Stilzwijgend veranderen
GEESTELIJK KLIMAAT IN DE GEMEENTEN [ 1 ]
Wie kaatst kan de bal verwachten. Onlangs sloot ik een bijdrage aan ons blad af met de regel: 'Het zou geen kwaad kunnen als we ons eens binnen de kring van de Gereformeerde Bond zouden bezinnen op de veranderingen in het geestelijk klimaat binnen onze gemeenten.' Vanuit de redactie kwam het verzoek: Ga je gang en doe je best, al werd de vraag wel vriendelijker gesteld.
Ik moest denken aan de voorzet die in het doel gekopt dient te worden. Alleen, in het edele voetbalspel is de praktijk dat hij die de voorzet geeft, hem er door een medespeler in laat koppen. Daar had ik zelf, eerlijk gezegd, ook aan gedacht. Maar goed, omdat ik bijna veertig jaar meeloop in de kring van hervormd-gereformeerde gemeenten wil ik een poging wagen.
Ik wil daarbij wel het nodige voorbehoud maken. Het gaat om een persoonlijke impressie. Daar zitten risico's aan. Ieder mens is eenzijdig en staart zich soms blind op verschijnselen die ook nog een andere kant hebben. Kortom, val me er niet lastig om als u de situatie anders zou interpreteren.
Jaren zestig
De jaren zestig van de vorige eeuw zijn in kerk en samenleving in veel opzichten rumoerig geweest. Ook binnen de tot die tijd hechte gemeenschap van hervormd-gereformeerden ontstaat enige beroering en beweging. Als katalysator geldt mijns inziens het boekje van dr. C. Graafland Verschuivingen in de Gereformeerde Bondsprediking (1965). Zijn publicatie valt als de bekende steen in de vijver van de kring van de Gereformeerde Bond.
Graafland maakt bezwaar tegen een prediking waarin al te nadrukkelijk een wat hij noemt 'gerationaliseerde bevindelijkheid' centraal staat. Hij roept op terug te keren tot een verkondiging waarin het klassiek-gereformeerde geluid voluit klinkt. Hij bepleit in die dagen samen met anderen ook om meer ruimte binnen de Gereformeerde Bond. Die vraag om ruimte heeft, volgens Graafland, te maken met hernieuwd Schriftverstaan, met oog voor een bredere liturgische traditie en met meer zicht op het geheel van de Hervormde Kerk. Zijn positiekeuze roept de nodige beroering en verontrusting op, maar vindt ook openlijke en stille instemming.
Nu had de vraag om meer ruimte binnen het beleid van kerkenraden al in de jaren vijftig voor problemen en spanningen gezorgd, vooral in grote en brede gemeenten waarbinnen de volkskerk nog voluit bestond. In die jaren ontstonden veel afzonderlijke gemeenten, die later als deelgemeenten bekend raakten. De vraag om een ruimere liturgie, om een minder uitgesproken bevindelijke prediking had toen geleid tot afwijzing. Kerkenraden kozen voor een strak en duidelijk beleid.
Schrift en belijdenis lieten de gevraagde ruimte niet toe, was steeds het argument.
Ik herinner me die jaren als een tijd van vooral een binnenkerkelijk saamhorigheidsbesef. De altijd zo krachtig beleden liefde voor de vaderlandse kerk leek in de praktijk vaak op liefde voor de eigen gezindte. Maar dat had alles te maken met de overtuiging dat de hele kerk gereformeerd diende te zijn. Er leefde een strijdbare houding vanuit het besef: het gaat om de waarheid. Om de waarheid van Gods Woord zoals ze vertolkt is in de gereformeerde belijdenis. Die waarheid dient verdedigd te worden. Strijdbaarder kun je het nauwelijks zeggen. Dat typeerde vooral in de jaren zestig de positie van hervormd-gereformeerden in het geheel van de kerk.
Scheiding der geesten
Daar kwamen later ook externe factoren bij. Binnen de Gereformeerde Kerken begon het hernieuwde Schriftverstaan in de jaren zestig tot verlies van de inhoud en de betekenis van de belijdenis te leiden. Midden jaren zeventig en de daarop volgende decennia diende het Samen op Weg-probleem zich in toenemende hevigheid aan. Er ontstond daardoor als het ware een gemeenschappelijke vijand, waardoor het leek of er binnen de Gereformeerde Bond grote eensgezindheid bestond.
Intussen voltrok zich achter de schermen een scheiding der geesten. De groepering van Het Gekrookte Riet ontstond begin jaren tachtig. Als reden gaf men op: dreigende teloorgang van schriftuurlijk-bevindelijke prediking, een te brede opstelling binnen het geheel van de kerk en frustratie over te weinig eigen bestuurlijke invloed. Een trieste ontwikkeling, zeker voor hen die jarenlang leiding probeerden te geven aan het geheel van de gereformeerde beweging binnen de hervormde kerk.
Opvallend was daarbij dat met de brede rechterflank van de Gereformeerde Bond steeds veel rekening werd gehouden, landelijk maar ook plaatselijk. Beleidsmatig gaf dat vaak veel overleg en vroeg dat om veel tact. Maar wie naar invloed streeft, is nooit tevreden. Want er bleek intussen ook de nodige kritiek te zijn op het beleid van andere bonden (jeugd, zending en evangelisatie). In de ogen van deze bezwaarden was er heel veel mis en dreigde er nog meer mis te gaan.
