijden laakbaar zijn, bijvoorbeeld als de kerk ruimte geeft voor de zegening van relaties tussen mensen van gelijk geslacht of als een provocerende predikant uitdraagt dat het loonstrookje zijn belangrijkste band met de kerk bevat, omdat hij atheïst is. En dat is een terechte betrokkenheid, want hoe kan de kerk bij haar werkelijke roeping blijven en toekomst hebben als Christus en Zijn geboden geen gestalte krijgen in de praktijk van het leven?
Pijn
Een grotere bijdrage aan het welzijn van de kerk is echter niet te geven dan door voor haar te bidden: aanhoudend en ootmoedig, pleitend en verwachtend. De situatie in de kerk is er naar. Zomaar een kleinschalig voorbeeld, uit een bericht dat een van onze predikanten toestuurde.
Gisteren leidde ik een dienst in x, in de wijkgemeente y. Ik kom er jaarlijks enkele keren, al lange tijd. De gemeente fungeert een beetje als een vergaderplaats van rechtzinnigen. De wijk heb ik in de loop der jaren zien teruggaan tot p.m. zestig kerkgangers. Ouder worden. Er komen overigens wel mensen bij, maar er verdwijnen er meer, door overlijden of de gang naar een verzorgingshuis. Nu zullen drie kleine wijkgemeenten worden samengevoegd tot één nieuwe wijk. De plaats van samenkomst blijft het historische kerkgebouw. De kerkenraad was heel verdrietig, omdat het bijbels-confessionele geluid, dat elke zondag werd gehoord, nu verder zal worden gereduceerd. Ik heb daar met hen de pijn van gevoeld. Het gaat me aan mijn hart. Zonder pessimistisch te zijn moet je zeggen dat op veel plaatsen in de Protestantse Kerk in ons land (overigens net als vroeger in de Nederlandse Hervormde Kerk) de situatie weinig rooskleurig is. Hier wordt vlees en bloed wat in rapporten van sociologen of andere trendwatchers tot ons komt. En dan is de pijn voelbaar, omdat er opnieuw plaatsen verdwijnen waar de gemeente samenkomt rondom een open Bijbel! In deze krimpende gemeente wordt openbaar wat in andere situaties wellicht nog meer verborgen plaatsheeft, de teloorgang van de gemeente, vergrijzing en soms zelfs verdwijning.
Maakbare gemeente
Ons gebed voor de kerk, die uit honderden gemeenten bestaat, kent de verootmoediging voor onze kerkelijke zonden. Want wie kan volhouden dat de kerk altijd is wat ze volgens haar roeping moet zijn: getuige van Christus, overtuigd van de beslissende betekenis en de reikwijdte van Zijn offer. Wie kan volhouden dat er in de ambtelijke vergaderingen eendrachtig beleden wordt? Ons gebed voor de kerk zal daarom ook moeten zijn of ze bij het Woord - en bij de uitleg die uit de bredere verbanden van de Bijbel blijkt - bewaard mag worden. Het gaat om de doorwerking van het Woord en het verlangen naar de Heilige Geest, opdat velen in Nederland ervan ophoren, mensen die zonder Jezus immers geen toekomst hebben.
Gemeenten in de knel vanwege ontbrekend kader of afnemende financiën, mogen lezen wat de voorganger in Filadelfia ooit voorlas namens de Waarachtige: 'want u hebt kleine kracht en toch hebt u Mijn Woord bewaard en Mijn Naam niet verloochend'. Dat betekent inzet voor de gemeente, met een afhankelijke houding. Want wij bewaren de gemeente waartoe we behoren, niet. En moderamen en synode hebben uiteindelijk geen beslissende invloed op het welzijn van de kerk. De beoefening van het gebed voor de Protestantse Kerk zet een streep door elke gedachte aan een maakbare gemeente. We zetten ons het meest actief in voor de kerk door haar aan te bevelen aan Christus.
Het gebed als dragende kracht zal dan doorvertaaId worden naar het beleid. Want als de kerk in het gebed om de Heilige Geest haar heil verwacht van de doorwerking van het Woord, zal ze zich op dat Woord concentreren. Dan kunnen er wellicht de nodige activiteiten sneuvelen, waarmee de kerk beoogt zichzelf in de aandacht van de samenleving, van de mensen te zetten. Dan wordt ze aantrekkelijk in de gestalte van de bruidsgemeente, die tegelijk bedelares is - om het met de titel van het recente boekje van ds. Lam te zeggen.
