Objectief is ook geestelijk
Beste Wim,
Een laatste woord? Die pretentie zou ik niet willen voeren. Ik beperk mij in deze slotbijdrage tot wat jij noemt 'relationele objectiviteit', omdat je de opdeling objectief-subjectief heilloos acht. Nu moeten we niet tot woordenspel vervallen. Ook ik onderken het gevaar dat die opdeling verkeerd functioneert. Die kan zelfs een filosofisch systeem worden. Ik bedoel zeker niet dat een preek eerst een hele tijd voorwerpelijk moet zijn om vervolgens in een soort toepassing onderwerpelijk te worden. Soms wordt daarbij de ruif dan zelfs zo hoog gehangen dat de tweedeling bij de hoorders tot een scheiding wordt, die niet wordt opgegeven. Om maar te zwijgen over het feit dat mensen een leven lang het objectieve verstandelijk kunnen bijvallen - instemmen met 'de waarheid' - zonder ooit aan de geestelijke, innerlijke beaming ervan toe te komen.
Maar met jouw 'relationele objectiviteit' is mijn vraag of er met (in) een mens iets gebeurt niet beantwoord. De kneep zit 'm nu juist in het relationele. Want dat veronderstelt toch een relatie? En hoe komt die tot stand? Mensen - (godsdienst)wetenschappers, kunstenaars, taalvorsers - kunnen een leven lang met het Woord bezig zijn, zelfs erdoor geboeid raken zonder dat het Woord voor hen opengaat. Dat geldt ook voor kerkmensen. Totdat de vonk van de Geest overspringt. Het Woord daalt in mijn schuldige, van God vervreemde of van Hem afgedwaalde bestaan in. Uw Woord kan mij, ofschoon ik alles mis (!), door Zijnen smaak en hart en zinnen strelen (Ps. 119:84, ber.). Waarheid in het binnenste, heet dat toch? (Ps. 51:8). Nieuwtestamentisch gezegd: De Geest neemt het uit Christus en verkondigt het mij. De Geest legt de relatie door het Woord. Wat God - Vader, Zoon en Geest - voor mij deed wordt toch in mij uitgewerkt?
Begin
Dan gebeurt er toch iets? Ds. C. Blenk openbaarde een keer dat bij (het merendeel van) zijn belijdeniscatechisanten geen belangstelling meer bestond voor de vraag van de rechtvaardiging. Het draaide alles om de heiliging: hoe ben ik christen in de praktijk van elke dag? Dat kan ook een gevolg zijn van prediking waarin het geloof geen begin meer kent, maar nog slechts een gegeven is. Dat is zorgwekkend. Zo'n geloof kent vroeg aflaat afval. Ik kom echter ook tot geloof, geleidelijk of plotseling, waarbij de relatie met Christus, ofwel de geloofsvereniging met Hem tot stand komt. Alles binnen het kader van het Verbond.
Pleidooien voor geestelijke groei richten zich vandaag nogal eens op de oproep om betere christenen te worden, om meer getuige te zijn.
Nu is onze gedachtewisseling begonnen met vragen rondom de preken van het voorgeslacht. Laat ik daarom nog een voorbeeld noemen. Bij G. Boer kwam krachtig aan de orde de onvoorwaardelijke oproep tot geloof en bekering, maar hij bleef daar niet in steken. Er zat geen gemeente van heidenen voor hem. Niet minder hartstochtelijk was daarom zijn telkens terugkerende vraag naar geestelijke groei. Maar die vraag had dan wel te maken met toenemend zicht op Christus, als de schuldovernemende Borg. Die vraag had ook te maken met toenemend zicht - ook bij hemzelf trouwens, in de loop van zijn leven - op de rechtvaardiging van de goddeloze; niet als een stand van zaken maar als beaamde en doorleefde waarheid. Het bleef niet bij het noemen van de naam van Christus. Het werk van Christus en van de Geest werd uitgediept.
Verder
Ons gesprek is te kort. Het gevaar van een gedachtewisseling als deze is dat grotere afstand wordt gesuggereerd dan er in werkelijkheid is. Laten we vooral vooruit zien. Woorden en begrippen uit ons gemeenschappelijke verleden worden niet meer zo vaak gebruikt, omdat ze uitgesleten of niet meer ter zake zijn. Als de zaken van de woorden maar blijven. Waarmee zijn onze (klein)kinderen gediend? Wat houdt het in als een mens tot geloof komt? We staan verwonderd als een buitenkerkelijke, iemand die in de goot heeft gelegen of een notoire atheïst tot geloof komt. Eenzelfde verwondering mag er zijn als binnen de gemeente een mens, die de gewisse belofte van God al bij zijn doop heeft meegekregen, tot geloof komt, Gods beloften gaat bijvallen, tegen de achtergrond van het krijt waarin hij staat bij de hoge en heilige God. Pure genade tegenover hemelhoge schuld! Zo iemand weet zelf niet hoe het in de werking van de Geest toeging. Maar de Dordtse Leerregels houden het erop dat ik me er nochtans tevreden mee mag stellen dat ik weet en gevoel, dat ik door Gods genade met het hart geloof en mijn Zaligmaker liefheb (III, IV, 13). Dat mag relationeel heten. Liefde kan nooit rationeel zijn. De Bruid van Christus kent geen verstandshuwelijk.
Jan van der Graaf
Dit zijn de laatste twee bijdragen aan een gedachtewisseling over de vraag of er iets met een mens moet gebeuren .
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's