Zo vanzelfsprekend orthodox
GEESTELIJK KLIMAAT IN DE GEMEENTEN [2]
Na de persoonlijke impressie van vorige week over veertig jaar leven en werken in hervormd-gereformeerde gemeenten, komt de vraag aan de orde hoe we de veranderingen in het geestelijk klimaat binnen onze gemeenten moeten waarderen. Hoe dienen we ermee om te gaan? Wat is er aan de hand? Is er eigenlijk wel wat aan de hand?
Nog niet zo lang geleden werd het me op de man af gevraagd door een ambtsdrager, direct na de dienst die ik had geleid: 'Vindt u ook niet dat we door de jaren heen heel wat inhoud kwijt zijn geraakt in de prediking? Het is allemaal wel actueel en er wordt aan de kinderen en de jongeren gedacht, maar om het eens ouderwets te zeggen, dat een mens van dood levend moet worden gemaakt, ik hoor het maar heel weinig meer onder ons.'
Zo'n opmerking draagt al spoedig het kenmerk van een generalisering. Toch mogen we ons daarmee niet afmaken van deze vraag. Want als betrokkene binnen de hervormd-gereformeerde beweging begrijp je direct wat deze broeder bedoelt.
Avondmaal
Ik schreef eerder: Het geestelijk klimaat is binnen veel hervormd-gereformeerde gemeenten veranderd. Hoe maak je elkaar duidelijk wat je daarmee bedoelt? Misschien zou je kunnen wijzen op de sterk veranderde avondmaalspraktijk vergeleken bij jaren terug. Toen nam een overzichtelijke groep gemeenteleden deel aan de viering van het avondmaal, nu bijna heel de gemeente, althans het kerkelijk meelevende deel.
En verder: voorheen kreeg je op kringen en bijbelstudieverenigingen, tijdens pastorale gesprekken vragen voorgelegd als: wanneer is mijn zondekennis diep genoeg, hoe leer ik Christus kennen, hoe raak ik zeker van mijn deel aan het heil in Christus? Het kan aan mij liggen, maar die vragen hoorde ik de laatste twintig jaar nauwelijks meer. Welke vragen dan wel? Grondtoon van de kwesties die betrokken gemeenteleden aan je voorleggen is: hoe breng ik in de gecompliceerde samenleving van vandaag in praktijk wat ik geloof, hoe draag ik de inhoud van de boodschap over aan mijn kinderen, en verder vooral meest ethische vragen die te maken hebben met de consequenties van het door ons beleden Schriftgezag. En nog ingrijpender: is God er wel en waar vind ik Hem dan en waaraan zie ik dat Hij bestaat en regeert?
Prediking
De veranderingen hebben, vermoed ik, onder andere te maken met de prediking. Wordt de gemeente van Christus uit Woord en Geest geboren, ze wordt ook langs die weg (op)gevoed en onderwezen.
Sprak prof.dr. C. Graafland in de jaren zestig van de vorige eeuw over verschuivingen in de gereformeerde-bondsprediking, veertig jaar later zijn die er opnieuw. Op zich hoeft dat niet vreemd te zijn, want de tijd staat niet stil en we leven intussen weer in veranderde omstandigheden. Ik weet wel, de grondstructuur van de menselijke positie is voor de verkondiging in alle eeuwen dezelfde: hij is in Adam een van God afgevallen zondaar en hij heeft nodig in Christus zijn behoud te vinden. Toch hebben veranderende omstandigheden wel degelijk invloed op vorm en inhoud van de prediking. Was er in vroeger jaren vaak het raster van de 'drie stukken' dat over elke tekst werd gelegd. Nu kun je horen dat het evangelie vanuit de tekst zelf aan de orde wordt gesteld. Er wordt grondig gezocht naar de juiste woorden om het heilgeheim voor de mens van heden te verkondigen. Je vraagt je als voorganger bij de voorbereiding steeds af: voor mij is de uitdrukking van de 'rechtvaardiging van de goddeloze' wel duidelijk, maar is het dat ook voor heel de gemeente? En dat geldt voor veel meer woorden, die voorheen breder bekend waren dan thans.
