Meer dan het lichaam
PASTOR ZIJN VOOR HOMOSEKSUELE JONGEREN [ 1 ]
Binnen de christelijke gemeente zijn jongeren met homoseksuele gevoelens primair gediend met een pastorale benadering, waarbij de pastor werkelijk naast hen gaat staan, met hen meedenkt en - zoekt naar wat het in hun levensomstandigheden betekent om Christus na te volgen.
Het zijn de jongeren zelf die concreet invulling geven aan de navolging van Christus. Maar de weg die ze kiezen, is de pastor niet om het even.
Deze pastorale benadering staat haaks op de manier waarop onze homoseksuele naaste op dit moment in beeld is. Haast iedere dag staat er wel iets over hen in de krant, zeker toen de trouwambtenaren in het nieuws waren. Dit doet onze homoseksuele naaste geen recht, want hierdoor wordt onevenredige nadruk gelegd op het feit dat een mens een seksueel wezen is. Er is sprake van een gereduceerd mensbeeld. Een mens heeft meer aan zijn hoofd dan zijn lichaam en is meer dan zijn seksuele gerichtheid en geaardheid.
Gedwongen anonimiteit
Aan de andere kant staat de pastorale benadering ook haaks op het feit dat binnen gereformeerde-bondsgemeenten doorgaans weinig pastorale aandacht is voor deze jongeren, voor hun eenzaamheid en strijd. Illustratief daarvoor is een eigen ervaring. Ik las het boekje van Jannes Janssen: Kavels tarwe in de woestijn, met als ondertitel Gemeente, pastoraat en homofilie. Ik vond het een goed boekje en liet het een collega zien. Hij bladerde er wat in en gaf het toen terug met de woorden: 'Homofielen komen in mijn wijk niet voor.' Ik denk dat daar een kern van waarheid in zat.
Ze waren allang geruisloos uit die (wijk)gemeente verdwenen. Want statistisch gezien moesten ze er wel degelijk zijn.
Ik vrees dat er in zijn algemeenheid weinig veranderd is. Nog steeds is het klimaat in gereformeerde-bondsgemeenten zodanig dat jongeren met homoseksuele gevoelens zich er niet thuis voelen en daarom in een gedwongen anonimiteit leven. Ik baseer dat op het feit dat ik als predikant in een universiteitsstad verschillende keren in contact ben gekomen met studenten die zeggen bang te zijn in hun plaatselijke gemeente vanwege hun gevoelens afgewezen te worden en daarom liever het gesprek aangaan met een predikant in de stad waar ze studeren.
Handvatten
Jannes Janssen gaf aan zijn boekje de ondertitel mee Gemeente, pastoraat en homofilie. In de inleiding schrijft hij: 'Tussen "gemeente" en "homofilie" hebben wij het "pastoraat" in de ondertitel een plaats gegeven; het is haar taak die buitenste twee dichter tot elkaar te brengen. Want die twee voelen zich in het huis van Here niet thuis bij elkaar". Ik onderschrijf in 2007 - in z'n algemeenheid - deze constatering uit 1989.
Vandaar dat de primaire doelstelling van dit artikel is om pastores handvatten te geven voor het pastorale gesprek met homoseksuele jongeren. De secundaire doelstelling is dat er door deze benadering binnen de gemeente meer echte aandacht voor deze jongeren komt. Zodat de gemeente meer het karakter krijgt van een veilige ruimte waarbinnen zij zich niet langer achter een masker schuil behoeven te houden, uit angst voor afwijzing en belediging. Om maar niet te spreken van morele veroordeling.
Serie gesprekken
Wanneer ik met een homoseksuele jongere in contact kom en we afspreken met elkaar het gesprek aan te gaan, dan plan ik in eerste instantie een serie van vijf gesprekken. Verspreid over een aantal weken/maanden. Elk van deze gesprekken heeft een eigen focus: verkennend, explorerend, aandacht voor de relatie met God, discipel zijn van Jezus Christus en ten slotte wat betreft de weg die gegaan kan worden.
