Verkiezende liefde
MET DE MENS MOET (N)IETS GEBEUREN [2]
Beste Jan,
In je inleidende artikel heb je goed samengevat hoe ons gesprek naar aanleiding van Jan Siebelink in Kontekstueel verliep. Je eindigt dan met de vraag aan mij: als je afstand neemt van de hele godsdienstige wereld waarin het draait om de kwestie 'er moet iets met een mens gebeuren', hoe ga je dan om met het gegeven dat van binnen toch een grendel weggeschoven wordt? Het binnenwerk van de Geest mogen we toch niet prijsgeven?
Terechte vraag
Hiermee heb je een terechte vraag gesteld. Doordat de ruimte ontbrak in Kontekstueel kon ik dat punt niet verder uitwerken. Intussen kwamen bij jou en mij verschillende reacties binnen. Niemand wil terechtkomen in de geestelijke wereld die Siebelink beschrijft, maar tegelijk is er het gevoel: we moeten niet de kant op dat ieder ervan uitgaat dat hij wel een kind van God is. Er heerst beduchtheid voor een oppervlakkig, verstandelijk geloof.
Die beduchtheid deel ik. Tegelijk heb ik geschreven: Jan Siebelink en ieder die met hem hoopt op bijzondere ervaringen om zo te weten dat hij een kind van God is, moet daarmee stoppen. Het christelijk geloof leeft van de ene grote ervaring dat al onze ervaringen er niet toe doen in het licht van wat ons als evangelie wordt verkondigd: wij zijn gekend en bemind met een eeuwige liefde en al ons zoeken naar bijzondere ervaringen is getob, dat aan deze grote genade voorbijgaat.
Zo opgeschreven zou het echter niet de goedkeuring kunnen wegdragen van de meeste door jou en mij genoemde predikanten uit het voorgeslacht. En vandaag ben je nog verdacht wanneer je het zo zegt. Twee bezwaren worden geopperd: het evangelie verkondigt niet aan een ieder onvoorwaardelijk de werkelijkheid van de verzoening met God, maar de mogelijkheid. Hier speelt op de achtergrond de leer van de verkiezing en de discussie rond het onvoorwaardelijke algemene aanbod van genade. In de tweede plaats is men bang voor een evangelie dat afgekondigd wordt als een stand van zaken, waarop een verstandelijke of gevoelsmatige instemming volgt, zonder dat echter het hart wordt verbrijzeld en veranderd.
Ander taalveld
Naar mijn idee waren en zijn de bedoelingen goed, maar wordt een en ander gezegd vanuit een paradigma, een filosofisch bepaald taalveld, dat we moeten verlaten en dat in onze cultuur ook in grote delen verlaten is. Ik bedoel dat de oude uitdrukkingen over de toe-eigening van het heil bepaald werden door het subject-objectdenken. Vandaar dat men ertoe kwam te zeggen dat de prediking voorwerpelijk-onderwerpelijk (L. Kievit) moest zijn. Het heil van God is een zaak die verstandelijk geweten kan worden, maar die bevindelijk moet worden toegepast.
In dat taalveld past ook de uitdrukking: 'Er moet wat met een mens gebeuren.' Onze aandacht wordt in dit taalveld gericht op een kwestie, een zaak, een gebeurtenis die moet plaatsvinden. Dit is schadelijk, want het beangstigt of doet op z'n best verlangend uitzien, maar het zet ons niet in een relatie. Wanneer we het subject-objectdenken vervangen door het relationele denken, zeggen we het anders. Van meet af wordt onze aandacht getrokken door de Liefhebbende, Die ons Zijn vriendschap biedt. Nu gaan sommigen in dit taalveld volgens mij opnieuw in de fout wanneer ze stellen dat God ons Zijn genade aanbiedt, maar dat wij die wel moeten beantwoorden. Dan valt weer dat woordje 'moeten'. In het taalveld van de relatie en de liefde is nergens plaats voor moeten, alleen voor verwondering, voor een deur, die bij jou eerst op slot zat en nu vrijwillig, als vanzelf opengaat.
Zuiver
Mijn vraag aan jou is: Vind je ook dat het relationele paradigma veel meer mogelijkheden dan het subject-objectschema biedt om zuiver te spreken over het grendeltje dat er bij ons van binnen af moet? Vind je daarom niet - met mij - dat we dan ook pas wegkomen uit de ambivalentie die ik nu steeds proef ten aanzien van Jan Siebelink? Hij zoekt het in heel bijzondere ervaringen, en dat is niet goed, maar er is nog wel een vonkje van goede kennis bij Siebelink. Hij gaat er namelijk terecht van uit dat er wel iets met een mens moet gebeuren. In het relationele taalveld zeg je: Jan Siebelink, heb je nu nog nooit de stem van de Geliefde gehoord? Hij spreekt al zo lang tot jou.
Meer theologisch geformuleerd: ik wil weg uit het schema subject-object. Daarom ben ik ook wars van alle rationele objectiviteit in de heilsleer, zo in de trant van: je moet gewoon geloven en aannemen dat het ook voor jou is. Maar ik pleit wel voor objectiviteit. Niet de rationele objectiviteit, maar de relationele objectiviteit. Ons heil ligt vast in de Grote Ander, Die ons wekt met Zijn lied van onvoorwaardelijke liefde. Verkiezende liefde, daar gaat het om.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 2007
De Waarheidsvriend | 22 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 2007
De Waarheidsvriend | 22 Pagina's