Prediking en profetie
Onlangs verscheen van het blad Opbouw (veertiendaagse uitgave van de Nederlands Gereformeerde Kerken) een Pinksterspecial over de Geest (25 mei). Aanleiding was de verschijning van het boek Herstelwerk van een bekend predikant binnen deze gemeenten, ds. Willem Smouter. De Nederlands Gereformeerde Kerken zijn, naar het lijkt, de laatste jaren helemaal in de ban geraakt van de charismatische beweging en onder invloed gekomen van de evangelische beweging. Terwijl de kerken afkomstig zijn uit een strak objectieve benadering van het heil binnen de reformatorische traditie, waarbij alles wat wij als bevinding typeerden al snel op de hoop van valse mystiek terechtkwam, lijken er nu alle deuren open te staan voor een veel meer subjectieve geloofsbeleving: tongentaal, profetie en andere geestesgaven.
In een artikel Over prediking als profetie reageert ds. J.C. Schaeffer op een opmerking van een collega die eerder in Opbouw gesuggereerd had, als zou het levende spreken van God beperkt dienen te worden tot wat heet de gave der profetie.
Kenmerkend voor profetie is dat God op die manier rechtstreeks tot mensen van nu in hun concrete situatie spreekt. Maar ds. Schaeffer vindt dat je zo het levende spreken van God veel te veel beperkt tot het bijzondere van bepaalde verschijnselen. De gave van de profetie wordt dan als het ware afgezet tegen de prediking. Prediking zou dan bijbelonderwijs en bijbeluitleg zijn, gebaseerd op gebed en Schriftstudie, maar aan profetie zou een openbaring ten grondslag liggen. 'Dat suggereert dat de profetie meer van het spreken van God in zich draagt dan de prediking. Per consequentie lijkt de profetie dan ook te waarderen boven de prediking', aldus ds. Schaeffer.
Dit denken staat op gespannen voet met een aloud gereformeerd adagium. Uitgangspunt voor het reformatorische denken over de prediking is een befaamde uitspraak van de 16e-eeuwse reformator Bullinger: De prediking van het Woord van God is het Woord van God. Deze uitspraak is niet bedoeld als een definitie van prediking, waarbij menselijke woorden zonder meer worden geïdentificeerd met het goddelijke Woord. Ze fungeert meer als een spanningsvolle belijdenis.
Er gaat enerzijds een dringend appèl van uit. De prediker moet geen enkel ander woord willen brengen dan alleen de woorden van God. Wat heeft hij te zeggen als hij alleen met eigen gedachten de gemeente tegemoet treedt? Anderzijds houdt ze een enorme bemoediging in. De prediker hoeft ook niet naar de gemeente toe te komen in eigen kracht. Hij is een gevolmachtigde. Hij mag de mond van God zijn.
In het licht van deze belijdenis is het te mager om prediking te omschrijven als bijbelonderwijs en bijbeluitleg.
Uiteraard zijn dit ook elementen van de prediking. Maar de prediking is meer dan dat. Ze is de levende verkondiging van het altijd actuele Woord van God.
Ds. Schaeffer stelt vervolgens aan de orde dat de prediking vandaag lijdt aan gezagsverlies. Ik denk dat hij daar gelijk in heeft. De impact van de prediking lijkt sterk afgenomen.
Mensen horen en lezen zoveel meningen en opvattingen. En in een multiculturele samenleving is er zoveel variatie aan geloofsovertuigingen en geloofsbelevingen, dat het moeilijk is geworden je eigen overtuiging op zijn merites te blijven beoordelen. En daarom de vraag: hoeveel gezag kennen we nog toe aan wat we op de zondag als levende verkondiging van het Woord van God horen?
