De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een net iets andere teneur

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een net iets andere teneur

DE LITURGIE IN HERVORMDE GEMEENTEN [8]

8 minuten leestijd

In de artikelenreeks over liturgie mag een bijdrage over het 'Liedboek voor de Kerken' niet ontbreken. Deze bundel maakt immers deel uit van de officiële liederenschat van onze kerk. De jaren door heeft de Gereformeerde Bond in diverse brochures zijn bezwaren tegen het liedboek kenbaar gemaakt.

Bezwaren lijken momenteel her en der wat weg te slijten. Daarom is het goed opnieuw naar het liedboek te kijken en na te gaan of er nog steeds het nodige te zeggen is voor wat de Gereformeerde Bond de afgelopen eeuw doorgaans heeft gekenmerkt: het solo psalmo. Op voorhand melden we dat daar in deze bijdrage opnieuw een pleidooi voor zal worden gevoerd (al heeft dit sola geenszins hetzelfde gewicht als de sola's die Luther smeedde).
Het best kan ik er een persoonlijk verhaal van maken. Voor het eerst maakte ik kennis met het liedboek in 1974, tijdens een weekend op het seminarie Hydepark te Doorn, belegd voor hervormde eerstejaarsstudenten. We zagen er in levenden lijve bekende kerkelijke hoogleraren: E.J. Beker, H. Berkhof, J.M. Hasselaar, H. Jonker, P.l. Roscam Abbing. En niet te vergeten was daar Frits Mehrtens, wiens stem je herkende van de radioprogramma's waarin hij kerkmuziek presenteerde. Onder zijn leiding gingen we zingen. Uit het liedboek, dat het jaar daarvoor, op 18 mei 1973, ingevoerd was. We kregen een minicursus zang van enkele minuten.
We leerden dat er in het liedboek niet zozeer liederen staan - laat staan versjes - , maar psalmen, in de Nieuwe Berijming, en gezangen, 491 stuks. We ontvingen inzicht in de achtergrond van melodieën en teksten. En we zóngen, met tempo en met enthousiasme.

Zwartiaans
Wel wat onwennig voor iemand die groot was geworden met de gemeentezang in Putten en zijn hart had verloren aan de Zwartiaanse samenzang tijdens de paasappèls in de Joris in Amersfoort en de Dom in Utrecht. Al was door de bondsdagen van de HGJB in De Doelen in Rotterdam en door Dabarbundel Het Hoogste Lied het pad naar nieuw berijmde psalmen en gezangen in de liedboeksfeer enigszins geëffend.
In 1982 werd ik predikant in Nieuwe Pekela, een van de gemeenten in het Groningerland waar verlangen was ontstaan naar een prediking overeenkomstig Schrift en belijdenis. De Gereformeerde Bond stond erachter dat hervormd-gereformeerde kandidaten en predikanten zulke gemeenten gingen dienen, ook al betekende dat gebruik van het liedboek. Daarna kwam de hervormde gemeente van Harderwijk, waar we weer uit de oude berijming zongen. Vervolgens trokken we naar het Overijsselse Den Ham, waar men destijds vóór de dienst een gezang uit het liedboek zong en na de dienst uit oude en nieuwe berijming. Door deze kerkelijke gang heb ik de officiële zangbundel van (toen nog) de hervormde kerk leren kennen en waarderen, zij het met de nodige reserve.