Want we zijn inhoudelijk veel kwijtgeraakt in onze gemeenten en op achterstand geraakt qua kennis en inzicht van de Bijbel en de belijdenis. Ook dat heeft alles te maken met de veranderingen in de tijd en de cultuur. Zoals in het onderwijs van veel vluchtig en snel kennis wordt genomen, vaak zonder enige diepgang, zo is ook de bijbelkennis van velen verzwakt en kun je in de prediking nauwelijks nog terugvallen op enige basiskennis. Het gevaar hiervan weer is dat je als prediker mee gaat dalen naar het niveau waarop velen zich bevinden. Dat kan preken soms zo flauw en voorspelbaar maken.
We zullen nooit mogen toegeven aan de wens van velen om ons heen om 'lekker makkelijke en vlot in het gehoor liggende preken te leveren'. Vluchtige oneliners en vlotte babbels, al klinken ze soms nog zo rechtzinnig, kunnen de gemeente des Heeren nooit bouwen. Grondige verdieping in de Schrift door verse exegese en homiletische frisheid helpt de gemeente pas echt bij de vragen die het christen-zijn vandaag oproepen. In onze gemeenten hebben we nog het voorrecht dat velen willen komen. We hebben de roeping dat optimaal te benutten.
Veranderingen in het geestelij kIimaat in onze gemeenten heeft ook met het volgende te maken. Bij het honderdjarig bestaan van de Gereformeerde Bond werd door prof.dr. G. van den Brink gewezen op twee processen waar we in toenemende mate mee te maken hebben: De secularisering en de evangelicalisering.
Ik vat secularisering op als het verschijnsel dat God in veler leven slechts een randverschijnsel is geworden en misschien nog wel minder dan dat. Ouderlingen merken het op huisbezoek: er zijn nogal wat adressen waar het gesprek over God en het dienen van Hem nauwelijks van de grond komt. Het leeft niet echt bij hen, of beter gezegd: Hij leeft niet in de harten en levens van mensen die toch nog wel geregeld kerkdiensten bijwonen.
Secularisering: je ontmoet soms zeer serieuze gemeenteleden die elke zondag de diensten bijwonen, maar ze zeggen je soms heel eerlijk dat twijfel en aanvechting door de kieren van hun ziel snijden als een venijnige oostenwind. Die aanvechting heeft soms te maken met vragen rond het godsbestuur, maar ook met de godsvraag zelf.
Secularisering: het is de dreigende hang naar een dubbelleven, omdat de vertaalslag van het evangelie naar het geleefde leven niet gemaakt kan worden.
Kick
En dan het tweede proces: de evangelicalisering. Velen in onze gemeenten zijn beïnvloed door elementen uit de evangelische stroming. Een geloofsbeleving die vooral je gevoel raakt, je hoort er helemaal bij als je kiest voor Jezus, het maakt je blij en zeker, je bent echt iemand want je mag er zijn voor God, Hij houdt van je en Hij neemt je voor Zijn rekening zoals je bent.
Met kerkelijke scheidslijnen en instituties, met dogma's en tradities hebben evangelischen veelal weinig of niets op. Er ligt een sterk accent op een persoonlijke geloofsbeleving en voor iemand die reformatorisch is opgevoed klinkt dat allemaal heel vertrouwd en bekend. Liturgisch en qua vormgeving van de samenkomsten is alles eenvoudig, begrijpelijk en dicht bij het al genoemde gevoel. Je komt blij uit zulke bijeenkomsten, het geeft je als het ware een kick voor het leven van alledag. Je hebt als voorganger soms de neiging op dit soort gevoelens en wensen in te spelen. En dat is uiteraard niet in alle opzichten verkeerd. Wij (s)preken misschien wel eens te veel vanuit het verstand over geloofszaken. En omdat mensen vaak niet zoveel verstand meer hebben 'van God en goddelijke zaken' gaat zo'n verkondiging makkelijk aan ze voorbij.