De vraag is of wij dit nog zo ervaren. Dat mag worden gevraagd aan hen die wekelijks onder de prediking zitten. Maar ook aan allen die geroepen zijn om het Woord te verkondigen. Er heeft zich op dit punt een slijtageslag voltrokken. Het gezag van de Bijbel als het Woord van God is sterk aangetast. Ook daar waar het officieel nog beleden wordt als de hoogste autoriteit over ons leven. En in het verlengde daarvan lijdt ook de prediking aan verlies van autoriteit. Zo kan het gebeuren dat de prediking wordt ervaren als maar een woord van mensen. De meest positieve reactie is soms dat mensen zeggen dat ze het interessant vonden en dat ze er nog eens over na zullen denken.
Maar is het niet bedenkelijk dat preken zulke reacties oproepen? Terwijl de prediking toch innig verbonden is met het levende Woord van God? En er wel met diep ontzag geluisterd kan worden naar wat een gemeentelid te vertellen heeft, die zegt een profetie te hebben ontvangen als naar een woord dat rechtstreeks van God komt? Ik denk dat predikers zich dit moeten aantrekken. En dat ze zich af moeten vragen hoe ze weer kunnen gaan preken met gezag. Het is toch een nadrukkelijke opdracht die we ontvingen. Paulus schreef aan zijn medewerker Titus: 'Gebruik je gezag om dit te verkondigen, moedig aan en wijs terecht. Laat niemand op je neerkijken'. (Tit. 2,15).
Hoe krijgt de prediking vandaag zijn gezag weer terug, zo vraagt ds. Schaeffer? Hij onderstreept dat het nodig is dat de prediker zelf gegrepen is door 'het besef dat de God die we dienen, er hartstochtelijk naar verlangt zich bekend te maken aan de mensen'. Het is waar dat je soms passie mist in de verkondiging van het evangelie. Zoals de apostel aangeeft dat hij zijn hoorders beweegt tot het geloof in Christus. Ik weet wel, het Woord doordrenkt van de Geest heeft zijn eigen kracht en dynamiek, maar die kracht wil ook merkbaar en hoorbaar worden via de verkondiger. Anders zouden we kunnen volstaan met het laten horen van een op band opgenomen preken voorzien van een beamer.
Maar de prediker mag geloven dat God handelt en spreekt in elke nieuwe generatie. Zonder deze basisovertuiging wordt de prediking een verplicht, maar leeg ritueel. Maar waar de prediking doordrenkt is van deze overtuiging en dit ook doorklinkt in de woorden van de prediker mag worden verwacht dat dit de hoorders raakt in hun hart.
Hier ligt overigens niet alleen een opdracht voor de predikers, maar ook voor de gemeente. Daarbij moet vooral gedacht worden aan het gebed. Ds. Willem Smouter noemt in zijn boek 'Herstelwerk' terecht het gebed de toegangspoort voor de Geest. Het doet me altijd goed als ik van gemeenteleden hoor, dat ze regelmatig voor me bidden dat ik bij mijn voorbereiding op de prediking door de Geest geleid en verlicht zal worden. En ook het gebed in de eredienst bij de opening van het Woord, voorafgaande aan de Schriftlezing en de verkondiging, mag niet tot een leeg ritueel worden. Een ontvankelijke gemeente zal mogen verwachten veel van God te zullen ontvangen!
Het hier geciteerde artikel begint met het voor sommigen misschien wel bekende verhaal uit de joodse traditie en wij willen er dit keer mee afsluiten: 'De chassidische literatuur kent het prachtige verhaal van een rabbijnleerling die tijdens het onderwijs van zijn leermeester in extase raakte. Hij sprong overeind en timmerde met zijn vuisten op de muur. Toen hem gevraagd werd wat hem zo opwond, kon hij dat niet beantwoorden. Na enkele vergeefse pogingen hem te kalmeren verzocht men hem weg te gaan.
Buiten bleef hij dansen en springen. Na een tijdje werd hij weer rustig. 'Waarom was je nou zo opgewonden?', vroegen ze hem. Toen wees hij in de Bijbel op de woordjes: 'En God zei ...' Het loutere feit dat God niet zwijgt, had hem plotseling overweldigd.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's