Predikanten
Hier lijkt me een belangrijke overweging voor alle predikanten te liggen. Wie goed naar hen luistert, merkt nogal eens dat ze enorm sjouwen voor de gemeente, om dat woord eens te gebruiken. Ze voelen dat de dingen hen soms door de vingers glippen, waar ze de gemeente in haar breedte niet bij het Woord kunnen bewaren. Ze ervaren dat het relativerende levensklimaat gemeenteleden aftrekt van een radicaal christendom, dat zich onvoorwaardelijk op het Woord oriënteert. Wie avond en avond op pad is en tegelijk iets van neergang in de gemeente constateert - gelukkig, dit is niet standaard - , heeft het in de pastorie zwaar. In die weg is het gebed echt de ademtocht van de ziel, waarin de predikant rust kan vinden in de wetenschap dat hij de gemeente niet in stand houdt, noch hoeft te houden. Slechts trouw en toewijding, gehoorzaamheid en zelfverloochening worden gevraagd. 'Maar wij zullen volharden in het gebed en in de bediening van het Woord', zeggen de apostelen in Handelingen 6, als er zeven diakenen als helpers ontvangen worden. Het gebed gaat hier aan de verkondiging vooraf!
Arbeiders in de oogst
In onze voorbede voor de Protestantse Kerk mogen we ook Lukas 10:2 op de lippen nemen: 'De oogst is wel groot, maar er zijn weinig arbeiders. Bid daarom tot de Heere van de oogst dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitzendt.' Nu zijn deze woorden van alle tijden, maar in de concrete situatie van de Protestantse Kerk is dit gebed zeer actueel. Het in november op de synode besproken rapport Pastor in beweging spreekt over een verwacht tekort aan predikanten in de komende jaren. Ook met het oog op de gemeenten die zich rekenen tot de Gereformeerde Bond, is - kijkend naar degenen die de leeftijd van het emeritaat naderen - dit gebed actueel.
Zullen predikanten uit de kring van de Gereformeerde Bond zich beschikbaar stellen voor de breedte van de kerk? Die vraag heb ik wel gehoord. Nu is het de vraag of de roeping en de bereidheid om het geheel van de kerk te dienen, zich moet vertalen in het dienen van een gemeente waarin men eigenlijk niet zo past, ook al erkennen we het onderscheid in kernnoties en bijzaken. Nuchterheid mag hieraan ook raadgever zijn.
Voor de gemeenten ligt hier echter een cruciale taak, om in de eredienst te volharden in het gebed om (zendings)predikanten (en niet minder anderen die hun gaven in Gods koninkrijk willen besteden). Als we geloven in de verhoring van gebeden, als we geloven in God die in Psalm 42 een menigvuldige Verlossing genoemd wordt, is de aansporing tot het gebed toch niet nodig?
Niet alleen de Bijbel maar ook de geschiedenis van de kerk bieden ons hierin houvast. Want zijn veel predikanten immers niet voortgekomen uit gemeenten waar zeer regelmatig het gebed om nieuwe predikanten werd gedaan? En geldt dit ook niet de gezinnen, waar veel predikanten ervan getuigen dat hun moeder (waarom hoor je het vooral van de moeder?) God gesmeekt hebben of hun kind Hem mag dienen?
Om te leven
Het gebed voor de (Protestantse) kerk is in de gemeenten zwak ontwikkeld, terwijl Paulus in zijn brieven voortdurend de voorbede voor de gemeenten noemt. Bidden om te leven, zo luidt de titel van het boek van prof. W. van 't Spijker over het gebed. Het is voor de kerk niet anders dan voor de gelovige. Een kerk die veel organiseert, maar niet bidt, is geen levende kerk. Dat stimuleert ook de gemeenschap met elkaar. In het samen bidden concentreren we ons op God, op wat Hij doet en vallen onderlinge (accents)verschillen weg, omdat we samen op dezelfde genade zijn aangewezen.
P.J. Vergunst
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 mei 2007
De Waarheidsvriend | 18 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 mei 2007
De Waarheidsvriend | 18 Pagina's