De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wie o wie?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wie o wie?

GZB zendt meer oudere predikanten uit

8 minuten leestijd

De laatste tien jaar zijn diverse oudere predikanten (50-plus) uitgezonden in zendingsdienst. Een trend? Zijn juist ouderen nodig? Hoe kijkt de GZB daar tegenaan?

Onlangs stelden drie jongere, teruggekeerde zendingspredikanten zich beroepbaar. Geen van hen had voor die tijd als predikant een gemeente in Nederland gediend. Dus toch geen 50-plus trend? Als ik op die vragen inga, trek ik het wel breder: de (be)roeping van zendingspredikanten.

Uw dominee?
Enkele maanden geleden sprak ik in op een classicale vergadering over zending en over de GZB. In het gesprek daarna werd gevraagd: 'Wat zouden we naast bidden, geven, enzovoort nog meer kunnen doen voor de GZB?' Denkend aan het begin van Handelingen 13, heb ik toen de kerkenraden voorzichtig uitgedaagd. 'Wilt u er eens over nadenken, als er binnenkort weer een advertentie voor een zendingspredikant verschijnt, of dat iets voor uw dominee zou kunnen zijn? Er met hem over praten en er (met hem) voor bidden?'
't Werd heel stil. Ik verbaasde me zelf wat over mijn reactie, want die vraag kwam onverwacht en mijn antwoord was onvoorbereid. Ondertussen gaf ik daarmee wel uiting aan een vraag die bij ons nogal eens leeft. Waarom reageren er soms zo weinig predikanten (of kandidaten) op onze advertenties?

Wie, o wie?
Vorige maand stonden er weer twee in dit blad. Een oproep voor Mexico en een - herhaalde! - oproep voor Namibië. Voor beide posten werd een theoloog met onderwijservaring gevraagd. Zijn die er? Leggen we de lat te hoog? Of raakt zending slechts een enkeling? Of leeft juist de vraag wat zo'n post met zending te maken heeft? Zijn we zelf niet duidelijk in beleid en/of presentatie? Hoe dan ook, het is altijd weer spannend als er een advertentie in de bladen komt. Wie zal er bellen voor informatie? Komen er brieven? Wie, o wie?
Het beeld is nogal wisselend. Toen we vorig jaar een zendingspredikant zochten die als docent in Zuid-Peru zou gaan werken, hadden we een lastige werving, want er waren diverse reacties en meerdere goede kandidaten. De eerlijkheid gebiedt echter te zeggen dat zo'n luxe probleem ons niet vaak overkomt. Meestal halen we de handvol niet.
Dat lijkt overigens anders te zijn, als ook hbo'ers uitgenodigd worden om te solliciteren. Toen we enkele jaren terug een coördinator toerustingswerk voor Kenia zochten, zat er heel wat potentieel tussen de meer dan tien reacties. Wat is dat toch met die (aanstaande) dominees, denk ik dan soms. Natuurlijk, één brief kan ook genoeg zijn, maar toch.

(Be)roeping
Soms rijst de vraag waarom de GZB niet gewoon een dominee (of kandidaat) beroept. Dat is toch veel directer dan een advertentie? Dan moet de persoon in kwestie gewoon (nou ja ... ) ja of nee zeggen. Een advertentie kun je naast je neerleggen.
Bekende vragen, ook voor ons. Toch kiest de GZB al decennia lang voor deze aanpak en uiteindelijk zijn we daarin nog nooit beschaamd geworden. Een paar belangrijke redenen zou ik hier willen noemen.
Naast de vereisten voor het predikantschap levert een inzet op het zendingsveld nog een aantal extra aandachtspunten op; uitzending is niet in elke (gezins)situatie mogelijk. Dat vereist een heel zorgvuldige afweging aan beide kanten en vooraf vinden diverse gesprekken plaats. Als het echt stil bleef na een advertentie, heeft de GZB wel eens predikanten benaderd of ze zouden willen nadenken over de mogelijkheid om de kerk in de zending te dienen. In alle openheid, om ook dan het initiatief voor een vervolggesprek bij de betreffende dienaar van het Woord (en zijn vrouw!) te laten.
Daarmee kom ik bij de andere reden voor onze werkwijze. Met onze advertenties hopen we mensen aan het denken (en bidden!) te zetten. Als daaruit een contact met de GZB voortvloeit, benaderen we dat als 'het samen zoeken van een weg'. Anders gezegd: of de Heere de weg opent. En zo kan niet alleen een beroep, maar ook een advertentie tot roeping worden. De roep 'van overzee' ligt er in elk geval al.
Soms werkt het ook andersom! Tot onze vreugde zijn er studenten theologie en ook wel eens predikanten die zichzelf melden, omdat de zending hen bezighoudt. Roeping? Samen gaan we in elk geval het gesprek aan om te ontdekken of ze op die manier in het Koninkrijk kunnen dienen. Ook dan is het geen 'gelopen race'; soms opent zich inderdaad een deur naar het zendingsveld, andere keren gaat toch het raam naar Nederland open.
Kortom, het blijft zoeken naar Gods leiding. Voor jongeren en ouderen.