Bijbelliederen
De psalmen in de nieuwe berijming gaf ik zonder voorbehoud op. Soms wonnen ze het van 1773, soms ook niet. Dikwijls hadden ze hun eigen waarde en schoonheid. Ik zou in mijn oude 'psalmenbriefjes' moeten bladeren om na te gaan wat ik in de loop der tijd aan gezangen uit het liedboek heb opgegeven. In elk geval is dat niet alles geweest. Uit de zogenaamde Bijbelliederen (gezang 1-115) heb ik slechts beperkt laten zingen. Om te beginnen wat in de Oude Berijming bekend staat als de Enige Gezangen: de Lofzang van Maria (66, enigszins herberijmd) en van Simeon (68, ongewijzigd overgenomen). De Lofzang van Zacharias (67) daarentegen amper: de melodie werd door de liedboeksamenstellers teruggebogen naar de oorspronkelijke Duitse vers ie; daar viel moeilijk aan te wennen, ook al had Bach er een prachtige koraalbewerking voor geschreven (BWV 653). Overigens heb ik het liedboek op dit punt altijd wat tweeslachtig gevonden: wijzen werden teruggerestaureerd, woorden daarentegen gemoderniseerd. Een berijming van de Tien Geboden treft men niet aan. Wel die van het Gebed des Heeren (48), dat in de herdichting van Jan Wit en Jan Willem Schulte Nordholt nog weer meer Luthers herkomst verraadt dan gezang 5 'achter de psalmen'.
Op dezelfde wijs is het mooie 'gelijkenissenlied' (50) van Revius, een van de 'opzieners' bij de Statenvertaling. Ook op de bijbelliederen, getoonzet op een van de psalmwijzen, viel van tijd tot tijd de keuze (bv. 30, 32, 39, 95)· Verder bleef de gemeente graag de oude bekende verzen uit de hervormde bundel 1938 zingen: De Heer is mijn Herder'(14), Daar is uit 's werelds duist're wolken (26), Laat me in U blijven, groeien, bloeien (78).
Er waren ook bijbelliederen waar ik het nodige op tegen had. Soms zat dat nog eerder vast op de melodie dan op de inhoud. De intervallen of het einde van de laatste regel: ik vond het (te) modern. Ik stem toe, een subjectief gegeven, waar ook een bepaalde waardering van oude kerktoonsoorten en sommige muzikale taal doorheen speelt; dat is echter een discussie op zich. Zulke liederen waren Gezang 51 of 1.
Maar theologisch is er ook het nodige mee aan de hand. Neem het genoemde Gezang 1. Daarover ontstond enige jaren geleden een pittige discussie in de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt, toen men daar een selectie uit het liedboel maakte in de eredienst om te zingen. 'Barthiaans' werd het door een brochureschrijver gebrandmerkt. Want in den beginne heeft het licht niet overwonnen, maar is het geschápen. De deputaten kerkmuziek wezen deze kritiek van de hand, want moeten we het woord 'duisternis' in dit gezang zo Barthiaans laden? Kernvraag - zeiden zij - is veelmeer of een oprecht gereformeerd gelovige dit lied van harte kan meezingen. In elk geval blijkt uit deze discussie dat een lied een bepaalde theologie ademt voor men er erg in heeft.

Kerkelijk jaar
Vervolgens zijn er de gezangen voor het kerkelijk jaar: de nummers 116 tot en met 259. Een katholiek geheel: oud-kerkelijke liederen, gezangen uit de Lutherse traditie zowel van Luther zelf als van bijvoorbeeld Nikolaus Herman en Paul Gerhardt, uit de Engelse liederenschat, geliefde nummers uit de oude Hervormde Bundel.
Bekoord heeft mij altijd de tweeslag van Engelse hymns enerzijds, waarin we mogen meezingen met de verloste kerk: 0 kostbaar kruis, o wonder Gods (192), en van Duitse liederen anderzijds, waarin we meer de theologie van het kruis aanheffen:
God lijkt wel diep verborgen /
in onze duisternis ...
Zijn oordeel is genade, /
Zijn duisternis is licht
(130).

Knap is het zoals herdichters uit de negentiende en de twintigste eeuw de klassieke kerkelijke liederenschat voor ons taalgebied bruikbaar hebben gemaakt. Zo zijn er dertien liederen van Paul Gerhardt in het liedboek opgenomen. Hoe 'bevindelijk' wist hij de reformatorische boodschap in zijn dichtkunst te vangen. Wel vraag ik mij soms af of de bewerkers zijn diepe tonen van zonde en genade helemaal adequaat hebben doorvertaald. Ik denk bijvoorbeeld aan 'Hoe zal ik U ontvangen?' (117). Ten Kate herdichtte het begin van het laatste couplet als volgt:

Nog eens zal Hij verschijnen
als Richter van 't heelal,
Die 't hoofd van al de zijnen
Voor eeuwig kronen zal.

