De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Jan Siebelink voorbij

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jan Siebelink voorbij

MET DE MENS MOET (N)IETS GEBEUREN [1]

9 minuten leestijd

Vorig najaar zou in Goes aan het Calvijncollege een publieke discussie plaatsvinden tussen Jan Siebelink en ondergetekende over diens boek Knielen op een bed violen. Om onbestemde redenen werd die bijeenkomst enkele dagen ervoor afgelast. Intussen stond de lezing die ik er zou houden, helemaal op papier. Omdat geen andere datum voor het debat werd vastgesteld, publiceerde ik een tot de helft ingekorte versie van de lezing in het blad Ellips, uitgaande van de Evangelische Hogeschool. Op een kerngedeelte daarvan heeft ds. W. Dekker van de IZB gereageerd in Kontekstueel, tijdschrift voor gereformeerd belijden nu, na eerst een lang fragment uit mijn artikel te hebben weergegeven. Zelf sloot ik af met een reactie op zijn reactie.
Het ging en gaat vooral om de vraag of er met de mens iets gebeurt als hij/zij tot geloof komt en op de weg van het geloof. Ds. Dekker sloot af met de prikkelende opmerking dat hij nu, meer dan dertig jaar geleden, behoefte heeft 'afstand te nemen van heel de religieuze belevingscultuur, inclusief die van de bevindelijke traditie'. Mijn reactie daarop was: 'Maar de werking van de Geest dan? Dat is toch ook binnenwerk? Dat mogen we toch niet prijsgeven? Intussen kwam er een flink aantal reacties van predikanten binnen op die gedachtewisseling. Een tweemaandelijks tijdschrift als Kontekstueel blijkt dan niet het geëigende orgaan om de gedachtewisseling voort te zetten. Daarom doen ds. Dekker en ik dat nu in deze kolommen. Als inzet geef ik de kern weer van wat in Kontekstueel stond, waarbij ik om recht te doen aan de zaak letterlijk citeer.

Waar het om gaat
Nadat ik in de beoogde lezing de persoon en de visie van ds. J.P. Paauwe, over wie het in het boek van Siebelink heet te gaan, voor het voetlicht had gehaald en aandacht had gegeven aan de oefenaars die zo'n sterke invloed hadden op de hoofdpersoon Sievesz in het boek, heb ik betoogd dat de verschijnselen die Siebelink beschrijft, niet allemaal uit de lucht zijn gegrepen maar intussen ook niet model staan voor geestelijk leven in de traditie van de Reformatie, in dit geval binnen de gereformeerde gezindte.
Intussen gaat het hier om het beeld dat mensen van God (kunnen) hebben en om de vraag of er iets gebeurt in de ontmoeting tussen God en mens. Sommige mensen geven aan dat ze vanwege eigen herinnering het boek van Siebelink niet tot het einde toe hebben kunnen lezen. Daarom vervolgde ik:

