Van/ voor de grondlegging
BIJBELTEKST BEGREPEN
In de Bijbel wordt in diverse teksten gesproken over de grondlegging van de wereld. Teksten die spreken 'van' de grondlegging en teksten die spreken van 'vóór' de grondlegging der wereld. Nu lijkt het duidelijk dat het bij 'de grondlegging der wereld' gaat over de aanvang, over het begin van de schepping, Maar is het wel zo duidelijk? Sommige exegeten denken namelijk ook aan het ontstaan van het volk IsraëL Wat is hier van toepassing of moet misschien aan beide mogelijkheden worden gedacht?
Griekse woord
Het is niet goed mogeIijk van alle teksten die de vraagsteller noemt een exegese te geven. In mijn antwoord beperk ik me tot de vraag wat met het onderscheid tussen 'vàn' en 'vóór' de grondlegging der wereld is bedoeld.
Het Griekse woord katabolè betekent
(a) iets neerleggen, neerwerpen. Denk aan een plant die zijn zaad in de moederschoot van de aarde neerwerpt. (Zie ook Hebr. 11:11). Het betekent ook
(b) het leggen van een fundament van het gebouw (Hebr. 6:1). Het Griekse woord dat ook wel gebruikt wordt, is ktidzoo, wat stichten, bewoonbaar maken betekent.
Van de grondlegging der wereld houdt dus in: van het allerprilste begin van de wereldgeschiedenis. Luther vertaalde met: von Anfang of von Anbeginn der Welt, de King James (steeds) from the foundation of the world (vanaf de grondlegging/ fundering/ schepping van de wereld).
Wat kunnen wij Ieren uit de teksten die gaan over 'van de grondlegging der wereld'? Allereerst zijn er dingen die verborgen zijn geweest vanaf het begin van de wereldgeschiedenis (geheimenissen; Matth. 13:35).
Ten tweede maken ze duidelijk dat het Koninkrijk dat de gelovigen ontvangen reeds gereed ligt aan het begin van de wereldgeschiedenis (Matth. 25:34). Verder blijkt dat de namen van hen die het Lam volgen, al vanaf dit begin geschreven zijn in het boek des levens (Openb. 13:8); de namen van hen die het beest uit de afgrond bewonderen, staan daar niet in (Openb. 17:8).
Ze zeggen ook dat God vanaf het begin van de schepping met Zijn werk is gereed gekomen en daarna heeft gerust (Hebr. 4:3), Een andere les is dat het eenmalig offer van Jezus Christus vanaf de fundering der wereld voldoende is (Hebr. 9:26), Ten slotte Ieren we wat het bloed van de martelaren (al de profeten) dat vergoten is vanaf de grondlegging van de wereld, roept om wraak (Luk. 11:50).
Vóór de grondlegging.
Maar nu is er ook de uitdrukking 'van vóór de grondlegging der wereld'. Er zijn dingen die aan de schepping voorafgaan. Voordat God de wereld schiep, was er bijvoorbeeld de liefde van de Vader tot de Zoon (Joh. 17:24). In Spreuken 8:22vv lezen we van de Opperste Wijsheid, van eeuwigheid gezalfd; een voedsterling bij God, dagelijks Zijn vermaking, te allen tijd vóór Zijn Aangezicht spelende - prachtige woorden, die de eeuwige liefde van de Vader tot de Zoon uitdrukken.
Ten tweede spreken deze teksten van de verkiezing van de Zoon (1 Petr. 1:20). Jezus Christus is voorgekend geweest vóór de grondlegging der wereld (tot Gezalfde Messias aangewezen).
En ten slotte raken deze teksten de verkiezing van de gelovigen (Ef. 1:20). Allen die ooit zalig worden zijn in Christus reeds voordat de wereld er was door God uitverkoren.
Het is een heerlijke troost voor alle gelovigen te mogen geloven: mijn zaligheid ligt vast in Gods eeuwige Vrederaad. Dat kan een mens nooit klein krijgen. God heeft naar mij omgezien, voordat er een wereld was.
Jodendom
De gedachte dat er aan alles wat bestaat in Gods heilsplan dingen zijn voorafgegaan die later in de wereldgeschiedenis openbaar komen, is ook het jodendom niet vreemd, Het oude jodendom kende de gedachte van een voorwereldlijke pre-existentie (schepping) van de Thora (wet). Ook is volgens het jodendom Israël of althans de ideële pre-existentie van Israël in het Goddelijke wereldplan, vóór de schepping ontstaan; deze gedachte wordt vastgeknoopt aan onder andere Psalm 74:2 en Psalm 90:2.
Daarmee is niet gezegd dat met de uitdrukkingen 'van/voor de grondlegging der wereld' het ontstaan van het volk Israël is bedoeld, De Schrift kent bij mijn beste weten deze gedachte niet. Het is voor ons (jood en heiden) genoeg als wij in het geloof mogen weten:
Gij hebt mijn gans gestel doorgrond,
zelfs voor mijn eerste levensstond.
Ik ben verbazend voortgebracht.
Op 't nagaan van Uw wond're macht,
sla ik verrukt het oog naar boven.
'k Zal U, mijn Schepper, altoos loven (Ps. 139:7 ber.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juni 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's