Gerhardt heeft hier:
Er kommt zum Weltgerichte,
zum Fluch dem, der ihm flucht;
mit Gnad' und süszem Lichte
dem, der ihn liebt und sucht.

(Hij komt de wereld richten, met vloek voor wie Hem vloekt; met genade en liefelijk licht voor wie Hem liefheeft en zoekt.) Een net iets andere teneur.

Koninkrijk Gods
Vervolgens is een heel scala liederen (260-302) gewijd aan het thema 'Koninkrijk Gods'. De beoordeling van deze liederen is niet altijd even makkelijk. Veel hangt ervan af of men een goedwillende dan wel een kwaadwillende lezer alias zanger is. Of welke theologie men aanhangt. Zo maakte ik mee dat op het seminarie Geef vrede, Heer, geef vrede (285) meer dan eens werd opgegeven door medestudenten met een horizontalistische theologie. Dat vergroot de afstand tot een dergelijk lied. In elk geval fronst men bij gezangen als 273 (Heer, herinner U de namen / van hen die gestorven zijn) en 274 (Gij die ter hel gevaren / de dood hebt uitgestaan, / red hen die in de aarde / zo reddeloos vergaan!)

In deze categorie komen we ook tegen het bekende Wat de toekomst brengen moge (293), evenals het populaire Eens, als de bazuinen klinken (300). Oorspronkelijk was dit gezang voorzien van een melodie van Wim ter Burg (wiens naam vooral verbonden is met Hanna Lam aan de kinderliedbundel Alles wordt nieuw). Deze moest echter plaatsmaken voor een volksmelodie uit Wales. Zou dat niet gebeurd zijn, we hadden onder ons dit lied amper gekend of met een zekere argwaan bekeken. Want wat moeten we met een regel als Mensen, kom uw lot te boven?

Kerk
In de rubriek 'Kerk' staan gezangen die teruggaan op Luther (310), Zwingli (306), Revius (311). Voorts is daar het piëtistische God is tegenwoordig (323) van Gerhard Tersteegen. Negatiever oordeel ik over 312: Door Hem gekocht, door Hem verlost zijn we allen / als kind'ren van één groot gezin. / Ontgloei' heel de aard in broedermin. Veel te universalistisch. Toen ik op zoek ging naar de achtergrond van de dichter, bleek het om een vrijmetselaar te gaan (al geeft een dergelijk gegeven niet altijd de doorslag in de waardering van een lied; ons 't Hijgend hert stamt van een remonstrantse dichteres). Mooi daarentegen is 328: Here Jezus, om Uw woord / zijn wij hier bijeengekomen. 

Bijzondere gelegenheden
Daarna komt het liedboek met gezangen voor bijzondere gelegenheden: belijdenis, doop en avondmaal (331-366), huwelijk (367- 369), ochtend en avond (370-395) en jaarwisseling (396-398). Bij de doopliederen treffen we een berijming aan van het zondvloedgebed uit ons klassieke doopformulier (338). Een ander - ontroerend - dooplied is gezang 334, afkomstig van de dichter van het bekende Mijn Verlosser hangt aan 't kruis. Daarin de treffende regels: Herder, neem uw schaapje aan. / Hoofd, maak het een van uw leden. En: Schrijf de naam door ons gegeven / in het levensboek ten leven. De spanning tussen Gods belofte en ons geloof is van gereformeerd gehalte. Men leze het in zijn geheel na

Verder lezen:
• P.J. Vergunst, De Gereformeerde Bond en de liturgie , in Uw Naam geef eer. Honderd jaar Gereformeerde Bond 1906-2006, 184-199.
• www.vreugdenhil.ontheweb.nl

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 2007

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Een net iets andere teneur

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juni 2007

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's