De grendel weggeschoven
Beste Wim,
Ik ben je dankbaar dat je mijn vraag inzake de grendel, die vanbinnen weggeschoven wordt, serieus hebt opgepakt. Je hebt in je antwoord bovendien in ieder geval de wat bruuske opmerking, dat we in onze kring de hele belevingscultuur maar achter ons moeten laten, nader toegelicht en ook wel afgezwakt. Ik hoop dat we elkaar naderen, als ook ik nog eens uitleg wat ik bedoel, zonder me te vermeien in dogmatische verhandelingen.
Verkiezing
Je legt nu de nadruk op 'eeuwige liefde', 'verkiezende liefde', die aan al onze ervaring vooraf gaat. Je laakt ook het zoeken naar bijzondere ervaring, die aan 'deze grote genade voorbij gaat'. Op zich val ik je hier van harte bij. In dat licht bezien 'moet' er niet iets met een mens gebeuren. Maar er gebeurt wel iets. Tegen allerlei verkiezingsfatalisme in spraken hervormd-gereformeerde voorgangers in het verleden van de verkiezing als een poort in plaats van een muur. Die poort staat open. Aan de buitenkant staat het opschrift 'Komt allen tot mij, die vermoeid en belast zijt.' Wie door de poort naar binnen is gegaan, leest vervolgens, omziende, het opschrift aan de binnenzijde 'Door U, door U alleen, om het eeuwig welbehagen.' Een poort zonder grendel! Maar 'ik' ben er ook nog, ofwel mijn eigen ik is er ook nog. Met een vergrendeld hart, toch?
Duizenden kennen het opschrift aan de buitenkant, de nodiging tot het heil, maar gaan niet binnen. Ook kerkgangers niet! Of is dat niet zo? Anderen worden, (heel) vroeg of (heel) laat, ingewonnen.
Ooit kwam in Huizen een oude man na een preek de dominee zeggen dat hij zijn leven lang onder preken had gezeten maar dat God nu de watjes uit zijn oren had gehaald. De grendel was van binnenuit weggeschoven. Naar de kerk gaan 'om de kans van de bekering te lopen', schreef Van Ruler.
Als we spreken over het onwederstandelijke werk van de Heilige Geest, dan moet kennelijk innerlijke we(d)erstand worden overwonnen. 'Gij hebt mij overreed en ik ben overreed geworden' (Jer. 20:7).
Bijzonder?
Nu staat onze gedachtenwisseling in het kader van Jan Siebelinks accent op (verlangen naar?) ) een bijzondere, extatische ervaring zoals zijn vader had gehad. In de beoogde lezing voor het debat met Siebelink in Goes wees ik erop dat Christus eri het geloof in die extatische beleving ontbraken. Dan is 'bijzonder': buitenbijbels, vreemdsoortig. Verder wees ik toen op het woord van Paulus: 'Nabij u is het Woord, in uw mond en in uw hart. Dit is het Woord des geloofs hetwelk wij prediken' (Rom. 10:8). En: 'Zo is dan het geloof uit het gehoor, en het gehoor uit het Woord Gods' (Rom. 10:17).
Zo bezien kan ik niet begrijpen dat je het object-subjectdenken, zeg het voorwerpelijk-onderwerpelijke, lokaliseert binnert 'een filosofisch bepaald taalveld '. Het gaat om meer dan een taalveld. Paulus zet het Woord voorop. Daarin vindt de eigenlijke Godsontmoeting plaats, in oordeel en vrijspraak. Maar Paulus onderscheidt wel mond en hart. Hij kende ook de klacht: 'Ik, ellendig mens, wie zal mij verlossen?'
De mond alleen is niet genoeg. Als er wat 'gebeurt', gebeurt dat ook in het hart. Daar kan alleen de Heilige Geest Zich toegang verwerven. Die schuift de grendel weg.
Hoe dat allemaal gebeurt, onttrekt zich aan het bevattingsvermogen van de gelovigen zelf. Het komt echter daarin tot uitdrukking, dat ze 'weten en gevoelen' met het hart te geloven en hun Zaligmaker lief te hebben (D.L. III/IV, 13). Verkiezende liefde? Ja! Dat vooral; dat voorop. Maar ook liefde uitgestort in het hart.
Ik val je bij als je spreekt over een relatie, een liefdesrelatie. Maar die komt toch een keer tot stand? Ik krijg ogen om de Geliefde te zien. Dan is er geen sprake van moeten, maar van onwederstandelijk mogen.
Niet weg
Ik wil om twee redenen dus niet weg uit het object-subjectdenken, van bekering, ook binnen het verbond. Objectief ligt ons geloof verankerd in het Woord. Zo niet, dan rest de drassige moerasbodem van eigen ervaring; in extremis: van de mystiek. Dan komen we in de sfeer van Siebelink. Maar subjectief is er de ervaring in het hart: 'Hij voor mij, daar ik anders de eeuwige dood had moeten sterven.' De Heilige Geest, 'ook mij gegeven' (H.C., antw. 53). Zo niet, dan rest een niet-verzekerd geloof.
Ik hoop dat we elkaar begrijpen. Er 'moet' niet iets gebeuren. Achteraf bezien, realiseert een mens zich echter wel dat er nochtans heel wat 'moest' gebeuren om hem door de poort te loodsen. Eerst op Golgotha!!!! Daarna door de Geest in het hart.
Volgende week de reactie van ds. E.K. Foppen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 2007
De Waarheidsvriend | 22 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 2007
De Waarheidsvriend | 22 Pagina's