Jongeren of ouderen?
Ik kan me niet heugen dat de GZB in een advertentie een voorkeur voor een bepaalde leeftijd uitsprak. Wel geven we meestal aan dat kerkelijke werkervaring in Nederland een voordeel is. Het is nu eenmaal zo dat men op het veld - vaak alleen al omdat je buitenlander bent - toch een bepaald verwachtingspatroon heeft; hoewel niet altijd en soms onbewust. Het kan echt een valkuil zijn als men denkt dat jij als zendingswerker toch wel weet hoe het zit. Dan kan het een voordeel zijn als je gemeente-ervaring hebt en je inderdaad wat ouder bent.
Mijn eerste indruk is dat zeker de laatste decennia zowel jongere - met en zonder ervaring als gemeentepredikant - als oudere zendingspredikanten uitgezonden zijn. Echt beleid zit daar niet achter. Het hangt vooral samen met wie zich melden op een advertentie. Voor sommige functies zou een voorkeur voor ouderen kunnen bestaan, toch laten we de advertentie wat dat betreft open. Daarbij speelt zeker een rol dat we, gegeven de nogal eens geringe respons, het profiel niet te nauw willen maken.

Toename van ouderen
Als we wat nauwkeuriger kijken naar pakweg de laatste dertig jaar, tekent zich wel een bepaald beeld af. Sinds 1975 vonden er 49 uitzendingen van zendingspredikanten plaats (inclusief een aantal tweede uitzendingen). Van die 49 ging het in acht situaties om de uitzending van een oudere predikant (laten we zeggen 50-plus). Bij de andere 41 uitzendingen ging het steeds om predikanten die daar meestal ruim onder zaten. Van hen hadden er daarvoor zeventien een gemeente in Nederland gediend; de overige 24 gingen toen voor het eerst de kerk als predikant dienen.
Een paar opvallende dingen:
- Van de jongere zendingspredikanten gingen in die ruim dertig jaar de meesten zonder ervaring als gemeentepredikant naar het zendingsveld (58%).
- Opmerkelijker is nog dat daarin ook een verschuiving is op te merken. In de periode 1975-1984 was de verhouding wel/geen ervaring 7-4 en in de tien jaar daarna 7-7. Maar in de periode sinds 1995 is dat 3-13! Moet daaraan de conclusie verbonden worden dat (jongere) predikanten steeds moeilijker de beweging van de pastorie naar de zending maken? Zo ja, hoe komt dat dan?
- Van de uitzendingen van oudere zendingspredikanten vonden er drie plaats in de periode 1985-1994 en vijf in periode 1995 tot heden.
- Dat lijkt een zekere trend, ook relatief. Want voor 1985-1994 waren dat er drie van de zeventien (= 17,6 %), tegen vijf van 21 (= 23,8%) in de periode daarna.
Er lijkt dus een toename te zijn van ouderen die na vele jaren gemeente-ervaring de switch van de pastorie naar het zendingsveld (durven) maken. Of die trend zal doorzetten, zal de toekomst moeten leren.

Voordeel of nadeel?
Laat ik om te beginnen zeggen dat het noch voor jongere noch oudere predikanten (en kandidaten) alleen een kwestie van 'durven' is. We geloven dat het voor alles Gods roeping is die de weg moet wijzen. Vaak gaandeweg, maar toch! En wat is voor- of nadeel. Vanuit een gezinssituatie bekeken zou het voor een jongere kandidaat of predikant met jonge kinderen makkelijker kunnen zijn dan voor een oudere collega en zijn vrouw die (een deel van) hun kinderen (en kleinkinderen!) in Nederland achter moeten laten. Maar daarmee is niet alles gezegd. Als de kinderen richting puberteit gaan, levert dat weer extra vragen op.
Er zijn zeker situaties waarin het een voordeel is als de zendingspredikant een stuk gemeente-ervaring heeft. Dat heeft met leeftijd te maken; jaren en levenservaring tellen in andere culturen vaak meer dan in de onze. Het geldt zeker op die posten waar lokale predikanten opgeleid en gevormd worden; en ouderlingen die voor moeten gaan. Coaching en mentorschap worden steeds belangrijker in de vorming van dienende leiders! En dat is toch een uitdaging als je zelf geen ervaring als gemeentepredikant hebt opgedaan.
In de werving van zendingspredikanten is dat best een punt van aandacht. Daarmee zeg ik niets ten nadele van de jongere collega's die zonder die ervaring naar het veld gegaan zijn. Dat is echt geen 'tweede keus' en het verschilt ook per post. Bovendien heb ik de indruk dat zij meer dan voorheen al een aantal jaren ervaring als (bv.) pastoraal medewerker meebrengen of in een andere werkomgeving heel relevante ervaring hebben opgedaan.
Maar ik wil wel zeggen dat ik juist voor die posten waar die ervaring als predikant zo verrijkend kan zijn, heel blij ben met onze 50-plussers. En dat we het geweldig zouden vinden, als er een volgende keer ook wat collega's met gemeente-ervaring zouden reageren.

Wie, o wie?
Wie zal bij een volgende advertentie reageren? Wie zal het lef hebben?
Niet omdat iemand durft, maar omdat hij het op z'n hart (Hebreeuws: lev) gekregen heeft. Omdat de Heere God roept.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 mei 2007

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Wie o wie?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 mei 2007

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's