De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Liedboek en psalmberijming

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Liedboek en psalmberijming

DE LITURGIE IN HERVORMDE GEMEENTEN [7]

8 minuten leestijd

Hoe heeft het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond destijds leiding gegeven bij de komst van het Liedboek en de Nieuwe Psalmberijming? Een vraag om rekenschap te geven van de argumenten uit onze eigen geschiedenis.

Omstreeks 1966 belegt het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond een bijeenkomst met hervormd-gereformeerde predikanten. Daar komt expliciet de 'liturgische kwestie' ter sprake. Het gaat dan vooral om de nieuwe psalmberijming. Predikanten geven aan al uit de nieuwe berijming te laten zingen. Bij anderen ligt het gevoelig. Weer anderen zijn bang voor een isolementspositie van de hervormd-gereformeerden. Dr. H. Goedhart waarschuwt tegen het krampachtig vasthouden van de oude psalmberijming, waar onze vaderen zoveel kritiek op hadden en de hoofdbestuursleden dr. H. Bout en drs. K. Exalto geven aan dat van de nieuwe berijming geen sjibboleth mag worden gemaakt.
In 1968 wordt de Proeve van een nieuwe berijming vervangen door de definitieve tekst. Ds. G. Spilt, de latere synodepreses, is van oordeel dat deze berijming een verbetering is ten opzichte van de berijming van 1773: meer schriftgetrouw en beter zingbaar. 'Zij geeft ons daardoor de mogelijkheid, om van het psalmboek een veel groter gedeelte in de eredienst te gebruiken dan voorheen, zoals de laatste jaren reeds is gebleken.'

Psalmberijming 1968
In de Waarheidsvriend van 12 februari 1970 publiceert het hoofdbestuur overwegingen van een studie over de psalmberijming van 1968 van een commissie die uit vijf leden bestaat, onder wie twee theologen en twee neerlandici. Opgemerkt wordt dat de verantwoordelijkheid die een kerk of een gemeente op zich neemt bij de invoering van een nieuwe berijming groot is. De commissie heeft gekozen voor een bepaalde benadering. Het onderling vergelijken van de grondtekst, oude berijming en nieuwe berijming voor alle psalmen bleek praktisch niet uitvoerbaar. Daarom zijn achttien psalmen geselecteerd, die representatief kunnen worden geacht voor de gehele bundel.
Bij het toetsen van de nieuwe berijming komt het hoofdbestuur tot het bezwaar dat in meer dan in één psalm het messiaans-eschatologisch element tekort komt en dat de nieuwtestamentische vervulling van bijbelse noties als bevrijding, verzoening, heil, de Naam van God niet of niet voldoende open wordt gehouden. Positief staat het hoofdbestuur tegenover het taalgebruik van de nieuwe berijming, hoewel men wel uitdrukkingen die tot het karakteristieke bijbelse taaleigen behoren, mist.
Ondanks de bezwaren, die kunnen worden aangevoerd tegen de oude berijming, blijft het hoofdbestuur de voorkeur geven aan de oude boven de nieuwe berijming. Ook is naar de mening van het hoofdbestuur een verantwoorde herziening van de oude berijming niet onmogelijk en moet onder ogen worden gezien om in de eredienst onberijmde psalmen te zingen.

Positie en beleid (1974)
In deze brochure gaat het hoofdbestuur in op liturgische verschillen. Opgemerkt wordt dat het uitsluitend zingen van de psalmen in de eredienst, het zich houden aan de oude berijming en de schriftlezing uit de Statenvertaling niet onbelangrijk zijn, maar niet behoren tot de zaken waarmee de kerk staat of valt.
Het zingen van de psalmen blijft voor het hoofdbestuur een wezenlijk punt. Wat betreft de berijming gaat het meer om een voorkeur dan om een duidelijke principiële positiekeuze. We mogen verwachten dat een psalmberijming zo nauwkeurig mogelijk aansluit bij de onberijmde tekst en dus ook bij de grondtekst. Het hoofdbestuur herhaalt in Positie en beleid de overwegingen van de studie over de psalmberijming 1968 en voegt toe dat de voortgang van de gereformeerde prediking er niet door mag worden gestuit, zodat in gemeenten van niet-gereformeerde signatuur het loutere feit van het gebruik van de nieuwe berijming geen barrière mag zijn om de gereformeerde prediking tegen te houden.

