Verveling en tijdgeest
Met het woord tijdgeest bedoelen we zoiets als een stemming, een gezindheid die ons in een bepaald tijdperk beheerst. Welke stemming beheerst ons vandaag in onze westerse cultuur? In de laatste aflevering van Filosofie Magazine (mei) troffen mij op de omslag de regels: 'Verveling, grondstemming van onze cultuur'. Ze komen uit de mond van dr. Awee Prins, docent wijsbegeerte van de Erasmus Universiteit, Rotterdam. Eerder dit jaar promoveerde hij op een proefschrift getiteld: Uit verveling. Het beleefde in korte tijd vier drukken en staat in de top vijftig van best verkochte boeken. De schrijver concludeert daaruit dat het boek kennelijk gaat over een verschijnsel waar heel veel mensen aan lijden. Wat is de achtergrond van dit gevoel dat mensen vandaag bewust of onbewust beheerst? De oorzaak is niet iets van vandaag of gisteren. Er ligt een langdurige ontwikkeling aan ten grondslag.
En dat heeft alles te maken met het verdwijnen van het geloof in God. Onlangs promoveerde ds. A.A.A. Prosman (Hoogeveen) op een proefschrift Geloven na Nietzsche. We komen op deze interessante studie nog terug in ons blad. Maar hij laat duidelijk de gevolgen zien van Nietzsches uitspraken en de achtergronden ervan. Als Nietzsche de aangrijpende stelling 'God is dood' poneert, dan bedoelt hij niet alleen de christelijke God, maar ook de god van de filosofen, het hoogste dat het leven bestuurt of de diepste zin van de werkelijkheid. Conclusie: Er is alleen wat er is.
Het is te begrijpen dat de mensen zich in zijn dagen wezenloos schrokken toen hij met deze stelling op de proppen kwam. Ze bracht ontzettend veel angst. En in de westerse filosofie is de angst dan ook een tijd lang de grondstemming geweest. Prins heeft in een ander verband eens gezegd: 'Het besef dat we niet meer geloven dat er een zin of een doel in de geschiedenis is, noemen we het 'nihilisme'. Daar tegenover stel ik dat we nu leven in het tijdperk van het 'doorstane nihilisme'. Het doet ons vandaag helemaal niets meer dat er geen God is of doel op de aarde.'
En daarom, aldus Prins, is de tijdgeest van het postmodernisme de verveling. 'Het postmodernisme wordt wel gevierd als een moedige zet omdat we de idealen van het modernisme hebben ontmaskerd, maar we moeten ook beseffen dat het schaduwkanten heeft.
We leven namelijk in een tijdperk van het totale relativisme en de volkomen manipulatie van alles, de mens niet uitgezonderd. En er wordt geen enkele vraag meer gesteld naar de richting, de zin of het doel van het leven (curs. JM)'.
Ik citeer nu twee fragmenten uit Filosofie Magazine. Aan Prins wordt de vraag voorgelegd: Vervelen we ons dus allemaal, ook al denken we van niet?
'Dat zeg ik niet, dat zou te brutaal zijn. Maar, ik denk ook niet dat ik de enige ben die zich verveelt en dat de rest zich prima vermaakt. Ik hoop dat de lezer van [mijn] boek zijn eigen verveling onder ogen ziet. Ik wil een fenomeen voor het voetlicht brengen dat onvoldoende wordt opgemerkt en te veel wordt onderdrukt. De mens denkt de wereld en zelfs zijn eigen lichaam, naar zijn hand te kunnen zetten om zo iets van een zin in het leven te krijgen.
Maar er wordt geen enkele vraag meer gesteld naar de richting, de zin of het doel van het leven. De consequentie is dat we in een tijd leven waarover gezegd kan worden, naar John Lennon: 'There is always something happening, but nothing going on.' We kunnen elke dag kiezen uit dertig soorten brood, veertig televisiekanalen en honderden vakantiebestemmingen. Bijna alles is beschikbaar. Maar, is er nog wel iets dat ons werkelijk raakt? Ik zie het vooral als pogingen om onze verveling te verdrijven - zoals in de reclame van de Nederlandse Spoorwegen voor dagtripjes met de slogan 'Bij ons hoeft u zich geen moment te vervelen.' Maar, juist al deze 'pogingen de verveling voor te blijven zijn een bewijs van het feit dat we ons enorm vervelen.'