En in onze gemeentezang nemen we teksten op de lippen die qua taal en begrip hun tijd allang hebben gehad, althans voor de meeste gemeenteleden. Ondertussen zingen jongeren, maar ook ouderen in bijeenkomsten naast de kerkdienst, meestal met toestemming van de kerkenraad, andere, vrije liederen. En wat je zingt, raakt je vaak heel diep. Dat heeft invloed op de geloofsbeleving en maakt het daarom weer moeilijker om de gereformeerd getoonzette preek in de zondagse dienst aan het hart van de gemeente in haar volle breedte neer te leggen.
Emotie en bevinding
Als we binnen de Gereformeerde Bond blijven onderstrepen, zoals onze kersverse voorzitter dat onlangs deed, dat de prediking in het bijbelse en gereformeerde spoor moet blijven gaan, dan zullen we onze gemeenten moeten leren wat dat gereformeerde dan ook werkelijk is en dan zal aan het licht komen dat een authentiek gereformeerde geloofsbeleving zijn geheel eigen kleur en kenmerken heeft.
Zonder openlijk vanaf de kansel te polemiseren zullen we moeten laten zien dat geloof en gevoel, emotie en bevinding niet identiek zijn. De bijbelse grondtonen van zonde en genade, van de dood buiten Christus en het leven in Hem, van de dagelijkse bekering in het afsterven van de oude mens en het opstaan van de nieuwe mens zullen aan de orde moeten blijven komen juist nu secularisering en evangelicalisering onze mensen zo in hun greep hebben gekregen. We dienen daarbij wel alert te zijn voor de valkuil van een moraliserende prediking, waarbij het beruchte vingertje steeds weer omhoog gaat. Dat werkt naar mijn inschatting alleen maar contraproductief.
Niet normaal
Ten slotte, ik vind soms dat preken onder ons zo langs je heen kunnen gaan. Er is zo weinig appèl op het hart van de hoorder, het is zo beschouwelijk en vanzelfsprekend orthodox, de rafels van het vaak verscheurde mensenhart geplaagd door het ongeloof van de moderne wereld worden nauwelijks zichtbaar.
Ik merk zo weinig van het besef dat het 'normaal' is dat een mens niet gelooft in Christus, maar dat het een geweldig wonder van de Heilige Geest is als een mens zich overgeeft aan God in Christus. En dat maar niet als een eenmalige gebeurtenis waar hij zich vervolgens op beroemt, maar als een voortdurend proces van inleveren en zich uitleveren aan de genade van God, waarbij hij zelf almaar minder wordt en God in Christus almaar groter.
Misschien heeft het ook wel te maken met de mentaliteitsverandering binnen het predikantencorps. Ik constateer dat ook onder ons een verschuiving in ambtsopvatting begint op te treden. Van de 7x24-uurs pastor naar de gestroomlijnde weekindeling van de delegerende manager. Ik zeg niet dat we het vroeger beter deden. Maar we moeten van het ambt ook geen baan maken van zoveel uur in de week. Want hoe vreemd het misschien klinkt: dat heeft ongetwijfeld invloed op de inhoud en de kwaliteit van ons bezig zijn in kerk en gemeente.
Ik laat het hierbij. Ik durf niet te beweren, om naar het beeld van vorige week te wijzen, dat ik heb gescoord. Deze terugblik kwam wel voort uit liefde voor de kerk.
Volgende week reageert prof.dr. F.A. van der Duyn Schouten op wat ds. Maasland signaleert over de secularisering. Daarna gaan ds. A.J. Kunz en ds. H.J. Lam DV op andere deelthema's in.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's