De grote kwestie is echter de vraag hoe mensen met God verzoend worden. Die brandende vraag kan voor mensen een angstige vraag worden wanneer er sprake is van een Godsbeeld, waarin God alleen de oordelende, richtende en straffende God is. Als daarbij dan ook nog verkiezing en verwerping op één lijn worden gesteld, kan die angstige vraag zelfs omslaan in fatalisme. Als ik verkoren ben, zal de bekering wel een keer komen; als ik verworpen ben blijft deze uit. Ik weet dat het zelden zo in absolute zin wordt verkondigd, in de overwegingen en gevoelens van mensen kan het echter zo wel gaan functioneren. De enige echte ontmoeting en verzoening met God is dan gelegen in een krachtdadige, op het moment af aan te wijzen omkering of bekering. Wie daarvan spreekt heeft het echte. Terwijl een bekering die ligt ingebed in het verbondshandelen van God met Zijn volk onder verdenking staat.
Wie geen vreemdeling is in kerkelijk Jeruzalem weet dat hier allerlei gradaties liggen in de verkondiging en het pastoraat in wat heet de bevindelijk gereformeerde kring. Om er nog maar over te zwijgen dat een uitdrukking als Geen leven voor de rechtvaardigmaking - wie het (nog) vatten kan vatte het ook een geheel eigen leven is gaan leiden. Datgene wat in officiële leer is vastgelegd en wat van zondag tot zondag wordt verkondigd, hecht zich zo vast in mensenharten, dat het zelfs psychische consequenties kan hebben. Mensen leven in voortdurende angst of in het voortdurende besef dat ze nimmer kunnen voldoen aan de hoge standaard die hun wordt voorgehouden met betrekking tot geloof, wedergeboorte, bekering. Men wacht op wat in hun leven niet komt. Daar komt nog bij dat in kleine kringen, waar soms niet bevoegde of niet geschoolde voorgangers leiding gaven, de zaken van geloof, bekering, wedergeboorte en rechtvaardiging, soms ook een uitwerking hebben gekregen waarin men de grondlijnen van de Reformatie nauwelijks nog herkent. En wat mensen zondag aan zondag horen gaat een eigen leven leiden. ( ... )

Welke onderlinge verschillen in leer en leven er ook binnen de smalle gereformeerde gezindte mogen zijn, wat Siebelink beschrijft is als zodanig niet fictie maar ook realiteit. Als echter wat Siebelink uit zijn jeugd beschrijft inzake geestelijk leven model moet staan voor een gezindte, die teruggaat op de Reformatie, dan wordt generaliserend een onverantwoord beeld opgeroepen van een kerkelijke sector in dit land. Siebelink roept meer een mystiek klimaat op dan een geloofsmatig klimaat in de reformatorische zin van het woord.
De enige mystiek, die naar de Schriften naam mag hebben is die waarin de Heilige Geest met Christus verbindt, die ons alleen God doet kennen. Maar dan nog is en blijft het geloof de lege hand waarin Gods genadegaven worden ontvangen.

Reactie ds. Dekker
Ds. Dekker valt deze analyse goeddeels bij. Hem gaat het nu vooral om de beginzin: 'De grote kwestie is echter de vraag hoe mensen met God verzoend worden'. Ds. Dekker:

Ik ben namelijk zelf opgegroeid in de bevindelijk gereformeerde traditie, waarin als leermeesters gezien werden: ds. G. Boer, ds. J. v. Sliedregt en ds. L. Vroegindeweij. Daar was geen sprake van een eenzijdig Godsbeeld van alleen maar een toornende God en ook zeker niet van een fatalistische verkiezingsleer. Maar het punt waar het om ging was wel: er moet wat met een mens gebeuren. Hij moet overgeplant worden van de eerste Adam in de tweede Adam. Hij moet, precies zoals Jan (van der Graaf, red.) het zelf zegt: 'met God verzoend worden'. Steeds werd gewaarschuwd voor de leer van de algemene verzoening, waar men feitelijk heel de rest van de kerk van verdacht tot en met de Confessionelen en de leerlingen van J.G. Woelderink. Deze laatsten wezen wel, zo zei men, op de noodzaak van geloof en bekering, maar wat die bekering dan inhield, dat hoorde je niet. Dat een mens van dood levend gemaakt moest worden, dat werd niet echt gezegd. Veel te veel gingen deze laatsten ervan uit dat we al met God verzoend waren en dat we dat alleen nog maar hoefden te geloven. Men begon bij Abraham, bij het verbond, in plaats van bij de breuk in het paradijs, bij Adam.
De bevindelijk gereformeerden, zegt ds. Dekker, vonden ook de uitdrukking van Kohlbrugge 'Ik ben op Golgotha bekeerd' gevaarlijk. Want het ging toch om 'ervaring'. Siebelinks boek kwam daarom dicht bij de emoties van ds. Dekker. Er moest tóch altijd wat gebeuren. En er was altijd toch een vloeiende overgang naar ziekelijke beleving:
Vandaag zijn we terecht gekomen in een klimaat, waarin het alles beleving is wat de klok slaat. Ook en zeker op reli­gieus gebied. Het zal een van de oorzaken zijn van het succes van Siebelink. Daarom voel ik nu meer dan dertig jaar geleden behoefte afstand te nemen van heel de religieuze belevingscultuur, inclusief die van de bevindelijk-gereformeerde traditie. Hoeveel respect ik ook heb voor de personen om wie het gaat en hun goede bedoelingen erken, we moeten terug naar de kern van de reformatie: het geloof is niet meer dan de lege hand.