'Als de lezer van mijn boek vervolgens zegt: het is overdreven, die man is een misantroop, hij zoekt alleen naar verveling - dan benijd ik die lezer. Nederland scoort heel hoog op de mondiale geluksindex, maar die statistiek zegt weinig.
Elke psychiater kan je vertellen dat de meeste mensen die bij hem komen, lijden aan een zinloosheidsdepressie. Er wordt geroepen om nieuwe zingeving - dat geeft al aan hoe wanhopig we zijn, want zingeving veronderstelt dat er geen zin meer is. We leven niet meer in een bezield verband, dus moeten we zin gaan geven, maar dat zal nooit lukken, dat is een vergeefse beweging.
Maar, als onze verveling tevergeefs proberen te verdrijven met dagtripjes, zappen en volle agenda's, wat moeten we dan? Hoe worden we werkelijk geraakt?'
Prins laat zien dat hij in zijn uitspraken over de verveling door de bekende Duitse filosoof Martin Heidegger is beïnvloed.
Prins legt uit dat Heidegger onder de alledaagse verveling een fundamentele, diepe verveling waarneemt. We moeten volgens Heidegger doordringen in die diepe verveling, maar daarvoor moeten we ons eerst openstellen voor wat de alledaagse verveling te zeggen heeft. Als we bewust die verveling ondergaan, dan komen we erachter dat de verveling niet van buiten komt, dat er geen vervelende dingen of mensen bestaan; een vervelend boek is niet op zichzelf vervelend, het onthult alleen een stemming die sluimerend al in ons aanwezig was. In de diepe verveling die daaronder ligt, vervelen we ons niet meer met de dingen en ook niet met onszelf; we zijn in een algehele impasse geraakt, in een leegte waar elk tijdverdrijf - ook de dagtripjes - onmogelijk is geworden. In die afgrondelijke verlatenheid zijn we op een pijnlijke wijze op onszelf teruggeworpen; we kunnen niet langer vluchten in het dagelijkse vertier. Maar, juist omdat we op onszelf zijn teruggeworpen, kan de wereld zich op een bijzondere manier aan ons voordoen. Prins: 'De dichter Nijhoff zegt het heel mooi in: 'Het uur U'. Hij heeft het over 'een stilte van het soort waarin dingen worden gehoord die nog nimmer het oor vernamen'. Dàt is de eigenaardige manier waarop de wereld zich aan ons voordoet als we hem niet proberen te ontlopen door onze agenda's vol te plannen - als een ruimte waarin we niet iets moeten doen of zeggen, maar waarin we worden geconfronteerd met het wonderlijke gegeven dat er überhaupt iets te doen en te zeggen valt. We hebben een kans om te geraken tot een werkelijk zijn te midden van de dingen. Sloterdijk noemt dit fenomeen 'de kans van de depressie': 'Men moet op de bodem belanden om te leren dat die een dubbele bodem heeft.'
En ik schrijf in mijn boek: Juist wanneer het bestaan tot volstrekte onleefbaarheid is gereduceerd, zouden 'krachten' vrijkomen die eerst een werkelijk leven mogelijk maken.'
De oplossing die hier wordt aangereikt om uit de impasse van de verveling te geraken, staat uiteraard helemaal los van de christelijke levensovertuiging. Al in de kerk van de Middeleeuwen gaf Benedictus aan zich vervelende monniken de opdracht: ora et labora, bid en werk. Romano Guardini schreef eens dat in de Middeleeuwen de verveling zelfs noodzakelijk werd geacht om tot een bijzondere staat van verlossing te geraken: de mystieke ervaring van het vreugdevol een worden met God.
Hier liggen voor bevindelijke gelovigen herkenningspunten, vermoed ik, ook al dragen wijsgeren een andere oplossing aan voor de leegte van het menselijk bestaan. Hoe worden we werkelijk geraakt in ons leven? Ik denk aan het belanden op de bodem van het bestaan. Eigen leegheid zonder God ervaren. Ontdekken dat een leven zonder God inderdaad totale leegte is. Zonder God in de wereld zijn betekent zonder hoop zijn, zoals Paulus in de Efeze-brief schrijft. Levensvervulling vinden in Christus. Het is de Geest van Pinksteren die ons dat leert.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 2007
De Waarheidsvriend | 22 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 2007
De Waarheidsvriend | 22 Pagina's