Bijbelliederen van het liedboek getoetst (1980)
In februari 1980 verschijnt een uitgave van een door het hoofdbestuur ingestelde commissie met de titel De bijbelliederen van het liedboek getoetst. De commissie heeft in vier jaar de 115 bijbeIIiederen bestudeerd. De vraag ligt direct voor de hand: waarom alleen deze liederen en niet alle liederen uit het liedboek?
In het Ten geleide van deze uitgave zegt het hoofdbestuur dat de Gereformeerde Bond het vrije lied in de eredienst vanaf de oprichting in 1906 heeft afgewezen en zich, in navolging van de Dordtse Kerkorde, in de traditie van de Gereformeerde Kerk hier te lande heeft geplaatst door uitsluitend de psalmen te aanvaarden voor de gemeentezang in de eredienst. Als positief argument daarvoor is altijd gesteld dat de Gereformeerde Bond, ook in de zang van de gemeente, zo dicht mogelijk bij de Schrift zelf wil aansluiten.
In de commissie zaten de theologen C. van der Wal, C. van Bart, A. van Brummelen, W. van Gorsel en de neerlandici H. van der Kolk en N.C. van Velzen. Namens het hoofdbestuur nam ir. G.B. Smit eraan deel. De commissie signaleert een onevenwichtige belichting van de bijbelse boodschap, een eenzijdige voorkeur voor tekstgedeelten vol beloften, terwijl de keerzijde van Gods boodschap met haar waarschuwing tegen ongeloof en onbekeerlijkheid en de toorn van God daarover, te weinig aan bod komt. Ook meent de commissie dat een te gering aantal bijbelliederen is gekozen waarvan het evangelie van de verzoening van het kruis de grondtoon vormt, terwijl aan het priesterlijk werk van de Hogepriester van onze belijdenis tekort is gedaan, ten koste van de aandacht voor Zijn koninklijk ambt. Na een uitvoerige toelichting van de bezwaren stelt de commissie tot haar spijt vast dat ze, hoewel ze voor enige liederen waardering heeft, een aantal liederen om theologische en literaire redenen niet voor liturgisch gebruik kan aanbevelen. Er is sprake van eenzijdige keuze van de berijmde teksten. Bijbelse noties in hun verbinding van Drohbotschaft en Frohbotschaft (boodschap van dreiging en van vreugde) komen niet voldoende tot hun recht.
Namens het hoofdbestuur schrijven ds. L.J. Geluk en ds. R.J. van de Hoef in het eindadvies dat het mogelijk zou moeten zijn, staande in de traditie van de Geneefse Reformatie, naast de psalmen, berijmde Schriftgedeelten in de gemeentelijke eredienst te zingen. Omdat de meeste van de nieuwe bijbelliederen uit het Liedboek voor de Kerken niet voldoen aan de norm van gebondenheid aan de Schrift, wordt het naar de mening van het hoofdbestuur niet verantwoord geacht deze bijbelliederen in hun geheel een plaats in de eredienst van de gemeente te geven.

Uitgangspunten en knelpunten (1986)
Opnieuw wordt in 1986 gezegd dat het Liedboek als reformatorische zangbundel niet aanvaardbaar is omdat met name de bijbelliederen daarin te ver van de bijbeltekst staan waarop ze gericht zijn. De Gereformeerde Bond blijft gehecht aan het zingen van de psalmen in de eredienst. In de psalmen weet de kerk zich verbonden met het oude bondsvolk Israël. 'Zingt Israël vandaag echter de psalmen met Messiaans verlangen, als christenen mogen we de psalmen zingen met het oog op Christus, gekomen als Licht tot verlichting der heidenen en tot heerlijkheid van Israël (Luk. 2:32).'
Volgens het hoofdbestuur liggen de grenzen niet bij het al of niet zingen van het vrije lied. Dat te stellen zou veel oprechte christenen uitsluiten, ook theologen met wie de Gereformeerde Bond zich verbonden weet (Luther, Kohlbrugge). De Gereformeerde Bond koos voor de liturgie van Dordrecht en wil bij zijn overwegingen inzake uitgangspunten en knelpunten daarachter niet terug. Want de praktijk van het kerkelijk leven heeft geleerd dat introductie van het vrije lied de gemeente openstelt voor afwijkingen van de gereformeerde confessie. Natuurlijk kan elke dienaar van het Woord uit bestaande liederenbundels een eigen, zo verantwoord mogelijke keus doen, maar zo wordt de gemeente toch teveel aan de subjectieve inzichten van de voorgangers overgelaten. In de kerk dienen we te zingen uit een kerkelijk geijkte zangbundel.

Nuance
We vatten samen. Sinds het verschijnen van de nieuwe psalmberijming is er onder de hervormd-gereformeerde predikanten een nuance.
In de overwegingen van het hoofdbestuur in 1970 over de psalmberijming 1968 blijkt de voorkeur van de oude boven de nieuwe berijming. Bovendien vindt het hoofdbestuur een verantwoorde herziening van de oude berijming niet onmogelijk en sluit het het zingen van onberijmde psalmen in de eredienst niet uit.
We weten dat de berijming van 1773 ook minpunten kent en daarom ligt de vraag er nog of wij zelf wat aan de berijming moeten doen. Ook hebben we ons nu af te vragen of het zingen van onberijmde schriftgedeelten nog een serieuze optie is.
De uitgave Positie en beleid (1974) herhaalt de overwegingen van 1970 met de toevoeging dat de nieuwe berijming geen barrière mag zijn om de gereformeerde prediking tegen te houden. Bij het toetsen van de bijbelliederen van het liedboek in 1980 poneert het hoofdbestuur dat de Gereformeerde Bond vanaf de oprichting het vrije lied in de eredienst heeft afgewezen. Ook meent zij dat de meeste van de nieuwe bijbelliederen niet voldoen aan de norm van gebondenheid aan de Schrift. In Uitgangspunten en knelpunten (1986) stelt het hoofdbestuur zich pro-psalmen op en handhaaft de liturgie van Dordrecht. In de brochure Zingen naar de Schriften (2000) zit de consistente lijn die het hoofdbestuur eerder in haar uitgaven en brochures heeft aangegeven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 2007

De Waarheidsvriend | 22 Pagina's

Liedboek en psalmberijming

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juni 2007

De Waarheidsvriend | 22 Pagina's