In de praktijk zijn de dingen niet zo precies af te bakenen, ze lopen vaak wat door elkaar. Toch kies ik voor deze globale indeling. Enerzijds om de jongere enige structuur te bieden. Er is vaak zoveel te vertellen en het is vaak zo chaotisch vanbinnen. Anderzijds is zo'n globale structuur ook goed voor mezelf. Ik wil namelijk met deze gesprekken een bepaalde richting uit. Het gaat daarbij niet om een verborgen agenda wat de inhoud betreft, maar wel om een bepaalde structuur in de gesprekken. Primair alle ruimte geven aan het levensverhaal, vervolgens afdalen naar de binnenkant, naar de relatie met God. Daarna met elkaar spreken over de inhoud van 'discipelschap', om tot slot in gesprek te zijn over de concrete doorvertaling daarvan in de unieke omstandigheden van deze jongere.
Biecht
Doorgaans komen jongeren met een soort biecht. 'Ik ben homoseksueel. Ik weet het al jaren. Ik heb heel veel gebeden tot God om verandering van mijn gevoelens. Ik heb een poosje verkering gehad met een meisje, maar ook dat is vastgelopen. Het gaat niet. Ik heb er veel over nagedacht, maar ik weet het zeker. En ik moet erover praten, want anders stik ik erin. Ik ben naar u toegekomen omdat ik van anderen gehoord heb, dat u ook met hen gesproken hebt.' Het is van cruciaal belang hoe je als pastor hierop reageert. Het is een valkuil om te gaan discussiëren over de interpretatie van teksten uit Leviticus en Romeinen. Dat is een heilloze weg. De reactie die recht doet aan de situatie is dat je iets verwoordt van de eenzaamheid waarin deze jongere verkeert. Iets in de zin: 'Wat ben jij eenzaam met dit jarenlange geheim'. Het zal er namelijk om gaan dat je aansluiting vindt bij de gevoelsstroom. Onder de laag van de feitelijke gebeurtenissen ligt bij een mens de laag van de gevoelens. Op dat niveau komen de emoties, die horen bij de feitelijke gebeurtenissen, aan de orde. Gevoelens zetten beleefde feiten in een bepaald licht en geven aan hoe een mens zich verhoudt tot de opgedane en ondergane ervaringen. Met elkaar in gesprek zijn op dát niveau wordt intuïtief als herkenning ervaren. Deze pastor begrijpt mij! En dat schept een vertrouwensband.
Kluwen
Deze vertrouwensband biedt de jongere in het tweede gesprek ruimte om gedeelten van zijn biografie te vertellen. De pastor heeft gelegenheid vragen te stellen als: 'Hoe ben je er achtergekomen dat je homoseksuele gevoelens hebt? Waar ben je onzeker over? Waar ben je ten diepste bang voor? Hoe denk je over jezelf? Hoe denk over de toekomst? Kun je iets van je pijn, je eenzaamheid, je isolement, je innerlijke worsteling verwoorden?' Mogelijk kan de jongere zelf niet goed onder woorden brengen wat er in hem leeft. Het is een kluwen aan (negatieve) gevoelens. In dat geval is het de taak van de pastor te proberen deze kluwen enigszins te ontwarren door de gevoelens te verwoorden en er labels aan te hangen. Het benoemen van de gevoelens en het zich daarin herkennen wordt als bevrijdend ervaren, omdat onbekende gevoelens angstig maken. Wat leeft er allemaal in mij? Het wat uiteenleggen en benoemen van de gevoelens kan innerlijk ruimte scheppen en minder angstig maken.
Deze bijdrage komt voort uit bezinning van de Gereformeerde Bond en de HGJB over dit onderwerp. De notitie Handreiking voor gesprek met homoseksuele jongeren is te bestellen bij de HGJB, www.hgjb.nl
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 2007
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's