De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het nieuwe verbond

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het nieuwe verbond

4 minuten leestijd

In Hebreeën 8 wordt gesproken over het nieuwe verbond. In het nieuwe verbond zullen de wetten in de harten worden geschreven (vers 10). Ook zal iedereen de Heere kennen (vers 11). Wie gaat dat aan?

Moeten we uit Hebreeën 8 niet concluderen dat God het nieuwe verbond alleen met de ware gelovigen (uitverkorenen) heeft opgericht? Alleen bij hen worden de wetten in het hart geschreven en alleen zij kennen de Heere. De vraag is dan: wordt het genadeverbond dus opgericht met de gelovigen en hun kinderen?

Nieuw en beter
In Hebreeën 8:1 en verder wordt gesproken over de Hogepriester aan de rechterhand van God. Hij is de Middelaar van een beter verbond (of testament) (Hebr. 8:6), ook wel geheten: de Borg van een zoveel beter verbond (Hebr. 7:22). Dit verbond wordt ook wel genoemd: het nieuwe verbond (Hebr. 8:8, 13; 12:24); het is in beloftenissen bevestigd. Een nog weer andere benaming is: het tweede verbond (Hebr. 8:7). Het oude verbond is dat wat God met Israël oprichtte bij de Sinaï (Hebr. 8:9). In 2 Korinthe 3, waar Paulus het onderscheid tussen het Oude en Nieuwe Verbond uitvoerig aan de orde stelt, wordt het oude verbond een bediening des doods (in letters en stenen) genoemd, het is een bediening der verdoemenis. Het was ontoereikend, omdat Israël verstek liet gaan door ongehoorzaamheid (Hebr. 8:9). Maar in de volheid des tijds is het betere/nieuwe/tweede verbond gekomen. Dit is in wezen geen ander verbond dan Gods verbond met Israël. Het heet ook wel een eeuwig verbond (Hebr. 13:20). Het is 'een verbond dat van geen wankelen weet' (berijmde lofzang van Zacharia).
Er is dus slechts één verbond (in wezen), maar er zijn verschillende bedieningen. Er is verschil in vorm, maar niet in de zaak (zie Joh. Calvijn). Het nieuwe/tweede verbond in Christus is vernieuwing en verdieping van het eerste verbond. Volgens Calvijn zijn de dagen waarover Jeremia spreekt: het rijk van Jezus Christus en rustte het geloof van de oudvaders op diezelfde beloften.
Dit nieuwe verbond is een heilshistorische werkelijkheid. Het is in de volheid van de tijd, in Jezus Christus, bevestigd, naar luid van Jeremia's beloften (Jer. 31:31-34; zie ook Jer. 30:20-22). We kunnen dit verbond Gods verbond in Pinksterbediening noemen. Paulus spreekt in 2 Korinthe 3 over een bediening van het verbond als een verbond des Geestes en der rechtvaardigheid. Wezenlijk voor dit verbond is: de genadige vergeving der zonden (Hebr. 8:12), de inwendige vernieuwing des harten (Hebr. 8:10) en de verlichting des Geestes in de kennis Gods (Hebr. 8:11).

Geen onderscheid meer
In dit nieuwe verbond graveert de Heere nu Zijn wet niet in stenen tafels, maar in vlezen harten door Zijn Geest (vgl. Hebr. 10:16). Wat dat inhoudt kunnen we bijvoorbeeld lezen in Handelingen 2:37 en verder: er komt verslagenheid des harten in de mensen, de genade van de vergeving wordt hun gegeven (Hebr. 8:12), gerechtigheid des geloofs in Christus Jezus en een nieuwe levenswandel. Het onderscheid tussen de hooggeleerden (Schriftgeleerden) en het volk dat de wet niet kent, bestaat niet langer. Zowel groten en kleinen zijn nu van God geleerd (Joh. 6:45; 1 Joh. 2:27). Het verbond kan pas goed 'uit de verf' komen in het bloed van Christus, dat rechtvaardigt, en doordat de Geest de wet in het hart schrijft. Dat is de nieuwtestamentische bediening van het verbond. Het is in eerste instantie beloofd aan Israël (Hebr. 8:8), maar ook aan allen die daar verre zijn, zo velen als er de Heere toe roepen zal; zij worden in Israël ingelijfd.
Als met de bovengenoemde vraag verondersteld wordt dat er in de Bijbel sprake is van een uitwendig verbond en een speciaal verbond met de uitverkorenen, wil ik de vraagsteller graag verwijzen naar wat Wilhelmus à Brakel hierover schrijft in zijn Redelijke Godsdienst. 'Natuurlijk beseft à Brakel opperbest dat er in de zichtbare kerk naast de ware gelovigen ook onbekeerden zijn. Zij zijn in de kerk door een uitwendige inlating; een uitwendige inlating in het verbond der genade maakt echter geen uitwendig verbond.'
Wilhelmus à Brakel wil dus geen scheiding aangebracht zien tussen twee verschillende, los van elkaar staande verbonden, waarbij het verbond der genade door God in Zijn eeuwige vrederaad zou zijn opgericht met de uitverkorenen, terwijl er daarnaast sprake is van een uitwendig verbond, een vriendschapsverbond tussen God en onbekeerden buiten de Middelaar om en ook buiten de eeuwige zaligheid om. (Zie W. à Brakel, Redelijke Godsdienst over het verbond der genade. Ik gebruikte de uitgave van wed. Hendrik van den Aak en Zoon (Rotterdam 1767), deel I, cap. XVI, blz. 346vv.)

Vragen voor de rubriek 'Bijbeltekst begrepen' kunnen worden ingestuurd naar de redactie (adres zie colofon op pag. 5) of gemaild naar geref.bond@tiscali.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 mei 2007

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het nieuwe verbond

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 mei 2007

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's