In die jaren klopten ook anderen op de deur en vroegen om een andere koers: meer verantwoordelijkheid voor het geheel van de kerk, meer liturgische ruimte, minder wantrouwen naar theologen uit het midden van de kerk. Dit soort interne tegenstellingen raakten naar het einde van de vorige eeuw steeds meer verborgen achter de doorratelende SoW-trein. En toen deze trein in 2004 op een perron tot stilstand kwam, was het voor insiders niet echt verwonderlijk, hoewel uiterst pijnlijk, dat er een grote groep uit die trein stapte en naar een ander station overstak.
Televisie
Wat was er intussen binnen de gemeenten zelf gebeurd? Er zijn discussies gevoerd in het geheel van de kerk, waar ook onze gemeenten in betrokken waren. Ik bedoel: in de jaren tachtig over het probleem van de zogeheten godsverduistering. En in de jaren negentig over de ontstane communicatiekloof in de overdracht van het evangelie.
Intussen zijn die discussies alweer achterhaald, want ingehaald door nieuwere ontwikkelingen. Maar daarom gaven deze gesprekken wel signalen af dat er veel aan het veranderen was. Niet alleen in de samenleving, maar juist ook in de kerken, inclusief die van gereformeerde snit en kleur.
Waren in vroeger tijden hervormd-gereformeerde gemeenten tamelijk gesloten bolwerken, waarbinnen de vormen en de gebruiken inclusief de inhoud van de prediking tamelijk vast lagen, de ontwikkelingen in de cultuur drongen met toenemende kracht naar binnen. En waar voor het oog en het oor veel hetzelfde leek te blijven, veranderden de mensen in de kerkbanken soms stilzwijgend in hun denken en beleven.
Dominee, opa, vader
Om maar één simpel voorbeeld te geven: toen ik als predikant begon, bezat zeker de helft van de kerkmensen nog geen televisie. En ik diende de eerste vijftien jaar gemeenten waarin zeker de voorganger zo'n gevaarlijk en bedreigend toestel niet in huis hoorde te hebben. Hij was immers voorbeeldfiguur voor de gemeente.
Maar ik vermoed dat sinds de jaren tachtig dit verzet tegen De wereld in huis (Knevel) gebroken raakte. Ik hoorde daar zelf in die jaren ook bij. We moeten niet onderschatten wat een gevolgen dit heeft gehad voor velen die op de zondag een rechtzinnige prediking hoorden, maar op andere dagen en tijden geconfronteerd werden met een levensgevoel dat haaks stond op de zondagse verkondiging. Hoe houd je dat uit elkaar? Of hoe breng je dat bij elkaar? Hoe combineer je het een met het ander, zonder je geloof er bij te verliezen? Of zonder dat je geloofsbeleving erdoor ongemerkt verandert?
In vroeger jaren waren er bepaalde personen die je om hun maatschappelijke en godsdienstige positie vertelden hoe de wereld in elkaar stak, wat God wilde en niet wilde, wat je moest doen en vooral wat je moest laten om in het spoor van de waarheid te blijven: de dominee, je opa en je vader, de ouderling, je bekeerde oom. Zij wisten hoe het zat in de wereld. En je nam het van hen aan. Die positie zijn de genoemden grotendeels kwijtgeraakt.
Recepten
Intussen komt er wel veel meer op de mensen af: via televisie en internet, als je over straat loopt, via vrienden, kennissen en collega's of als je verre reizen maakt en in andere culturen belandt. Mensen gaan vragen stellen bij de overgeleverde waarden en waarheden. Die ruimte was er vroeger nauwelijks, laat staan dat er behoefte aan was. Maar de recepten van voorheen kloppen niet meer met de werkelijkheid, want die blijkt steeds weer anders te zijn.
Ik vermoed dat er nogal wat kerkgangers onder ons zijn die nauwelijks raad weten met de spagaat waarin hun leven zich geestelijk is gaan afspelen. De zondagse preek en de plek die men in de wereld inneemt kennen soms zo weinig verbindingspunten. Daarbij komt ook dat de impact van de preek sterk is afgenomen. Het is een momentopname geworden, een snel wegebbend onderdeel van de flitscultuur waarin we leven. Ik denk dat hier ook de oorzaak is te vinden van het langzaam afnemen van de gang naar de tweede kerkdienst op zondag, ooit door een befaamd voorzitter van de Gereformeerde Bond gekarakteriseerd als het begin van het verval (ds. W.L. Tukker).
Ten slotte, vooral grote gemeenten zijn de afgelopen decennia meer en meer in aanraking gekomen met een toenemende verscheidenheid aan visies op geloofsbeleving, liturgische verlangens, plaats van kinderen en jongeren in de gemeente, om maar enkele concrete zaken aan te duiden. In sommige gemeenten is men daaraan tegemoet gekomen, daarbij geholpen door de uitbreiding van het aantal predikantsplaatsen. In andere gemeenten worstelt men nog met het probleem: hoe om te gaan met de eenheid te midden van toenemende verscheidenheid. Doorslaggevend argument is de vraag: waar liggen de bijbels verantwoorde grenzen, ook al wordt over de interpretatie daarvan ook weer verschillend gedacht. Van belang hierin mag ook zijn een antwoord op de vraag: Hoe bewaren we de gemeente zo breed mogelijk bij het evangelie, ook voor de toekomst.
Al met al zijn er in de voorbije veertig jaren heel wat veranderingen opgetreden in het ooit zo hechte bolwerk van de Gereformeerde Bond. Je kunt in sommige opzichten je zorgen daarover uiten. Maar de verwondering en de dankbaarheid mogen overheersen: de wekelijkse verkondiging van het evangelie gaat nog altijd voort.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's