Biografisch
Ik reageerde ook biografisch, met herinnering aan de bijbels doorwrochte preken van ds. R. Bartlema en van ds. L. Blok, die uitwassen in bevindelijke (ook eigen) kring bestreed, sterk het verbond benadrukte en nochtans 'bevindelijk' bleef. Ik voegde verder ds. W.L. Tukker en ds. L. Kievit toe aan de 'leermeesters' die ds. Dekker noemt:
De predikanten Vroegindeweij en Tukker, hoewel zeer verschillend in hun prediking, waren elkaar nochtans zeer verwant. Ze hebben elkaar voor de laatste keer ontmoet na een dienst in Delft, waar Tukker had gepreekt, kort voor het overlijden van Vroegindeweij.
Vroegindeweij zei: 'zoals jij Christus preekt heb ik het nooit gekund'. Het antwoord van Tukker was: 'Zoals jij de mens in zijn schuld wist te ontmaskeren heb ik het nooit gekund'. Preken van beiden hebben geestelijke indruk gemaakt op velen, ook op mij. Van een knellende band was geen sprake.
Wel is er in hervormd-gereformeerde kring enige tijd sprake geweest van verschillen in benadering van de rechtvaardiging. Grosso modo werd de rechtvaardiging door het geloof gepreekt. Bij L. Kievit werd een bepaalde beleving ervan benadrukt, al zegt W. Balke dat Kievit op dit punt verkeerd is verstaan. Ging hij namelijk 'hoog', dan ging hij hoog in Christus, zei L. Kievit steevast. Vervulling met de Geest was voor hem 'klein Pinksteren'. J. van Sliedregt heeft hier op zijn wijze L. Kievit willen vol­gen. Maar ooit beleed hij in Huizen tijdens een doordeweekse bijbellezing dat hij de ruif in de tijd toen hij er predikant was te hoog had gehangen. G. Boer had een geheel eigen stijl. Met dankbaarheid zat ik onder zijn prediking. Bij hem 'moest' niets gebeuren, maar hij preekte zo machtig, direct en onvoorwaardelijk, zo Woordgebonden, Christocentrisch en Geestdoorademd - Verzoening door het Kruis, het heil buiten ons! - dat er onder de prediking wel iets móést gebeuren en ook metterdaad gebeurde. Zondag 24: 'De Heilige Geest, samen met de Vader en de Zoon eeuwig God, maar ook mij gegeven'; 'Hij voor mij daar ik anders de eeuwige dood zou moeten sterven' (bij het avondmaal)  Onweerstaanbaar!
L. Kievit was de meest creatieve en fijnzinnige, (goed verstaan) ook de meest 'moderne', maar net als de andere vier in mijn beleving gestempeld door dezelfde verkwikkende 'bevindelijke' tonen. Kortom, Siebelinks ervaringswereld? Verre van dat.

Vraag
En toen kwam mijn vraag aan ds. Dekker. Gebeurt er dan niets? 'Het grendeltje wordt toch ook vanbinnen weggeschoven?' Ik ben benieuwd naar zijn reactie.

Volgende week achtereenvolgens de reactie van ds. W Dekker en dr.ir. J. van der Graaf

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 mei 2007

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Jan Siebelink voorbij

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 mei 2007

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's